• home
  • video
  • pas verschenen

    Goochelen met transfersommen: zo smukken topclubs hun boekhouding op

    Arthur en Miralem Pjanic

    Arthur en Miralem Pjanic

    In het Europese topvoetbal is een opmerkelijke transfer op til: de Braziliaanse middenvelder Arthur kan voor 80 miljoen euro naar Juventus, dat op zijn beurt Miralem Pjanic voor 70 miljoen euro zal verpatsen aan Barcelona. Zulke deals zien we de jongste jaren steeds vaker en daar zijn vooral de boekhouders tevreden mee.

    Hoe werkt het?

    Wie naar de naakte cijfers van de transfer(s) kijkt, zal na een snelle blik concluderen dat Juventus 10 miljoen euro betaalt voor Arthur aan Barcelona, terwijl de Spanjaarden er Pjanic bovenop krijgen. Toch schrijven beide clubs in hun boekhouding zo'n 60 miljoen euro in het groen.

     

    Om dat te begrijpen, is het belangrijk te weten hoe een transfersom in de boekhouding wordt neergepend.

     

    Boekhoudkundig gezien worden spelers beschouwd als activa, waarbij de transfersom afgeschreven wordt over de verschillende contractjaren van een speler. Met een mooi woord heet dat amortisatie.

     

    Maar terwijl de kosten van een transfer over verschillende jaren gespreid worden, worden de opbrengsten van een transfer nog datzelfde jaar in de boeken genoteerd. Een handig boekhoudkundig trucje dus om de cijfers op te smukken.

    Wat staat er in de boeken?

    Om het wat concreter te maken, nemen we de transfer van Arthur naar Barcelona onder de loep. De Catalanen betaalden in 2018 30 miljoen euro voor de middenvelder, die in Barcelona een contract voor 6 seizoenen mocht ondertekenen.

     

    In de boekhouding werd die 30 miljoen euro afgeschreven over de 6 jaar van Arthurs contract, wat jaarlijks neerkomt op 5 miljoen euro. De boekhoudkundige waarde van de speler daalt jaarlijks met 5 miljoen, tot ze na 6 jaar - wanneer het contract afloopt - op 0 staat.

     

    Nu legt Juventus 80 miljoen euro op tafel voor de Braziliaan. 80 miljoen min de 20 miljoen euro boekwaarde na de 2 seizoenen die Arthur er nu heeft opzitten, betekent boekhoudkundig gezien dus een winst van 60 miljoen euro voor Barcelona.

     

    Hetzelfde geldt voor Pjanic bij Juventus. De boekwaarde van de Bosniër is momenteel nog 13 miljoen euro. Als de middenvelder verkocht wordt voor 70 miljoen, mag Juventus in de boekhouding dus 57 miljoen euro in het groen schrijven.

    Transfer Arthur in boekhouding van Barcelona
    contractduur jaarlijkse amortisatie boekwaarde
    seizoen 1 5 miljoen euro 25 miljoen euro
    seizoen 2 5 miljoen euro 20 miljoen euro
    seizoen 3 5 miljoen euro 15 miljoen euro
    seizoen 4 5 miljoen euro 10miljoen euro
    seizoen 5 5 miljoen euro 5 miljoen euro
    seizoen 6 5 miljoen euro 0
      totaal: 30 miljoen euro  

    Waarom doen ze het?

    De reden is simpel en bestaat uit 3 letters: FFP, Financial Fair Play. Sinds de UEFA de FFP invoerde, mogen clubs grofweg gezegd niet meer geld uitgeven dan er binnenkomt. Wie daartegen zondigt, wordt gestraft.

     

    Om uit de problemen te blijven, proberen clubs creatief om te springen met hun boekhouding. Dat doen ze dus onder meer door constructies op te zetten zoals de op til zijnde transactie tussen Barcelona en Juventus.

     

    80 miljoen euro voor Arthur en 70 miljoen voor Pjanic lijkt erg veel, zeker in postcoronatijden. Maar in de boekhouding hebben de clubs er dus alle baat bij om die transfersom zo hoog mogelijk te houden, want hoe hoger de kost van de transfer, hoe meer winst er ingeschreven mag worden in de boekhouding van dit jaar.