• home
  • video
  • pas verschenen

    Albert verkent BK-parcours: "Als dat ponton het maar houdt met mijn dikke pens"

    Niels Albert

    Een dag voor het Belgisch kampioenschap veldrijden in Antwerpen trokken wij met ex-veldrijder Niels Albert naar het parcours voor een grondige verkenning. Blikvanger is uiteraard het drijvend ponton op de Schelde waar Albert als eerste en enige met de fiets over mocht.

    Verken het parcours met Niels Albert

    Het ponton: "Leuk meegenomen, maar niet echt nodig"

    "Ja, het ziet er wel spectaculair uit, hé." Niels Albert is onder de indruk van het drijvend gevaarte in de Schelde, maar hij nuanceert meteen de sportieve waarde: "Ik denk dat er niks aan is om over te rijden. Als dat ponton het houdt met mijn dikke pens, dan gaan die profs daar ook wel over geraken."

     

    Zijn indruk na een eerste passage zegt genoeg. "Goh, het is leuk meegenomen, maar zonder afbreuk te willen doen aan de inspanning die hiervoor gedaan is, denk ik dat Antwerpen dit niet nodig had om een mooi BK te zijn. Maar er zal over gesproken worden. En wie is er al ooit kampioen van België geweest als ze over de Schelde reden? Dat zullen er niet te veel zijn, hé."

     

    Inhalen op het ponton lijkt sowieso niet mogelijk. "Het is te kort en er liggen doeken en tapijt op. Als het glibberig zou worden, kan het gevaarlijk zijn, maar nu is het goed te doen. Dit is echt iets voor het publiek. Hier ga je geen verschil kunnen maken en gewoon treintje rijden."

     

    De enige moeilijkheid zit volgens Albert bij het verlaten van het ponton. "Op de oever komen is zeker niet makkelijk. Bij de jeugd is het laag water en dan gaan ze toch 6 à 7 meter omhoog moeten rijden. Bij de profs zal het ponton veel hoger liggen, waardoor het uitrijden iets makkelijker wordt, maar toch nog lastig zal blijven."

    Het heuveltje: “Laat ons dit het Eli-bergje noemen”

    Meteen na de start moeten de renners 6 keer over een heuveltje en dat is best pittig: “Als je hier als 10e aankomt, kan je na deze zone 15 seconden verloren hebben zonder dat je iets misdaan hebt. En direct na de start ligt een schuin kantje met maar 1 spoor.

    Het is zaak om bij de eerste 3 weg te zijn.”

     

    Had het parcours dit heuveltje nodig? “Het hoort bij Sint-Anneke, maar had misschien iets minder benut kunnen worden. Tussen de 2 heuvelzones door krijg je ook nog eens een zandbak. Die maakt het ook nog eens echt lastig. Recuperatie is hier niet aan de orde.”

     

    “Sowieso kan je hier de koers verliezen en winnen. Als er ploegmaten hier op plaatsen 1 en 2 zitten, dan moet je hier maar eens proberen te passeren. Dat zal niet zo simpel zijn.

    Hier kan het ploegspel belangrijk zijn. Al komt er nog heel wat aan na dit. Het zal vooral vervelend zijn als iemand hier een gat laat."

     

    “In elk geval is dit opnieuw een strook voor Iserbyt: explosief, draaien en keren. Een zone die hem het beste moest liggen. Laat ons dit het Eli-bergje noemen.”

    De schuine kant: "Een ervaren crosser kan dit"

    De volgende grote hindernis op het parcours is de lange schuine kant. "Iedereen gaat hier sowieso boven rijden, dat is de beste lijn" zegt Albert. "Er is één gevaarlijk punt, het knikje tussen de rode doeken. Daar is één gootje uitgereden waar je moet inblijven."

     

    "Voor de rest zal het zaak zijn om bovenaan te rijden. Na een tijdje zal de bovenkant wel kapotgereden worden, maar geen nood, een ervaren crosser kan dit." Inhalen langs beneden wordt dan weer een ander paar mouwen: "Nu zeker nog niet. Misschien dat het in de loop van het weekend, als er meer op gereden is, iets vlakker wordt. Nu is de enige goede plaats bovenaan."

     

    Op de schuine kant heeft de wind ook vrij spel. "Om naar het ponton te rijden was het net meewind. Maar om terug te keren stond de wind op de kop, zeker om naar de aankomst te

    gaan, en dat maakt het wel extra lastig."

     

    "Bij windkracht 4 à 5 wordt het zeker ‘ambetant’. Hoewel er in de cross niet al te veel in het wiel gereden wordt moet je het zeker niet laten. De wind kan parten spelen op het einde van de cross."

    De zandstroken: "Stroken voor mannen met power"

    Het BK-parcours is een kopie van de Scheldecross en wie Scheldecross zegt, zegt zand. Er werd gevreesd dat er door aanpassingen te weinig zandstroken zouden zijn, maar volgens Niels Albert is die vrees ongegrond.

     

    "Ja, het kan wel tellen", puft Albert. "Uiteindelijk is er wel genoeg zand. In het speeltuintje, voor het ponton liggen enkele lastige stroken en ook er net na. Er zit zeker voldoende zand in."

     

    "Ik denk dat dit echt iets is voor Toon Aerts, of Wout van Aert. Er zijn ook enkele technische strookjes, maar die net voor en na het ponton zijn echt voor de mannen met heel veel power en vermogen. Die komen hier echt tot hun recht."

     

    Ook Sweeck kijkt uit naar het vele zandwerk. "Ik denk dat Laurens iemand is die over heel het parcours wel zijn ding vindt. Niet de meest explosieve en ook niet de sterkste, maar hij voldoet voor alle onderdelen wel voor 85 à 90%."

    De finish: “Als je clever bent, kan je daar de koers winnen”

    “Het is precies lastig”, puft Niels Albert als hij na een eerste rondje over de finish komt. “Ofwel ligt het aan mij. Maar het laatste stuk vanaf het verlaten van ponton tot hier, dat is vrij stevig.”

     

    Kan je nog iemand in de luren leggen in de laatste passages? “Zeker. Net voor de aankomst zijn er nog 2 schuine passages die door de regen vrij vettig liggen. Die kunnen ook cruciaal zijn richting de finish.”

     

    "Iemand tegenhouden en te voet zetten is er zeker mogelijk. Als je clever bent, kan je daar de koers winnen. Ik zou dat wel durven. Iserbyt heb ik al soortgelijke manoeuvres zien maken. Hij kan met zijn kleinere gestalte nog ergens binnendoor springen. Die passage staat op zijn lijf geschreven.”

     

    “De laatste rechte lijn? Ik denk dat die te kort is om uit het wiel te komen. Tim Merlier kan dat, maar voor de rest zitten er geen rassprinters bij. Je moet al echt vlak in het wiel kunnen opdraaien, wat moeilijk is met alle technische passages ervoor.”

    De favoriet: "Ik blijf bij mijn naam, Laurens Sweeck"

    • Laurens Sweeck: "Ik blijf bij mijn naam, Laurens Sweeck. Dit parcours is op zijn lijf geschreven. Hij is al lang met dit BK bezig in zijn hoofd en ik denk dat hij na een uur cross de beste zal zijn."
    • Wout van Aert: "Hij gaat meedoen voor de podiumplaatsen. Of het genoeg zal zijn om te winnen, dat weet ik nog niet. Ik denk wel dat hij een bepalende factor kan spelen. En als je in de finale sukkelt, dan kan er veel gebeuren. Dan worden alle kleine fouten afgestraft. Het zal er op aan komen om op alle cruciale punten foutloos te blijven en dan kan hij heel dicht eindigen."
    • Toon Aerts: "Aerts is wel iemand die iedereen verwacht. Zijn blessure is nu al drie weken geleden. Dat zal hem nog wel wat parten spelen, maar tijdens dat uurtje koers, wanneer de adrenaline door zijn lijf pompt, zal dat wel meevallen."
    • Eli Iserbyt: "Ik denk dat Eli in de schuine kanten en de korte hellinkjes dingen vindt die hij goed kan… maar er zijn ook grote stukken op vermogen. Voor Eli (22) is het wel al zijn derde BK bij de profs, maar nu is hij echt topfavoriet en hierdoor zou hij wel last kunnen hebben van stress. Daarom denk ik aan iemand met meer ervaring."