• home
  • video
  • pas verschenen

    Merckx: "Het zou moeten lukken voor Voigt"

    Jens Voigt voert zijn laatste nummer op.

    Morgen om 19u aast Jens Voigt op het uurrecord dat sinds 2005 in handen is van Ondrej Sosenka. Eddy Merckx, die in 1972 met 49,431 kilometer zelf een uurrecord reed, wikt en weegt de kansen van de Duitser van 43.

    Maakt Voigt volgens Merckx een kans om in een uur verder te rijden dan de 49,700 kilometer van Sosenka? "Dat denk ik wel. Jens is een heel sterke jongen", vertelt Merckx aan Sporza. "Hij is geen superkampioen, geen specialist tijdrijden, maar hij kan fietsen. Laat ons zeggen dat het fiftyfifty is."

    "De vraag is: wat kan hij op een wielerbaan? Want dat is nog wat anders. Dat valt niet te onderschatten, met de druk van de wielen in de bochten en zo. Hij zou toch verrast kunnen zijn."

    Maar er zijn ook elementen in het voordeel van Voigt. "Met een tijdritfiets (op de foto die waarmee Voigt zal rijden, red), met volle wielen en op een gesloten velodroom moet het lukken", zegt Merckx, die Voigts poging niet te vergelijken vindt met die van hemzelf, maar ook geen probleem heeft met de technische evolutie.

    "Alles evolueert. Vroeger vlogen vliegtuigen met schroeven, nu met reactoren. Het moet natuurlijk wel een fiets zijn die ook op de weg kan rijden en dat is het wel."

    Voigt is net vandaag 43 geworden. Heeft hij zijn leeftijd mee of tegen volgens Merckx? "Tegen", klinkt het overtuigd. "Op die leeftijd heb je niet meer de kracht van iemand van 28 of 29, wanneer je in de fleur van je leven bent. Vooral zoals hij gekoerst heeft. Hij is niet meer de Voigt van toen hij 30 jaar was."

    "Martin heeft een stevig record in zich"

    Het was al weer even geleden en Merckx is blij dat er nog eens iemand het uurrecord aanvalt. "En nu Voigt het doet, zullen anderen volgen", denkt Merckx.

    Fabian Cancellara, Bradley Wiggins en Tony Martin hebben al laten vallen dat ze ooit ook de strijd met het uur willen aangaan. Wie van de drie heeft volgens Merckx de beste kaarten om een record te rijden dat lang kan standhouden?

    "Op dit moment denk ik Martin (foto)", zegt Merckx. "Wiggins heeft wel meer ervaring op de piste, maar als tijdrijder zie ik meer in Martin. Al zijn Sir Wiggins en Cancellara natuurlijk ook geen gewone klanten."

    "Alles hangt een beetje af van waar en op welke wielerbaan het gebeurt. Als ik vandaag moest kiezen, ik zou het in Stuttgart doen. Daar ligt een soort vinyl op de onderkant, je voelt goed het verschil met de bovenkant."

    Merckx heeft altijd gezegd dat zijn rit in 1972 "het verschrikkelijkste uur van zijn leven" was. "Je moet de pijn kunnen verdragen. Het is een uur aan een stuk afzien, met een groot verzet. En dat met de druk van de tubes in de bochten, ik kan je verzekeren dat je een paar dagen niet kunt stappen."

    "Jammer dat Hinault het nooit heeft geprobeerd"

    Merckx vindt tot slot dat elke wielerkampioen het uurrecord eens moet aanvallen. "Ik zou er spijt van gehad hebben als ik het niet had gedaan. Het is iets prestigieus, je rijdt tegen jezelf. Mijn loopbaan zou niet volledig geweest zijn zonder. Ik vind het bijvoorbeeld jammer dat Bernard Hinault het nooit geprobeerd heeft, toch ook een specialist tijdrijden. Enfin ja, het is nu zo", besluit Merckx.