De net-niet-generatie: zijn deze Rode Duivels te weinig échte winnaars? En hoe los je dat op?

    Moeten we vrede nemen met een net-niet-generatie?

    Weer de pijn van een gemiste prijs. Ook in de Nations League lieten de Rode Duivels een kans liggen om hun talent te verzilveren. Kevin De Bruyne vond troost in de gedachte dat we "maar België zijn". Moeten we dan vrede nemen met een net-niet-generatie? Of is dat calimerocomplex net het probleem? Op zoek naar antwoorden met ervaringsdeskundigen.

    Was het realisme of juist een gebrek aan ambitie?

     

    De opvallende uitspraak van Kevin De Bruyne na de nederlaag tegen Italië splitste achteraf hoe dan ook de publieke opinie. 

     

    Toegegeven: raswinnaar Cristiano Ronaldo zal het over Portugal (10 miljoen inwoners) nooit zeggen, de meedogenloze Michael Jordan deed het evenmin in zijn periode in het shirt van de middelmatige Washington Wizards.

     

    Bij de immer zelfzekere Nederlanders werd zelfs lacherig gedaan over de minimaliserende uitspraak van KDB. "De woorden van de City-ster tonen exact waarom de Belgische gouden generatie steeds vaker wordt omgedoopt tot de net-niet-generatie", schreef De Telegraaf.

     

    "Tot op heden zijn ze te lief voor grote tegenstanders en elkaar. In België lijkt alles te mogen, nooit te moeten. Ze mogen best van hun engelenimago af."

    Calimero

    Hallo, Jean-Marie Dedecker?

     

    De voormalige kampioenenkweker van het Belgische judo laakte in het verleden al vaker het gebrek aan ambitie in ons land.

     

    Ook na de Olympische Spelen komt het thema steevast terug als we de medailleoogst vergelijken met die van onze buurlanden.

     

    "We voelen ons altijd een beetje calimero", zucht Dedecker. "Zelfs Kevin De Bruyne, een absolute wereldtopper laat zich verleiden tot zulke uitspraken. Daar begint net het probleem. Je moet eens met een Amerikaan aan de start van een sportwedstrijd staan..."

     

    Het is een onderdeel van de Belgische mentaliteit, klinkt het vaak. Ook Dedecker moest ertegen vechten in zijn beginjaren. "We deden het in onze broek wanneer we tegenover een Japanner stonden - al hebben die ook maar twee armen en benen. En als we naar Frankrijk gingen, moesten we de tegenstander bij wijze van spreken doodslaan. Dat chauvinisme hebben wij niet."

    Als we toch eens wonnen van een groot land zeiden onze eigen fans en media: allez, de kleine Belgen hebben toch eens gewonnen.

    Thomas Briels

    Net als de Rode Duivels sleepten de Red Lions eveneens lange tijd het net-niet-etiket met zich mee. Tot frustratie van Thomas Briels, jarenlang aanvoerder van de nationale hockeyploeg.

     

    "Als we toch eens winnen van een groot land zeiden onze eigen fans en media: allez, de kleine Belgen hebben toch eens gewonnen. Ik vond dat irritant. We deden het omgekeerde van de Nederlanders, die altijd arrogant waren. Zo begonnen we eigenlijk altijd met een 1-0-achterstand."

     

    Briels zag hoe zelfs de hockeybond met een minderwaardigheidscomplex kampte: "Ze redeneerden in de beginjaren dat we onze handen mochten kussen dat iemand ons wou sponsoren. (lacht) Terwijl het omgekeerd had moeten zijn."

    Briels (rechts) na de verloren olympische finale tegen Argentinië in 2016. Toen moesten de successen nog volgen...

    Vroeg begonnen...

    Maar hoe draai je die ingebakken teneur om?

     

    Op wereldniveau succes boeken , is nu eenmaal eerder de uitzondering dan de regel in onze sportgeschiedenis.

     

    Ook bij de jeugd. Roberto Martinez wees tijdens zijn persconferentie na de match tegen Italië na het uitblijven van grote successen op de niveaus onder de Rode Duivels. Tot dusver pakten alleen de U17 in 2015 eens een medaille op het WK.

     

    "We zouden eens een internationaal EK of WK bij de jeugd moeten winnen", besefte de bondscoach. "En ons kwalificeren voor die toernooien zou eigenlijk de standaard moeten worden."

    Je moet leren om door het vuur te gaan om het allerhoogste te bereiken.

    Jean-Marie Dedecker

    Ook Briels weet dat vroeg succes een verschil maakt wanneer het écht om de knikkers gaat.

     

    "De oude lichting van de Lions kreeg bij de jeugd steevast pandoeringen van landen als Nederland en Duitsland. Maar dan kwam er een jongere generatie aan die nooit verloor van die tegenstanders. Zij zorgden voor dat extra stukje geloof dat nodig was om de grote landen te kloppen."


    "We moeten onze sporters opvoeden als winnaars", vult Dedecker aan. "Het hangt vaak van kleine details af, maar je moet leren om door het vuur te gaan om het allerhoogste te bereiken."

    De Belgische U17 pakten in 2015 brons op het WK in Chili.

    Haka

    Jong geleerd is oud gedaan, dus.

     

    Daarnaast zijn er nog facetten die voor de cruciale winnaars-klik kunnen zorgen.

     

    "Alles begint bij de coach", zegt Dedecker zonder verpinken. "Als die zelf voor calimero speelt... Een trainer moet die assertiviteit aanleren, een echt team creëren. Ik heb de indruk dat Martinez vaak voor de zachte weg kiest. Hij schermt bijvoorbeeld graag met de statistiek van de eerste plek op de FIFA-ranking, maar dat telt allemaal niet."

    Vanaf het moment dat je één keer een prijs wint, vallen er veel twijfels weg.

    Thomas Briels

    De Red Lions kunnen erover meespreken. Pas na hun wereldtitel in 2018 veroverden ze écht een plekje in de mondiale sportgeschiedenis. "Ook ons noemden ze lange tijd de net-niet-generatie na enkele verloren finales. We zouden zogezegd geen toernooi kunnen winnen, waren mentaal te zwak..."

     

    Eén keer wél "all the way" gaan, verandert alles volgens Briels. "Vanaf dat moment vallen er veel twijfels weg. Het geeft een enorme vertrouwensboost om dan naar het volgende toernooi te gaan. Je léért echt finales te winnen. Het jaar na onze wereldtitel klopten we Spanje met 5-0 in de EK-finale.

     

    Tot slot heeft Dedecker nog een ultieme suggestie: "Patriottisme werkt motiverend. Misschien moeten de Rode Duivels eens de haka leren, zoals Nieuw-Zeeland. Dát is pas een manier om je tegenstander te intimideren."