• home
  • video
  • pas verschenen

    Boonen: "Renners testen terwijl er tekorten zijn in zorg, is slecht signaal"

    Het Belgische wielerseizoen is voorbij, maar in Italië en Spanje wordt er wel nog gekoerst. Het lijkt ondertussen wel zeker dat de Giro tot in Milaan zal raken, maar Tom Boonen zet daar toch nog vraagtekens bij in Extra Time Koers. "Je zet je als sport nu eigenlijk boven het algemeen belang. Dat vind ik niet kunnen."

    Tom Boonen gelooft natuurlijk niet echt dat de Giro nu nog met een sisser zal aflopen, "maar ik wou daar een punt mee maken", vertelde hij aan de tafel bij Ruben Van Gucht. "Ik vind het heel straf dat ze daar nog aan het koersen zijn. We zitten hier allemaal als koersliefhebbers en we hebben allemaal genoten van de wedstrijden die er al zijn geweest."

     

    "Maar je moet een kat een kat noemen: het is echt niet logisch dat ze daar blijven rijden. Hoeveel mensen zijn er daar al naar huis gestuurd?", verwijst Boonen naar de ploegen, renners en begeleiders die uit de Ronde van Italië zijn gestapt na coronagevallen.

     

    "Ze blijven ook maar testen geven. Dat is een slecht signaal. Je zit in de zorg met heel grote tekorten en dan moet je maar blijven verdedigen dat de koers kan doorgaan."

     

    "Op dit moment eigent het wielrennen zich het recht toe om zich boven het algemeen belang te zetten. Dat vind ik eigenlijk niet kunnen. Je moet een voorbeeld geven. Ze hadden moeten zeggen vorige zondag: de Giro is voorbij, ga allemaal naar huis. De cijfers lopen weer de spuigaten uit, we kunnen dat niet maken naar de bevolking toe. Maar dat doen ze dus niet."

     

    En de Vuelta? "Dat die nu begint, is waarschijnlijk een teken dat ze gaan blijven rijden."

     

    Aan tafel hadden ze wel lof voor de organisatie van de koersen in ons land, zoals bijvoorbeeld de Ronde van Vlaanderen. "Als je ziet hoeveel moeite er daar gedaan is. Dan kunnen we toch wat hoop hebben. Chapeau voor de mensen die durven te organiseren en al die inspanningen doen", besluit ploegleider Christoph Roodhooft.