• home
  • video
  • pas verschenen

    De Tribune over WB-hervorming: "Invasief, maar nood aan iets nieuws"

    CEO van Flanders Classics, Tomas Van Den Spiegel, belichtte uitgebreid het plan voor de WB-hervorming.

    Wie de veldritsport volgt kan er vandaag de dag niet om heen: de hervorming van de Wereldbeker heeft al heel wat stof doen opwaaien. In De Tribune op Radio 1 lieten Tomas Van den Spiegel, CEO van Flanders Classics, en veldritcommentator Michel Wuyts elk uitgebreid hun licht schijnen over de veelbesproken hervorming.

    Een uitbreiding van 9 naar 16 manches: "Dat is invasief"

    Een week geleden werd bekendgemaakt dat de Wereldbeker veldrijden er vanaf het seizoen 2020-2021 hertekend zal worden. In plaats van het huidige aantal van 9 wedstrijden, zullen er volgend jaar 14 à 16 WB-manches georganiseerd worden. Daarmee zal de Wereldbeker de veldritkalender vanaf volgend seizoen domineren. Al snel volgde er heel wat reacties op het omstreden voorstel.

    Tomas Van den Spiegel, die met zijn organisatie Flanders Classics de nieuwe Wereldbeker mag vormgeven, gaf in De Tribune duidelijkheid over de totstandkoming van het project.

     

    "De procedure van de UCI schreef voor dat we een plan moesten uitwerken met minimaal 14 en maximaal 16 wedstrijden, waarvan maximaal de helft in België mag plaatsvinden. Bovendien moeten we verplicht in 7 of 8 verschillende landen een manche organiseren. Maar voor de duidelijkheid, het kan zijn dat we nog meer landen zullen aandoen", zegt Van Den Spiegel. 

     

    De nieuwe Wereldbeker zal zo vanaf volgend jaar bijna alle zon- en feestdagen op de kalender innemen. Daarmee zien andere crossen hun plekje in het gedrang komen. Ook Michel Wuyts ziet voordelen, maar nuanceert zijn mening.

     

    “Ik ben voorstander, maar niet in deze mate", vertelt Michel Wuyts. "Ik weet dat men geweldig aan navelstaren doet in de crosswereld en daar moeten we voor een groot stuk vanaf geraken. Maar dit plan is invasief: 16 stuks op de mooiste dagen van het seizoen, dat is wel wat. Met dit format doe je de anderen pijn."

    Michel Wuyts is voorstander van een hervorming, maar twijfelt aan het geopperde format.

    Wat met de Superprestige en de DVV Trofee?

    Met "de anderen" doelt Wuyts uiteraard op de Superprestige en de DVV Trofee, de twee andere klassementen die in België op de kalender staan. Door een versterking van de Wereldbeker zullen die twee andere spelers waarschijnlijk wat van hun pluimen verliezen. Iets waar ook Michel Wuyts zich vragen bij stelt. 

     

    “Het blijft natuurlijk een belangrijke vraag, wat we dan met die twee andere regelmatigheidscriteria moeten doen. Blijven die op 8 wedstrijden? Men zegt dat er 50 haalbare wedstrijddata zijn in een crossseizoen. Als we 16 Wereldbekermanches hebben en elk 8 voor de Superprestige en de DVV Trofee, dan is bijna driekwart van die data al ingenomen."

     

    Van Den Spiegel is met Flanders Classics ook eigenaar van de Superprestige. Schiet de organisatie zichzelf in de voet met de hervorming van de Wereldbeker? "We willen zo goed mogelijk nagaan hoe de puzzel gelegd kan worden. Wij zijn ervan overtuigd
    dat dat kan lukken, maar daarvoor is er veel overleg nodig met alle betrokken partijen. En niet alle stemmen zijn zo negatief als die van Sven Nys.”

     

    “Het is dan ook niet bedoeling om de klassiekers van de Superprestige te gaan afsnoepen, zoals bijvoorbeeld Gavere of Diegem. De Superprestige is nog altijd hét historische klassement van het veldrijden. Veel mensen voelen zich daar goed bij. Het initiatief en de keuze ligt bij de organisatoren."

    De cross in Diegem, die bij kunstlicht wordt verreden, is één van de klassiekers van de Superprestige.

    En de jeugd? "UCI moet structureel ondersteunen"

    Ook de jeugdwedstrijden spelen hun rol in dit verhaal. Traditioneel werkt de jeugd namelijk hun WB-wedstrijd af alvorens de vrouwen en de mannen het veld in duiken. Wordt het haalbaar voor de federaties om de jeugdploegen naar 16 WB-manches te sturen?

     

    "Dat is een kwestie waar vooral de UCI de verantwoordelijkheid in draagt", stelt Wuyts. "Maar als de UCI dit goed wil doen, moeten ze ook nog andere dingen aanpakken en zullen ze de jeugdwerking an sich ook moeten stimuleren. Dat kan bijvoorbeeld door aan WorldTour en procontinentale teams te verplichten om enkele jonge offroad-renners erbij te nemen. Of het nu mountainbikers zijn of veldrijders."

     

    "Als we naar een Wereldbeker gaan met 14 wedstrijden dan kan er in verschillende landen naar een hoogtepunt worden toegewerkt met hun eigen “Grote Prijs”. Zoiets leeft wel bij de jeugd, dus dat zie ik wel goedkomen. De federaties zullen dat wel betalen. Er moet vooral eerst structureel ondersteund worden alvorens men een monument in eigen land wilt creëren.”

    Thibau Nys voert het Wereldbekerklassement aan bij de junioren.

    De stap richting internationalisering: is combinatie weg-veld de toekomst?

    Eén van de voornaamste redenen voor de hervorming is de nood aan internationalisering in de sport. Met 16 WB-manches in minstens 8 verschillende landen zal het veldritcircus vanaf volgend seizoen alvast in enkele nieuwe landen zijn tenten opslaan. 

     

    “Het is belangrijk dat er opnieuw naar regio’s wordt getrokken waar vroeger de cross bloeide", benadrukt Wuyts. "Ik denk aan de Bohemen, het Baskenland, de streek rond Zürich, de regio rond Milaan, enzovoort."

     

    “Dat zijn ook regio’s waar we mee aan het praten zijn", countert Van den Spiegel. "We hebben al gesprekken gevoerd met grote steden en enkele historisch belangrijke regio’s voor het veldrijden. We hebben al veel interessante sites bekeken, maar lokaal moet er ook voldoende verankering en engagement zijn om er opnieuw een cross te willen organiseren."

    Jongens als Wout en Mathieu zijn sterren op de weg, genereren internationaal veel aandacht en tillen de veldritsport naar een hoger niveau.

    Tomas Van Den Spiegel

    Naast het uitwijken naar nieuwe landen ziet Van Den Spiegel nog een andere belangrijke factor voor de internationalisering van de veldritsport: renners die een wegprogramma combineren met een winter in het veld.


    “Met Wout van Aert en Mathieu van der Poel zitten we vandaag de dag met twee
    schoolvoorbeelden van hoe het veldrijden tegenwoordig aangepakt kan worden", vindt Van Den Spiegel. "Die jongens zijn ook sterren op de weg, genereren internationaal veel aandacht en tillen de sport naar een hoger niveau. Ook Tom Pidcock kan in de toekomst zo iemand worden."


    "Ik hoor bijvoorbeeld ook dat Quinten Hermans door Wanty uitgespeeld zal worden in de Waalse klassiekers. Dat moeten we echt aanmoedigen. Als zij het als crosser goed doen op de weg, dan krijgt de cross internationaal gezien een ander gezicht. Zo kunnen er misschien ook internationale sponsors aangetrokken worden. Al de rest zal mee kunnen profiteren in die slipstream.”

    Alleskunner Tom Pidcock (r) werd vorige maand nog derde op het WK op de weg voor beloften.