• home
  • video
  • pas verschenen

    De beste houding in een afdaling? Pantani gaf destijds al het goeie voorbeeld

    Wijlen Marco Pantani in een afdaling.

    0 / 0
    Marco Pantani was in zijn tijd een meesterdaler, zo leert ons toch onderzoek van aerodynamicahoogleraar Bert Blocken (TU Eindhoven en KU Leuven). Blocken bestudeerde verschillende posities in een afdaling en kwam tot onderstaande vaststellingen.

    "Pantani-positie" op 1, "Froome-positie" op 3

    De onderzoekers hebben in de voorbije maanden verschillende daalposities geanalyseerd, met twee onafhankelijke en verschillende technieken: zowel windtunneltesten als computersimulaties. Windtunneltesten werden uitgevoerd voor 4 typische daalposities en computersimulaties voor 20 daalposities.

    Beide technieken gaven dezelfde resultaten: van de 4 geteste posities is de zogenaamde “Pantani-positie" de snelste, gevolgd door de positie met voorovergebogen romp.

    Daarna volgt de “Froome-positie" en uiteindelijk de positie met horizontale romp. De verschillen zijn groot en overstijgen ruim de meet- en simulatiefouten.

    De 4 posities die getest werden in de windtunnel

    "Froome won de rit door onoplettendheid en aarzeling bij achtervolgers"

    De onorthodoxe houding van Chris Froome vorig jaar tijdens de Tour in de afdaling van de Peyresourde heeft het dus niet tot "beste daalpositie" geschopt. Froome leek dankzij zijn daaltechniek zijn concurrenten een hak te zetten, maar volgens de onderzoekers speelden andere factoren een rol.

    "Froome won de rit niet door een superieure aerodynamische houding, maar enkel door de combinatie van onoplettendheid en aarzeling bij de achtervolgers", klinkt het.

    "De daalpositie van Chris Froome is niet alleen aerodynamisch niet zo bijzonder, maar ook minder veilig. In tegenstelling tot de andere onderzochte posities komt het grootste deel van het lichaamsgewicht op het voorwiel terecht, wat de minste stabiliteit en stuurvermogen geeft."

    "Wel geeft de positie van Froome een perceptie van hogere snelheid, omdat het hoofd – en dus de zintuigen – dichter bij bewegende onderdelen (hier het voorwiel) worden gebracht."