• home
  • video
  • pas verschenen

    Vandegoor: "Dit coronajaar wielrennen was er één om nooit te vergeten!"

    Met de Driedaagse Brugge-De Panne is er gisteren een einde gekomen aan het klassieke wielerjaar. De Giro en Vuelta gaan nog even door, maar veel renners hebben intussen een punt gezet achter dit corona-wielerjaar.  Wielerverslaggever Christophe Vandegoor blikt terug op de voorbije maanden, aan de hand van enkele foto's die hij onderweg nam.

    De eerste Belgische koers na de lockdown

    Zondag 5 juli is het zover: de eerste "postcoronakoers" wordt georganiseerd in Rotselaar, door kledingfabrikant Vermarc. Klanten Deceuninck-Quick Step en Lotto-Soudal nemen hun verantwoordelijkheid en tekenen present. Net als Eddy Merckx, die het startschot geeft, en heel veel perslui.

     

    Want er wordt voor het eerst sinds het einde van Parijs-Nice midden maart opnieuw gekoerst. Victor Campenaerts koerst alsof zijn leven ervan afhangt en rijdt het hele pak aan gort.

     

    We staan moederziel alleen aan de finish, publiek is daar niet toegelaten. Een aankomstboog, een man met een vlag en naakte nadarhekken. We brengen live verslag uit alsof het een nieuwelingenkoers betrof: in open lucht, zonder commentaarhok en op basis van wat we zelf kunnen zien bij de passages aan de streep.

     

    De Fransman Sénéchal wint en is daar uitermate blij mee. Net als de organisatoren. Er wordt opnieuw gekoerst, de kop is eraf.

    Een verkeerslicht in het commentaarshok

    Begin augustus start het echte werk met de Strade Bianche en Milaan-Sanremo. In tegenstelling tot onze Waalse en Nederlandse collega's, trek ik wel naar Italië, met het vliegtuig dan nog.


    Enerzijds horen we Marc Van Ranst zeggen dat hij dit jaar onder geen enkel beding in een vliegtuig stapt. Anderzijds lezen we artikels in kwaliteitskranten die wijzen op de aanwezigheid van superfilters in vliegtuigen waardoor de sanitaire veiligheid kan worden gegarandeerd.

     

    Toegegeven, dat zorgt toch voor een lichte spanning, want in Lombardije hield het virus in het voorjaar lelijk huis. Het hotel waar we ieder jaar verblijven, is alleen stiekem geopend voor de wielerteams.

    Voor het startpodium van Sanremo staat alleen een tiental fotografen. Vanaf een meter of 30 wuiven we uitbundig naar Kenneth Vanbilsen. Hij ziet er de humor van in.

    Christophe Vandegoor

    Toeristen of zakenreizigers zijn niet gewenst. Het toont toch de ernst van de situatie in Italië. We interviewen Patrick Lefevere, op een normale manier, over het drama van Fabio Jakobsen. Renners krijgen we niet te zien, alles verloopt via Zoom.

     

    De voorstelling van de renners bij de start in Milaan is van het triestigste dat we ooit bij een wielerkoers zagen: voor het podium staat alleen een tiental fotografen. Vanaf een meter of 30 wuiven we uitbundig naar Kenneth Vanbilsen. Hij ziet er de humor van in.


    In San Remo moet ik hartelijk lachen wanneer we in ons commentaarhok kruipen. Om tegenliggers op de trap te vermijden moeten we een verkeerslicht activeren. 

    Als kippen in een legbatterij

    Covid-19 zorgt voor creativiteit. Kijk naar de plastic scheidingswanden tussen de commentatoren: we lijken wel kippen in een legbatterij.

     

    La Primavera is een van onze favoriete klassiekers. Dat heeft te maken met de lente, met de zee en de zuiderse sfeer. Maar ook met de sportieve orgasmes die we daar live hebben beleefd. Zoals de kattensprong van Cavendish in 2009.

     

    De beheerste en dominante manier waarop Wout van Aert Julian Alaphilippe vloert in de sprint, is ronduit indrukwekkend. Een van de mooiste finales die we ooit zagen.

     

    Vanuit ons hok maken we een confettifoto van de winnaar. Twintig minuten na afloop stoot ik tegen zijn ouders, overmand door zoveel emoties. Wout blijft voor pa en ma hun kind, zoveel meer dan een succesvol renner. Corona is even vergeten. Italië heeft ons, andermaal, veel voldoening geschonken. 

    Veiliger gevoel in de Tour dan thuis

    Eind augustus volgt de Ronde van Frankrijk. Terwijl telewerken de norm blijft en mijn trouwe RTBF- en NOS-collega's ook nu in hun kot blijven, reizen we af naar het half rode Frankrijk.

     

    Aanvankelijk met een klein hart, want de familie en vrienden stellen zich vragen. Maar op één of andere manier voel ik dat dit een speciale editie zal worden. Door de corona-omstandigheden, maar vooral omdat er sportief iets te gebeuren staat.

     

    Geen Froome, noch Thomas, maar wel met een ijzersterke Roglic die titelverdediger Bernal zal bestoken. Mondmasker en dettol worden vaste attributen.

     

    Achteraf bekeken heb ik me in de Tour veiliger gevoeld dan thuis. Gedurende 3 weken deel ik tafel en auto met één collega. Onze technici of de verslaggevers op de motor zag ik hooguit enkele minuten voor of na de koers, meestal op grote afstand. Hoe lager de ster van het hotel, hoe beter de veiligheidsvoorschriften bij het ontbijt. Opvallend en geruststellend tegelijk.

    Tranen op de Mont Aigoual

    De verplaatsingen en afstanden die we gedurende die 3 weken in de Tour moeten afleggen, zijn erg groot en veeleisend. Maar het gevoel dat we ervoor terugkrijgen, hebben we in al die vorige jaren nooit ervaren.

     

    Het is een mix van alleen op de wereld te zijn en een 3 weken durende veroveringstocht. Laveren tussen een onzichtbaar virus en toch geconcentreerd verslag uitbrengen van het ene sportieve hoogtepunt na het andere (Alaphilippe, Hirschi, Andersen, Van Aert, Pogacar).

     

    De stilte op de wondermooie Mont Aigoual, de hoogste top van de Cevennen die bijna altijd in een dichte mist gehuld gaat behalve nu, heeft me tot tranen toe bewogen.

     

    Onze commentaartribune stond op 3 kilometer van de streep. Geen publiek, alleen een licht geruis van naaldbomen en een oorverdovende stilte langs het parcours.

     

    Wanneer ritwinnaar Loetsenko passeert, overstemt mijn commentaar bij manier van spreken het geronk van de begeleidende motoren. Ondenkbaar in "normale" omstandigheden. Surrealistisch. Zelden zo iets moois gezien als de Mont Aigoual.

    De ontknoping waarin niemand geloofde

    Wout van Aert doet onderweg dingen die je niet voor mogelijk houdt. De Zwitser Hirschi toont zich aan de wereld. Soren Kragh Andersen wint twee ritten die ook de betere Belgen hadden moeten kunnen winnen. Egan Bernal kraakt en geeft op.

     

    Op de rustdag lopen we wel 20 renners tegen het lijf in ons hotel, wie wat waar gescheiden bubbels?!  Christian Prudhomme test positief en geeft een nieuwe dimensie aan het woord ironie.

     

    Intussen neemt het aantal toeschouwers op cols en bij aankomsten dag na dag toe. De Tour lijkt de wereld en Covid uit te lachen. In welk circus zitten wij?

     

    Om op de slotdag een ontknoping te krijgen waarin niemand geloofde. Tijdens het laatste uur van ons radiocommentaar gaan we helemaal uit de bol en leveren we ons over aan hét wielermoment van de laatste jaren. De coronatour 2020 is zonder discussie de mooiste die we tot nu toe mochten meemaken. 

    Onder de indruk van Senna in Imola

    Twee dagen na de Tour vertrekken we naar Italië voor het WK. In alle rust en zonder zenuwachtige en veel te drukke stewards, stappen we het autocircuit van Imola af.

     

    Op amper enkele honderden meter van elkaar, overleden hier Roland Ratzenberger en Ayrton Senna in een dramatisch F1-weekend in 1994. Het maakt een grote indruk op me.

     

    Stefan Küng en Tom Pidcock vliegen voorbij op hun tijdritfiets tijdens de verkenning en gunnen de Braziliaanse vlaggen in de Tamburellobocht geen blik. Focus op het hier en nu.

    WK was een van de sterkst bezette eendagskoersen ooit

    Wout van Aert grijpt in Imola het zilver in het tijdrijden (ja, wij bekijken die tweede plaats niet als het verliezen van goud), Anna van der Breggen slaat een dubbelslag bij de vrouwen.

     

    We horen het luide geschreeuw van de gecrashte Chloé Dygert vanuit de helikopter op een grasveld achter ons commentaarhok (door merg en been) en beleven een finale bij de mannen zonder weerga.

     

    Achteraf bekijken we de top-35 en zien de ene na de andere grote naam. Het WK 2020 is wellicht een van de sterkst bezette eendagskoersen ooit, beseffen we.

     

    Dit WK is in allerijl georganiseerd. Op de invalswegen vanuit Bologna verwijst niets naar een wereldkampioenschap. Ter plaatse geen drukdoenerij of potserige vip's.

     

    Een vrouwen- en mannenpeloton, hun begeleiders, een handvol perslui en hier en daar een trosje toeschouwers. Uiteraard had publieksopwarmer Alaphilippe liever gejuicht voor een publiek dat 10 rijen dik stond. Maar net die kleinschaligheid had iets charmants en romantisch. Een bubbel on tour.

    Mooier dan vorige zondag wordt het niet

    Daags na het WK tekenen we present in de BinckBank Tour. Philipsen en Pedersen verdelen de sprints. De Nederlandse overheid verstrengt de coronamaatregelen waardoor de tijdrit in Vlissingen plots wegvalt. Het mooie decor van de Slingerberg in Riemst is meer dan een waardige vervanger.

     

    De organisatie schakelt snel, corona lijkt iedereen op een creatieve manier uit te dagen. Mathieu van der Poel soleert in Geraardsbergen zoals alleen fenomenen dat kunnen. Alweer een sportief hoogtepunt. 

     

    De trein raast door, want het rode Luik loert om de hoek. ASO is ook hier baas, dus er wordt gekoerst. Dat de wereldkampioen, amper een week na zijn triomf in Italië, met een te vroeg zegegebaar in het nieuws zou komen, kon niemand voorspellen. Van de regen in de drop in zeven dagen.

     

    Ploegleider Tom Steels voelt vandaag nog altijd de stroomstoten in zijn hart wanneer Alaphilippe 3 dagen later in Overijse dezelfde fout begaat. Nu met een positieve afloop, want zeer slim gesprint. En ook met dank aan Mathieu, die een ware nieuwelingenfout begaat. Het wordt gekker met de dag.

    Mama Corinne staat iets verderop ingetogen te genieten, zoals alleen moeders dat doen.

    Christophe Vandegoor

    Mooier dan vorige zondag wordt het niet. Een orgelpunt zonder weerga. Dé twee grote rivalen, Van Aert en Van der Poel, die de finale van de Ronde van Vlaanderen beslechten met de sprint van de pure wilskracht.


    We volgden de koers op de motor en zijn nog nooit zo onder de indruk geweest als op het moment waarop we het gat tussen het peloton - met allemaal renners die verdorie goed met een fiets kunnen rijden! - en de twee leiders overbrugden. Zo’n gat slaan op zo’n korte tijd…


    Twintig minuten na afloop krijgt Van der Poel opnieuw vochtige ogen wanneer we hem interviewen. Mama Corinne staat iets verderop de hond te strelen, gehurkt en met een ingehouden glimlach. Ingetogen genieten, zoals alleen moeders dat doen.

    De tranen van Mark Cavendish

    Van begin augustus tot de Ronde van Vlaanderen zat het profwielrennen in een rollercoaster. Reizen, koersen, reizen, emoties. Met een voortdurende dreiging van het virus in het achterhoofd. Onzekerheden en vragen maar toch doorgaan, alsof morgen niet bestond.

     

    Misschien daarom dat er sportief zo aanvallend en open werd gekoerst. Voor het eerst in mijn loopbaan heb ik achteraf een zekere vermoeidheid gevoeld omdat die achtbaan niet stopte. De verhoogde alertheid voor covid-19 zetten alle zintuigen voortdurend op scherp.

     

    Dit was bijvoorbeeld mijn 14e Tour, maar ik heb het gevoel dat ik plaatsen, streken en bergen veel intenser in me heb opgenomen dan anders. Telkens weer met het besef, ook bij de andere koersen, dat we iets speciaals aan het beleven waren.

     

    Stilletjesaan zoog het ons leeg, maar zonder enige twijfel waren dit de mooiste wielermaanden die ik ooit heb beleefd. En dan had het hoofdstuk Evenepoel in de Giro nog moeten volgen.

     

    Tot slot, één moment: de tranen van Marc Cavendish in Wevelgem. Puurder worden emoties niet. God damn, wat ga ik hem missen.

    Christophe Vandegoor