• home
  • video
  • pas verschenen

    Karel Fraeye spiekt bij Nederland voor oplossing 1B: "Lagere lonen & meer kans op promotie"

    " "

    Karel Fraeye analyseerde voor ons heel het seizoen elke maandag de 1B-competitie.

    Waarom kan in Nederland een tweede klasse binnen het profvoetbal wel levensvatbaar zijn en in België niet? Dat is de vraag die analist Karel Fraeye zich stelt naar aanleiding van de huidige crisis in ons voetbal. Hij ging spieken over de landsgrens. "Een volwaardige 2e klasse met lagere spelerslonen, meer kans op promotie en aangevuld met belofteteams, waarom niet?"

    Het voorbeeld van de Keuken Kampioen Divisie

    Naast de Eredivisie is bij de noorderburen ook de Keuken Kampioen Divisie actief in het profbestaan. Geen gedrocht met 8 clubs, maar een volwaardige competitie met maar liefst 20 ploegen, twee directe promovendi en een mogelijke derde die kan promoveren via een play-offsysteem met ook clubs uit de Eredivisie. 

     

    Niemand die klaagt over een teveel aan wedstrijden. Ook voor de interlandbreak heeft de KNVB een eenvoudige oplossing: clubs in de tweede klasse die niet wensen te spelen tijdens interlandvoetbal, kunnen simpelweg hun wedstrijd verplaatsen. 


    De salarissen liggen bij zowat alle clubs in de tweede afdeling een pak lager: het gros van de spelers voetbalt er voor 1.500 tot 3.000 euro netto per maand, met heel beperkte wedstrijdpremies. Jonge spelers investeren in zichzelf om zich in de kijker te spelen, in de wetenschap dat clubs spelers ook alle kansen bieden in het eerste elftal. 

    Twente werd vorig seizoen kampioen in de Nederlandse tweede klasse.

    Wat is er mis met semiprofessionele spelers in 2e klasse?

    Het grote verschil met België voor mij zit hem bij het beleid van de clubs. Want de hoogte van de lonen die de clubs uitkeren aan de spelers, die keuze maken ze echt wel zélf. En die lonen zijn vaak, ondanks alle RSZ-voordelen, gewoon buitensporig.

     

    Bij een tweede niveau binnen het profvoetbal horen eigenlijk logische hiërarchische consequenties: daar hoort een pak jeugdig aanstormend talent te voetballen, spelers die net iets te oud of net niet goed genoeg zijn voor het hoogste niveau en vooral veel Belgen. En automatisch daalt je loonmassa dan: jeugdspelers zijn zelden de grootverdieners en investeren in hun carriere.

     

    Dat een relatief jonge speler als Thomas Henry (topschutter OHL) vorig seizoen verschillende 1A-clubs links liet liggen voor een lucratiever aanbod in 1B, dat is de wereld op zijn kop. Ik vermoed en ben zeker dat ook supporters zich met deze verandering zouden kunnen verzoenen. Het aantal buitenlanders in 1B oversteeg het voorbije seizoen ruim de Belgische spelers en jong talent was op één hand te tellen.

     

    Het is ook niet zo dat de tribunes ineens uitpuilen om de buitenlandse talenten aan het werk te zien, noch dat er indrukwekkende uitgaande transfers te melden zijn.

    Dat een relatief jonge speler als Thomas Henry (topschutter OHL) vorig seizoen verschillende 1A-clubs links liet liggen voor een lucratiever aanbod in 1B, dat is de wereld op zijn kop.

    Karel Fraeye

    Wat is er eigenlijk mis met spelers die semiprofessioneel actief zijn in een 2e afdeling?  Veelal wordt er enkel in de ochtend of een keer per dag getraind. Spelers kunnen makkelijk zelf kiezen of ze daarnaast nog een halftijdse baan of bijverdienste willen. Glenn Neven bijvoorbeeld, de absolute sterkhouder bij Lommel SK, werkt naast zijn voetbalcarrière steeds minimaal halftijds.

     

    Clubs met directe promotie-ambitie en die een licentie voor 1A willen bemachtigen, zouden echter in dat kader vanzelfsprekend volledig professioneel moeten werken. Clubs willen via promotie weg uit 1B en moeten daarvoor waanzinnig investeren. Maar ook in de strijd om het behoud werden de budgetten elk jaar groter en groter. Spelerslonen verschilden nog nauwelijks met een aantal clubs in 1A.

    Thomas Henry.

    Maak promotie realistisch en maak van degradatie geen ramp

    Waarom dit probleem niet duurzaam oplossen? Maak promotie realistisch en maak van degradatie geen ramp. Leer andermaal van onze noorderburen. Als 3 of 4 clubs uit 1A elk seizoen degraderen, promoveren er dus ook weer 3 of 4. Een bijzonder simpele logica die ervoor zorgt dat wanneer een club als Eupen, Waasland-Beveren of Cercle Brugge het jaar nadien uitkomt in de 2e klasse, zij met een realistisch sportief en extra-sportief beleid het seizoen daarop hun plek weer moeten kunnen innemen.

     

    Zo ontstaat er bovendien een veel grotere spankracht in beide competities, waar een hervorming nu echt wel onvermijdelijk is. Kans op promotie in het huidige format is te onwaarschijnlijk: een periode winnen en de finalewedstrijden winnen en dat in een financieel onaantrekkelijke competitie. Zelfs voor het behoud van de profstatus hadden KSV Roeselare en Sporting Lokeren elkaar sportief 9 (u leest het goed, 9) keer partij moeten geven.

     

    In Nederland zijn er heel wat jojo-ploegen: onder andere De Graafschap, Go Ahead Eagles, NAC Breda, ... De Graafschap en NAC spelen in beide reeksen voor een pak volk.  Het is het lot van clubs die niet over de torenhoge budgetten beschikken, maar daar is toch niks mis mee? Integendeel: als een club na jaren degradatiestrijd en weinig gewonnen matchen uiteindelijk toch degradeert, is het voor supporters eens fijn om een nieuwe promotiestrijd mee te maken en bovenin mee te draaien.

    De oplossing: een volwaardige 2e klasse met gezonde budgetten

    Een volwaardige Tweede Klasse, eventueel aangevuld met interessante belofteteams, waarom niet? De huidige clubs, aangevuld met Deinze, Seraing, Lierse, RWDM, Dender,... Binnen die reeks horen clubs minimaal semiprofessioneel actief te zijn.

     

    In Nederland behoren enkel nog Jong Ajax, Jong PSV, Jong AZ en Jong Utrecht tot het hoogste niveau. Ajax, PSV en AZ: niet toevallig de clubs die investeren in een uitstekende jeugdopleiding. Enkel Jong Ajax slaagt erin om elk jaar de top te spelen.


    Met andere woorden, clubs die (nog) geen ambitie hebben om de promotie naar 1A af te dwingen, moeten zich niet in gevaarlijke situaties storten of hun heil zoeken in buitenlandse investeerders. Een gewoon gezond beleid aangepast aan de ambitie moet volstaan om hun club actief te laten zijn binnen het ruime kader van het profvoetbal. 

    Karel Fraeye