• home
  • video
  • pas verschenen

    Sporza @school #9: hoe kan een mens 3 keer zijn eigen gewicht heffen?

    We sluiten onze week op de leukste school van het land, de Sporza-school, af met een les over de geschiedenis van het gewichtheffen. Zware materie dus.

    In heel wat oude beschavingen waren er al competities om te bepalen wie de sterkste man van de streek is. Toch is gewichtheffen een vrij recente sport. In 1891 zijn pas de eerste Wereldkampioenschappen en 5 jaar later staat het ook op het programma van de eerste moderne Olympische Spelen.

     

    Het gewichtheffen wordt dan nog beschouwd als een zijtak van de atletiek, maar de regels zijn wel nog een zootje. Er zijn geen gewichtsklassen, waardoor iemand van 150 kilogram het gewoon kan opnemen tegen iemand van 80 kilogram. Er zijn 2 onderdelen: eenhandig en tweehandig.

     

    Pas vanaf de Olympische Spelen van 1920, in Antwerpen, worden de verschillende gewichtsklassen in de wereld geroepen, zodat de competitie een stuk eerlijker wordt.

     

    Geleidelijk aan krijgen we ook de opdeling in trekken (in één beweging boven het hoofd tillen) en stoten (in twee bewegingen boven het hoofd tillen, met een "rustfase" op de schouders). Wie in beide onderdelen samen het meeste gewicht heft, is de kampioen.

    Aleksejev

    Sergej Aleksejev is een van de meest legendarische gewichtheffers uit de geschiedenis.

    4 Belgische medaillewinnaars, wordt Nina Sterckx nummer 5?

    België behaalde 4 medailles op de Olympische Spelen in het gewichtheffen. In 1920 was Frans De Haes in zijn eigen Antwerpen de beste in de klasse tot 60 kilogram, de zogenoemde pluimgewichten. Veel geluk kende De Haes nadien niet, want in 1923 stierf hij aan de griep.

     

    De meest tot de verbeelding sprekende Belgische krachtpatser is zonder twijfel Serge Reding. De Brusselaar was in de jaren 60 en 70 een van de grote (letterlijk en figuurlijk) jongens in de zwaarste gewichtsklasse. Op de Spelen van Mexico, in 1968, moest hij enkel de mythische Rus Zjabotinski laten voorgaan.

     

    Net als De Haes was ook Reding geen lang leven beschoren. Heel zijn leven bleef er een mysterieuze waas rond onze landgenoot hangen. Hij stierf op zijn 33e al in de Filipijnen, onder verdachte omstandigheden.

     

    De laatste jaren was Tom Goegebuer de vaandeldrager van het gewichtheffen in België. Hij nam 3 keer mee aan de Olympische Spelen, maar kon in het (doping)geweld in tegenstelling tot zijn voorgangers niet meedoen om de prijzen.

     

    Dat is in de toekomst misschien wel weggelegd voor de piepjonge Nina Sterckx, een leerling van Goegebuer. Sinds 2000 mogen vrouwen ook deelnemen in het gewichtheffen op de Spelen. Ingeborg Marx was toen de Belgische pionier. Maar van Sterckx - what's in a name - wordt nog meer verwacht. Zij stapelt in de jeugdreeksen de titels en wereldrecords op.

    Serge Reding duwt een wereldrecord: 228 kilogram

    De Broekzak Hercules vs. de superzwaargewichten

    Gewichtheffen op de Olympische Spelen heeft altijd tot de verbeelding gesproken van de mensen. De beelden zijn dan ook vaak bijzonder spectaculair. Vooral de bantam- en vedergewichten (de lichtste klassen) en superzwaargewichten (de zwaarste klasse) springen in het oog.

     

    De lichtste klassen spreken aan, omdat je atleten ziet van nauwelijks een tandenstoker hoog die gewichten de lucht insteken om van te duizelen. De bekendste naam hier is de Turk Naim Suleymanoglu, met de toepasselijke bijnaam de Broekzak Hercules. Suleymanoglu, amper 147 cm groot, stak meer dan 3 keer zijn eigen gewicht (62 kg) omhoog. Hij veroverde 3 gouden medailles op de Spelen.

     

    Meer dan 100 kilogram zwaarder zijn de superzwaargewichten, waarvan de Rus Sergej Aleksejev de grootste naam is. Tegenwoordig is de Georgiër Lasja Talachadze de topper in deze klasse. Op het voorbije WK vestigde hij 3 wereldrecords: trekken (220 kg), stoten (264 kg) en totaal (484 kg).

    Suleymanoglu trekt en stoot een wereldrecord in Seoel

    De meest ontroerende kampioen: Matthias Steiner

    Gewichtheffers hebben de naam ruige, bijna beestachtige, sporters te zijn. Het verhaal van Matthias Steiner bewijst nochtans het tegendeel.

     

    Steiner werd geboren in Oostenrijk, waarvoor hij in 2004 aan de Spelen (zonder groot succes) deelnam. Kort daarna zag een Duitse vrouw hem aan het werk op tv. Ze viel de commentatoren lastig met de vraag om zijn mailadres te geven. De Duitse vrouw, Susann, en Steiner kwamen uiteindelijk toch in contact met elkaar en niet veel later traden ze ook in het huwelijksbootje.

     

    Maar toen sloeg het noodlot toe: Susann kwam om in een auto-ongeluk, één jaar voor de Spelen van Peking. Steiner belandde bijna in een depressie, maar kon zich net op tijd herpakken met het oog op de Spelen. 

    Tot eenieders verbazing werd Steiner olympisch kampioen. Na zijn laatste poging, die hem het goud opleverde, zorgde hij voor een van de meest legendarische vreugde-uitbarstingen uit de olympische geschiedenis. Op het podium liet de reusachtige beer zijn emoties de vrije loop. In zijn handen: een foto van zijn overleden vrouw.

    De weg naar goud van Matthias Steiner

    Als het foutloopt in het gewichtheffen heeft dat soms pijnlijke gevolgen