• home
  • video
  • pas verschenen

    The road to Tokio: hoe liggen de kaarten van de Belgische sporters?

    Op 24 juli 2020 beginnen de Olympische Zomerspelen in Tokio.

    De aftelklok is nu helemaal ingedrukt: gisteren was het nog 500 dagen tot het begin van de Zomerspelen in Tokio. De Sporza-redactie kijkt hoe de kansen van de Belgische sporters momenteel kunnen worden ingeschat. Wie zit op schema voor Tokio 2020? En wie heeft nog (veel) werk voor de boeg?

    Als Thiam haar niveau haalt, kan niemand haar bedreigen

    Nafi Thiam veroverde in 2016 goud in de zevenkamp. Blessurevrij blijven wordt haar
    grootste uitdaging. Dan zal ze altijd de te kloppen vrouw blijven. Als ze op niveau is, is er op dit ogenblik niemand die haar kan bedreigen.

     

    Op de marathon lijkt Koen Naert dankzij zijn Europese titel een medaillekandidaat,
    maar een EK is nog iets anders dan een WK of de Spelen. De Afrikaanse concurrentie is moordend: Kenia, Ethiopië, Tanzania, Oeganda,... Veel hangt af van de omstandigheden en de voortvarendheid van de Afrikanen, maar een top 10-plaats zou geweldig zijn.

     

    De Belgian Tornados, de 4x400m-aflossingsploeg bij de mannen, moet in principe de finale lopen. In Rio waren ze erg dicht bij een medaille en Jonathan Sacoor is een pluspunt. Maar Kevin en Jonathan Borlée worden een jaartje ouder en ze lopen nog maar weinig chrono's onder de 45 seconden.

     

    Ze kunnen overwegen om meer te focussen op de estafette dan op de individuele 400 meter, maar veel hangt af van hoe ze zich voelen, of ze blessurevrij zijn, welke tijden ze lopen en wanneer ze de limiet hebben. Een individuele finale is uitgesloten voor de tweeling, voor Sacoor komt Tokio op dat vlak nog te vroeg. Hij komt als piepkuiken bij die sterke atleten terecht.

    Verlengt Nafi Thiam haar olympische titel?

    Bolingo: indoor is outdoor niet

    Een finale mag je van de Belgian Cheetahs, de 4x400meter bij de vrouwen, niet verwachten. We mogen ons vooral niet blindstaren op een EK, want op de Spelen krijg je met onder meer de VS, Jamaica en de Bahama’s erg zware concurrentie.

     

    Cynthia Bolingo pakte op het EK indoor zilver op de 400 meter, maar indoor is totaal iets anders dan outdoor. Haar progressie is fenomenaal, maar de disciplines kun je niet vergelijken. Afwachten wat de zomer dus brengt.

     

    In het discuswerpen blijft Philip Milanov een vraagteken. Hij heeft de laatste jaren te vaak ontgoocheld en maakt geen progressie in afstand. Milanov bezwijkt ook vaak onder de druk in de kwalificaties. Dat vraagteken blijft ook bij Thomas Van der Plaetsen, voor wie blessurevrij blijven de sleutel is. Een medaille is sowieso veel te hoog gegrepen.

     

    Renée Eykens zal onder de twee minuten moeten lopen. Ze is een karakterkop en was in Rio een aangename verrassing. Een finale is nagenoeg uitgesloten, maar Eykens is wel atypisch. Veel Belgische atleten sneuvelen vaak in de reeksen, maar zij is slim genoeg om daar mee te kunnen omgaan. 

    Cynthia Bolingo pakte enkele weken geleden in Glasgow zilver op het EK indoor op de 400 meter.

    Derwael heeft speling tegenover concurrentes

    Voor de Belgian Cats, de nationale basketbalploeg, zal veel afhangen van Ann Wauters, die toch nodig is. Ze revalideert goed, maar het duurt nu al een tijdje. De Cats moeten zich nog plaatsen voor Tokio en dat is haalbaar, maar de vierde plaats herhalen van het WK is zeker geen evidentie. De concurrentie zal zwaarder zijn. Heel wat landen, zoals Rusland en Tsjechie, zijn aan een remonte bezig.

     

    In de artistieke gymnastiek is Nina Derwael natuurlijk onze troefkaart. Zij heeft op het WK bewezen dat ze met de druk kan omgaan. Daar was het ook van moeten en is het gelukt. Er is ook speling tegenover haar concurrentes. Zelfs een iets mindere Derwael moet in staat zijn om olympisch kampioene te worden.

     

    Met Dirk Van Tichelt konden ook de judoka’s oogsten in Rio, maar de dominante Belgische judoka’s van jaren geleden zijn er niet meer. Die constante in de prestaties is weg. Op de Spelen kan de kleinste fout fataal zijn. Je kunt de beste judoka zijn in je klasse, maar enkele seconden onoplettendheid kunnen het einde betekenen.

     

    Dat is Dirk Van Tichelt overkomen in Londen, maar in Rio gaf niemand hem een kans
    na een superzware loting en pakte hij toch brons. Van Tichelt is nu geblesseerd en zal moeten knokken om zich te kwalificeren. Ook Toma Nikiforov herstelt van een blessure. Een gebrek aan regelmaat is ook het verhaal van Charline Van Snick. Matthias Casse zal er wel bij zijn en toont als beginnende senior wel regelmaat in zijn resultaten.

    Nina Derwael werd vorig jaar wereldkampioene aan de brug met ongelijke leggers.

    Plasschaert moet vooral bevestigen

    Terwijl de Belgische golfers misschien meer belang hechten aan presteren op een Major dan op de Spelen, is het bij de taekwondoka’s opvallend stil geworden na de Spelen in Rio. Dat is meestal geen goed teken.

     

    De Belgische paardensport boert goed, maar om een of andere reden vormen de Belgische ruiters geen geslaagd huwelijk met de Spelen. De Wereldruiterspelen vielen ook tegen. En liggen onze tennissers nu al wakker van Tokio?

     

    De Belgische volleybalmannen maken kans op deelname, roeiers Tim Brys en Niels Van Zandweghe moeten zeker mikken op de A-finale. Dat duo vult elkaar goed aan, pakte een medaille op het WK en won de Wereldbeker. Dan moet een medaille eigenlijk de ambitie zijn. Zeilster Emma Plasschaert is dankzij haar wereldtitel helemaal uit de schaduw van Evi Van Acker getreden en moet nu vooral bevestigen.

     

    De Belgische belofteploeg in het voetbal nog eens op de Spelen zien, zou zeer leuk zijn. Remember Peking. De volgende generatie moet zich nu maar eens tonen op het EK, waar ze zich moeten kwalificeren. Maar dat zal zeer moeilijk zijn.

    Wereldkampioene zeilen Emma Plasschaert.

    Tokio kan hoofddoel zijn van Campenaerts

    Greg Van Avermaet is in Tokio titelverdediger, maar het is sowieso nog veel te vroeg om voorspellingen te doen over de wegrit. In de tijdrit is Victor Campenaerts natuurlijk een medaillekandidaat.

     

    Hij heeft het al een paar keer bewezen op een kampioenschap en dat waren geen toevalstreffers. Concurrenten zoals Tom Dumoulin zullen volgend jaar misschien eerst mikken op de Tour en daarna Tokio als toetje nemen, maar Campenaerts kan er zeker zijn hoofddoel van maken.

     

    Op de piste was het WK van begin deze maand niet hoopgevend. Jolien D’hoore en Lotte Kopecky vielen door de mand in de ploegkoers. Daar moet duidelijk worden wat het probleem was en of er nu nog een probleem is. Want van die discipline wordt heel veel verwacht.

     

    Nicky Degrendele kon haar wereldtitel in de keirin niet verlengen en kaartte de grote mentale druk in het jaar na haar wereldtitel aan. Op de Spelen zal dat maal tien zijn. Alles wordt er nog eens uitvergroot en daar zal ze mee moeten leren omgaan.

     

    Bij de mannen lijkt Kenny De Ketele/Robbe Ghys het vooruitgeschoven koppel voor de ploegkoers. De Ketele ontgoochelt nooit en heeft recht van spreken om te zeggen dat hij met Ghys wil rijden. Hun resultaten liegen niet. Als je wil scoren op de piste, dan moet je ook alleen met de piste bezig zijn. Ghys is bovendien nog jong en biedt dus perspectief voor de toekomst.

    Victor Campenaerts: goud op het EK en brons op het WK tijdrijden in 2018.

    Ultieme bekroning voor Red Lions?

    De hockeyteams, de Red Lions en de Red Panthers, moeten zich nog plaatsen. Voor de mannen mag dat zeker geen probleem zijn, maar dat geldt ook voor de vrouwen op basis van hun recente resultaten in de Hockey Pro League. Het EK in Antwerpen is straks een eerste mogelijkheid.


    De Lions pakten in Rio zilver en werden eind vorig jaar wereldkampioen. Die titel doet de mannen meer dan ooit geloven dat de ultieme bekroning in Tokio mogelijk is. De vrouwen maken dan weer optimaal gebruik van de Pro League om vooruitgang te boeken. In 2012 werden ze 11e, in Tokio moet de lat hoger liggen.

    Tranen bij de Red Lions in Rio.

    Timmers kan als geen ander pieken

    Bij de zwemmers kan Pieter Timmers als geen ander pieken. Dat heeft hij in Rio bewezen met zijn zilveren medaille. Met de nieuwe wedstrijden in de International Swim League zal hij beter voeling kunnen houden met de internationale concurrentie en dat zal stimuleren. Als hij gezond blijft, is hij ook in Tokio een medaillekandidaat.

     

    Louis Croenen vond bij coach Ronald Gaastra dan weer de drive. Een finale op de 200m vlinder is zeker het doel en het WK komende zomer kan een indicatie zijn om te zien hoe hoog Croenen mag mikken op de Spelen. Fanny Lecluyse en Kimberly Buys moeten mikken op finales op de 200m schoolslag en de 100m vlinderslag. Een aflossingsploeg op de 4x100m vrij bij de mannen is een doel.

     

    Bij de triatleten, tot slot, werd Marten Van Riel 6e bij zijn olympisch debuut. In Tokio zal hij 27 jaar zijn en dat is de ideale leeftijd om een echte gooi te doen naar het podium. Als hij dit jaar op zo’n podium staat in één van de World Triathlon Series, dan weten we dat hij volgend jaar echt voor een medaille kan gaan. Het blijft bij Marten wel voortdurend opletten voor blessures.

     

    Jelle Geens heeft veel vooruitgang geboekt in 2018, bij de vrouwen lijkt alleen Claire Michel echt zeker van een plaats die recht geeft op deelname. Valerie Barthelemy zal nog punten moeten pakken voor zekerheid. Als de vier triatleten zich individueel plaatsen, dan hebben we automatisch een aflossingsteam. Anders moet het via de ploegenranking of een extra plaatsingswedstrijd gebeuren. Als het kwartet mag afreizen, dan moet iedereen top zijn voor een dichte ereplaats.

    Pieter Timmers, een van de zes Belgische medaillewinnaars in 2016.