• home
  • video
  • pas verschenen
  • win!
  • quiz & opvallend

    Karakterkoppen in de Tour: opgeven is geen optie voor deze renners

    Martin kwam in de tweede rit naar Luik ten val.

    Tony Martin (32) rijdt al enkele dagen rond met een (lichte) hersenschudding. De Duitser kwam op de tweede dag van de Tour ten val, maar weigert op te geven. Hij is niet de eerste renner die in de Tour op zijn tanden bijt ondanks een (zware) blessure.

    2012 en 2013: Martin gaat door en wint zelfs nog rit

    Tony Martin vindt misschien wel bij zichzelf de nodige inspiratie. In 2012 en 2013 zat Martin al eens in een gelijkaardige situatie.

    In 2012 sloeg het noodlot al in het openingsweekend toe, twee keer zelfs. Martin zag een zege in de proloog na een lekke band door zijn handen glippen en kwam in de eerste rit in lijn ook nog eens ten val. Martin liep een polsbreukje op, zette nog enkele dagen door, maar verliet de Tour na de eerste rustdag.

    Een jaar later was Martin opnieuw een slachtoffer in de Tour. In de openingsrit op Corsica was de Duitser betrokken bij een massale valpartij.

    Deze keer was er geen breuk, maar Martin stond vol blutsen en builen. De Quick-Step-renner weigerde opnieuw te plooien. Meer nog: Martin won de 11e etappe, een tijdrit over 33 kilometer.

    2003: de sleutelbeenbreuk van Tyler Hamilton

    Het prototype van een renner bij wie opgeven in de Tour niet in zijn woordenboek stond, is wellicht Tyler Hamilton. In 2003 reed de Amerikaan van CSC de Tour uit met een sleutelbeenbreuk.

    Hamilton, die dat jaar ook al onder meer Luik-Bastenaken-Luik had gewonnen, liep zijn sleutelbeenblessure al in de eerste etappe op. Maar Hamilton verbaasde vriend en vijand door op zijn fiets te blijven.

    De Amerikaan ging zelfs nog een stapje verder: Hamilton won de 16e etappe na een solo van liefst 142 kilometer. Hij werd ook nog eens 4e in het eindklassement, maar later werd duidelijk dat Hamilton een aandeel had in de Operacion Puerto-zaak.

    2011: de prikkeldraad van Hoogerland

    Wie denkt aan blessures in de Tour, denkt uiteraard aan Johnny Hoogerland. De Nederlander zat in 9e rit in 2011 in de kopgroep met onder meer Juan Antonio Flecha, maar een volgauto zorgde voor een onwaarschijnlijk scenario.

    De onvoorzichtige bestuurder schepte een deel van de kopgroep op. Hoogerland belandde in de prikkeldraad, reed de rit met bebloede benen uit en mocht die dag de prijs van de strijdlust in tranen ontvangen. Hoogerland reed de bewuste Tour uit en stopte vorig jaar met koersen.

    2011: nog meer ellende bij Vacansoleil

    In datzelfde jaar was er nog meer ellende bij de Vacansoleil-ploeg. Thomas De Gendt kwam in de eerste Tour-week ten val en kreeg ook nog eens last van een liesontsteking.

    Maar karakterkop De Gendt beet door en zette een verbluffend slotweekend neer. Hij eindigde 5e in de 19e rit naar Alpe d'Huez en werd op de voorlaatste dag nog 3e in de tijdrit in Grenoble.

    2015: Hansen wil recordpoging niet staken

    Adam Hansen, tegenwoordig ploegmaat van Thomas De Gendt bij Lotto-Soudal, weet wat pijn verbijten op een fiets betekent.

    De Australiër kwam in de tweede rit van de Tour in 2015 ten val en liep een zware schouderblessure op. Enkele weken voor die Tour had Hansen al een gelijkaardig schouderletsel opgelopen.

    "Ik eet pijn als ontbijt", liet de Aussie destijds optekenen. Hansen gaf niet op, ook al omdat hij zijn recordpoging niet wilde onderbreken. In deze Tour rijdt Hansen zijn 18e grote ronde op een rij.

    1975: Merckx incasseert vuistslag en breekt kaak

    Eindigen doen we met Eddy Merckx, die in 1975 een verbeten duel uitvocht met Bernard Thévenet.

    Het succes van Merckx lokt niet alleen bewondering uit. In Frankrijk groeit langzaam een anti-Merckxsfeer. Die kent een triest hoogtepunt in 1975, het jaar nadat Merckx zijn vijfde Tour heeft gewonnen. Merckx krijgt een klap tijdens de klim naar Pra Loup.

    Tot overmaat van ramp breekt hij kort daarna zijn kaakbeen, maar opgeven doet hij niet. Merckx eindigt in die Tour nog 2e.