• home
  • video
  • pas verschenen

    Michel Wuyts over de Ronde 1999: "Van Petegem knipoogde naar mij"

    Neen, er komt zondag geen Ronde van Vlaanderen, of toch geen klassieker op de weg. Michel Wuyts zal zich kunnen uitleven tijdens de editie op de rollen, maar onze commentator duikt ook in het archief. Hij staat in zijn vaste rubriek stil bij de Ronde van 1999.

    Bekijk het verslag van de Ronde van Vlaanderen in 1999:

    Periodeschets

    Het tweede luik van de legislatuur van Museeuw naderde zijn einde. De leeuw had al drie Ronden op zak. Een vierde zou de logica geweest zijn, ware het niet dat gangreen hem na zijn val in de hel van ’98 parten speelde.

     

    Museeuw reed in het voorjaar erna op halve kracht en wees Van Petegem als zijn opvolger aan. In de waan dat de overname van de macht tijdelijk zou zijn.

     

    Van Petegem had respect voor zijn grote voorbeeld en zou het niet over het hart krijgen hem openlijk te vernederen. Die wederzijdse genegenheid hielp bij het interpreteren van de koers.

     

    Met Vandenbroucke was dat anders. Frank zei Museeuw vlakaf dat hij een groter kampioen zou worden. De introverte West-Vlaming aanhoorde het verbale geweld en sloeg het op.

     

    Vandenbroucke reed nu voor Cofidis en zou Museeuw voortaan bestoken. Vandenbroucke teerde op aanvalslust, Museeuw op verbetenheid, Van Petegem op intelligentie en absolute hoogvorm. 

    Voorspel

    Vandenbroucke had dat jaar op verbluffende wijze de Omloop Het Volk gewonnen. In rotweer wees hij alle tegenstand met gemak naar af.

     

    De sluwe Van Petegem piekte later. In de E3 Harelbeke speelde hij een spel van kat en muis met Vandenbroucke, Tchmil en Bartoli. Hij gaf demonstaties op de bergjes, liet de Italiaan en de jonge Belg wat kwispelen, maar toonde in een machtige sprint zijn gezelschap fluitend de rug.

     

    Voor Vandenbroucke was dat een tik. De dreun kwam vijf dagen later. De Driedaagse van De Panne draaide uit op een scherp duel. Een psychologische strijd met op de Ronde in zicht. De tijdrit op de slotdag zou over eindwinst beslissen.

     

    Van Petegem stond 7 seconden voor Vandenbroucke. Over 14 kilometer zou Frank dat varkentje wel wassen. Hij won, maar Van Petegem gaf slechts twee seconden prijs.

     

    Na de podiumceremonie hoorde ik Frank met zijn vader bellen. "Mais je ne peux pas le battre, papa", klonk hij huilerig. Vandenbroucke wist dat hij de zondag erop met verrassende acties  moest uitpakken.

     

    De ochtend van de vierde april – de Rondedag - deed een hardnekkig gerucht de ronde. Vandenbroucke en zijn bloedsbroeder Gaumont zouden na een nachtelijke uitje nauwelijks hun bed gezien hebben.

     

    Dat Gaumont voor het ochtendgloren het hotel binnenstapte was een feit. Dat de naam Vandenbroucke viel, was wellicht het gevolg van gebruikelijke overdrijving of van zijn recent opgebouwde reputatie. Feit is dat in ‘Ik ben God niet’ alleen Gaumont als fuifbeest aangeduid werd. 

    De ochtend van de vierde april – de Rondedag - deed een hardnekkig gerucht de ronde. Vandenbroucke en zijn bloedsbroeder Gaumont zouden na een nachtelijke uitje nauwelijks hun bed gezien hebben.

    Michel Wuyts

    Het verloop

    Na 80 kilometer reed een groep van circa 20 man weg. Moedigen of overmoedigen? Dat frivole pakket kreeg de allures van een elitegroep door de opmerkelijke aanwezigheid van de ploegmaats Vandenbroucke en Gaumont. Hun betrokkenheid zaaide onrust in de gelederen. Het was meer dan een grappig intermezzo.

     

    Bij een voorsprong van 1’45” liet Vandenbroucke zich afzakken ter hoogte van mijn motor en vroeg: "Hoeveel hebben we?" Na het antwoord morde hij en trok hij prompt naar het front. Het tempo ging fors de hoogte en daar klonk de stem van informant Marc Bollen: "Twee minuten, deux minutes."

     

    Frank hernam zijn functie in het raderwerk en verspilde verder niet meer energie dan nodig. Gaumont gaf nu ondanks zijn nachtelijke vermoeienissen het volle pond. Té vol. In de Paddestraat, in Velzeke, ging hij wild de bocht in en kwam hij er schuivend uit. Niet zonder zijn ellenboog te breken.

     

    Gedaan met Gaumont, gedaan ook met het geolied lopen van de vlucht. Na een begeesterende ontsnapping van 100 kilometer werd de vluchtgroep gegrepen. Had Vandenbroucke zijn kansen verkwanseld?

    Boezemvrienden Gaumont en Vandenbroucke.

    Op de Oude Kwaremont – de poort naar de finale – dreven ex-winnaar Rolf Sørensen en de helpers van Van Petegem het tempo op. Vooral Knaven en Van Bondt hielden de Peet op voorbeeldige wijze in de vuurlijn. Van Petegem toefde na jaren zoeken en tasten eindelijk in betrouwbaar gezelschap.


    Van wind was nauwelijks sprake. Na iedere uitdunning op een helling kwam weer volk terug. Gevolg was dat een omvangrijke favorietengroep zich aan de voet van de Muur aanbood. Wie zou de boel uiteenrijten?

     

    Geen aanvaller, wel een val. Museeuw en Van Petegem, gepokt en gemazeld in de Rondekunde, draaiden als eersten op. De derde man kantelde en deed bij gevolg alle andere dominostenen vallen.

     

    Een kluwen van staal en gebeente bedekte de kasseien. Erbij: Vandenbroucke en wereldbekerleider Tchmil. Sprak voor zich dat de broeders Van Petegem en Museeuw van jetje gaven. In de achtergrond raakte het kluwen maar niet ontrafeld. Conclusie: de koers zat erop. De leeuw en zijn welp trokken samen over de Muur.


    Helemaal exact is dat beeld niet. Waar is dat Van Petegem in de lastige bocht voor het Hemelrijk zijn overwicht demonstreerde. Hij stampte fors, Museeuw boterde wankel. Van Petegem had het risico kunnen nemen alleen naar Meerbeke te knallen, maar deed dat niet. Pienter als hij was liet hij de Gistelnaar aansluiten.


    Museeuw kon hem tussen Bosberg en Denderwindeke met kloeke aflossingen van dienst zijn. Strak plan. Eén Van Petegem, twee Museeuw. In Moerbeke was het pleit beslecht.

     

    Tot uit de achtergrond de deus ex machina opstond. Op het pittig oplopende betonstuk tussen de geknotte bomen voor de Bosberg dook Vandenbroucke op. Wiegend, zwierig, de prominente neus richting het koningskoppel.

    Tot uit de achtergrond de deus ex machina opstond. Op het pittig oplopende betonstuk tussen de geknotte bomen voor de Bosberg dook Vandenbroucke op. Wiegend, zwierig, de prominente neus richting het koningskoppel.

    Michel Wuyts

    "We zijn ermee daar", riep ik op antenne. Slimmerik Van Petegem liet het niet zomaar gebeuren. Hij versnelde op de berg en dwong Frank nog wat dieper in zijn buidel te tasten. Boven sloot Vandenbroucke aan.


    Eén Belg, twee Belgen, drie Belgen. De weelde kon niet op. Ondanks de verdeling in ons wielerlandschap. Daar reed voor iedere supporter een idool. Neen, aanvallen deed Vandenbroucke niet. De inspanningen wogen zwaar en hij wist verdomd goed dat ook Museeuw hem zou terughalen.


    Na de bocht van Derderwindeke denderden de drie naar Ninove en daar, op die brede steenweg, beleefde ik één van de mooiste momenten uit mijn carrière.Ik droeg motorrijder Jos Dewit op de drie voorbij te laten schuiven.


    Op antenne beschreef ik hun aangezichten. Vandenbroucke, op zijn hoede. Museeuw, de pijn camouflerend. En toen peddelde Van Petegem in beeld. Hij zag mijn intenties, knipoogde naar me en schudde traag maar zeker van ja. Meer zelfzeker kon een mens zich na 260 kilometer niet tonen. Ik wist genoeg.


    En toch beging Van Petegem even voorbij de vod schijnbaar een stommiteit. Hij viel vol aan en sloeg een bres van dertig meter. Sprak voor zich dat Museeuw niet reageerde. Vandenbroucke herpakte zich na een aarzeling en stoof achter de Peet aan. Veel maakte hij niet goed. En toch. Het kon niet op met de onverwachte wendingen. Van Petegem hield vanuit winnende positie in.


    "Een pistemanoeuvre om Frank helemaal te destabiliseren", verklaarde hij na afloop. Kan best zijn. De Peet had zich in de Gentse Kuip tot pistier laten scholen. Resultaat: sprint met drie.

     

    Van Petegem nestelde zich in het midden, keek beurtelings rechts en links, ving beide heren vinnig op en wees ze met een weergaloze sprint naar af. Hij hief zijn gebruinde armen ten hemel, stak een slangentongetje uit en maakte zijn ultieme jongensdroom waar.


    Vandenbroucke werd ontgoocheld tweede, Museeuw nam vrede met zijn derde plaats. Het zou tot Boonen 2005 duren vooraleer de wereld nog zo’n kolkende Rondefinale zou zien. 

    Het naspel

    Vier dagen later, op woensdag 7 april, stond ik in Oostende het door de wind uiteengeslagen peloton op te wachten. Gent-Wevelgem deed de reputatie van waaierkoers alle eer aan. Vijf golven waaiden voorbij.

     

    Aan de staart van de allerlaatste bloosde en zuchtte Van Petegem. Hij merkte me ook nu op, blies ostentatief een gat in de zeewind en stak andermaal zijn tong uit.

     

    Een vol blad deze keer, tot aan het puntje van zijn kin. De feestnacht in het Jagershoekske in Brakel, zijn stamcafé, eiste een zware tol. Peter liet die dag de boel lopen.

     

    Museeuw van zijn kant loodste op sublieme wijze ploegmaat Tom Steels naar een schitterende zege. De welp zou de ernst van de leeuw pas de volgende jaren opdoen.

    Michel Wuyts