Ei zo na een medaille voor Chloé Caulier in het boulder: Alles wat u moet weten over "nieuwe" klimdiscipline

    Onbekend voor het grote publiek, maar bemind door klimmers. Boulder – de “nieuwe” muurklim-discipline op de Europese Kampioenschappen - gooit hoge ogen in München. Zeker voor ons land. Met klimster Chloé Caulier greep ons land net naast een medaille op het EK. Dat belooft voor de toekomst. Nog niet op de hoogte van het boulderen? Hoog tijd om daar verandering in te brengen.

    Holder-de-boulder

     

    Het is een vreemd zicht op de Europese Kampioenschappen in München. Een muurklimcompetitie die begint met een sprintje. Van zodra het startschot wordt gegeven in de “boulder”-wedstrijd, gaat er een gordijn open en hollen de deelnemers zo snel mogelijk naar de rotsachtige klimmuur.  

     

    Niet verwonderlijk: De klimmers krijgen namelijk maar vier of vijf minuten de tijd om een ronde af te werken. Één ronde bestaat erin om een kort parcours (ongeveer 4,5 meter) naar boven te klimmen. 

     

    Een belangrijke kanttekening: de klimmers gaan zonder touw of andere zekeringen naar boven. Enkel een oerdegelijke valmat moet soelaas brengen bij een tuimelperte. 

     

    Valt u uit de lucht? Geen zorgen.  

     

    Geen zekering, een parcours van slechts 4,5 meter hoog, een “rotsachtige” klimmuur … Alles wat u moet weten over de nieuwe discipline op het EK vindt u hier.

    Onze landgenote Chloé Caulier is absolute wereldtop in het boulderen.

    De discipline blijft met dit concept trouw aan zijn afkomst. Alpinisten trokken in de vorige eeuw al de rotsen van Zuid-Frankrijk in om daar op minder hoge afstand evenwichtsoefeningen uit te voeren. Om zo te trainen voor het echte werk in de Alpen of Apennijnen.

     

    Vrij vertaald uit het Engels betekent "boulder" dan ook rots.  

     

    Het trainingsformat groeide de laatste jaren - door zijn toegankelijkheid - uit tot een hype in de klimgemeenschap. Voor vele toeschouwers op de Europese Kampioenschappen was het een eerste ontmoeting met de muurklimdiscipline, maar “boulderen” klom enkele jaren geleden al op tot een olympische discipline. 

     

    Aan de hand van de wedstrijd van onze landgenote Chloé Caulier fileren we de “nieuwe” discipline, die ons vandaag ei zo na een medaille op het EK opleverde.

    Chloé Caulier brengt u op de hoogte

    "Time is money", bij het boulderen. 

     

    Voor elke ronde moeten de klimmers wachten achter een gordijn. Wanneer ze een teken krijgen, lopen ze zo snel mogelijk naar de klimmuur om het parcours te bestuderen. Die studieronde is van cruciaal belang, want de deelnemers zien dan voor het eerst hoe het traject opgebouwd is. 

     

    Zo bestaat een wedstrijd uit vier of vijf van die rondes van telkens 4 of 5 minuten - naargelang de vorderingen in het toernooi. Elke ronde krijgen de klimmers een nieuw traject voorgeschoteld. De parcoursbouwers zorgen er dan ook steeds voor dat er bij elk parcours een unieke vaardigheid van de klimmers op de proef wordt gesteld. De atleten krijgen ook een verplichte startpositie van alle vier de ledematen.

     

    Eenmaal de klimmers de route gevisualiseerd hebben, proberen ze binnen de tijdslimiet de top van het traject te bereiken.

    Toch is haast en spoed ook bij het boulderen zelden goed. Het puntensysteem is gebaseerd op het aantal pogingen dat een klimmer nodig heeft om binnen die vijf minuten de route af te leggen. Niet het aantal minuten of seconden de atleet daarvoor nodig heeft.  

     

    Een zenuwachtig  trial and error-schouwspel waarbij je op twee manieren een score kan laten optekenen. Alles hangt af van hoe ver de klimmers op het verticale parcours raken.  

     

    Het traject is namelijk in twee zones opgedeeld. Een eerste klimstrook tot en met een “holding zone” – ongeveer in de helft van het traject – en een tweede klimstrook tot en met de “top”.  De zones worden met stickers aangegeven.

     

    Score 1.    Als de klimmer tot  de eerste “holding zone” kan geraken en zich daar lang genoeg kan vasthouden (een “zone hold”), gunt de jury hem een partiële score toe. Zie het voorbeeld van Chloé Caulier hieronder.

    Score 2.    Als de klimmer helemaal tot aan de top kan klimmen en zich daar lang genoeg kan vastklampen (een “top hold”) volgens de jury, krijgt hij of zij de volle buit van de punten. 

     

    De heilige graal in het boulder heet een “flash”. De klimmer moet daarvoor het volledige traject naar boven klauteren bij de eerste poging. 

    Na alle rondes worden de deelnemers gerangschikt volgens de meeste “top holds”, “zone holds” en het minste totaal aantal pogingen. Iemand die elk traject kan “flashen” wint dus automatisch de wedstrijd, maar dat kunststukje is haast onmogelijk. 

     

    Een voorbeeld. Chloé Caulier won vrijdag haar reeks op het EK met de score: 3T5z 6 11. Dat wil zeggen dat de Belgische 3 keer tot aan de “top” geraakte, 5 keer tot de “zone, en daarvoor 6 “top”-pogingen en 11 “zone”-pogingen voor nodig had. 

     

    De tweede in haar reeks bereikte ook 3 keer de “top” en 5 keer de “hold”, maar had daarvoor heel wat meer pogingen nodig. Haar score: 3T5z 11 16

     

    Voilà, nu valt u niet meer uit de lucht, en kan u het EK-parcours van onze landgenote Chloé Caulier - die de hype vandaag net niet kon verzilveren - nader inschatten.