Koude Oorlog in IJsland: 50 jaar geleden speelden Fischer en Spassky de Schaakmatch van de Eeuw

    Spassky en Fischer: twee rivalen of zat het toch anders in elkaar?

    Tegenwoordig is schaken populairder dan ooit, maar 50 jaar geleden keek de hele wereld gebiologeerd naar 1 bord met 64 vakjes in IJsland. De Amerikaan Bobby Fischer en de Sovjet Boris Spassky vochten er om meer dan enkel de wereldtitel. Maar niet enkel vanwege de politieke context zou het duel omgedoopt worden tot de Schaakmatch van de Eeuw.

    Vlak na de Tweede Wereldoorlog werd Europa door twee van zijn belangrijkste bevrijders - de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie - in twee kampen verdeeld. Oost-Europa viel onder het bewind van de communistische USSR, West-Europa neigde naar het kapitalistische Amerika.

     

    Naarmate de jaren vorderden begonnen deze twee ideologieën steeds vaker lijnrecht tegenover elkaar te staan. De VS en USSR begonnen meer en meer met hun spierballen te rollen, al bleef een échte confrontatie uit.

     

    Althans, niet met troepenmachten. Maar elke clash tussen de VS en de Sovjet-Unie op het sportveld werd in die periode bovenmatig in de verf gezet. Denk maar aan het "Miracle on Ice", waarin de Amerikanen de onklopbaar gewaande USSR verslaan in het ijshockey (Spelen van 1980). Of de Sovjet-Unie die de VS verbijstert in de basketbalfinale van de Spelen van 1972, en dat na een krankzinnige slotfase.

    RETRO Spelen 1972: USSR verrast de VS in de basketbalfinale

    Geniaal wonderkind vs. Russische schaakrobots

    Maar geen enkele sport lag de leiders van de Sovjet-Unie zo na aan het hart als schaken. Sinds de jaren 20 werd vanuit de communistische partij heel veel tijd, energie en geld gepompt in het "Spel der Koningen".

     

    En met succes: sinds de Nederlander Max Euwe in 1937 zijn kroon moest afstaan aan de Rus Aleksandr Aljechin leverde de USSR-schaakfabriek onafgebroken wereldkampioenen. Tot 1972.

     

    Enkele jaren eerder was er in Amerika een bijzondere jongen opgestaan: Robert James Fischer, kortweg Bobby Fischer, was zoals bijna elke schaaktopper een wonderkind. Maar de manier waarop Fischer zijn partijen won, gaf blijk van een ongeziene genialiteit die schril afstak tegen het cliché van de schaakrobots uit het Oosten.

     

    Op zijn 28e wist Fischer al zijn concurrenten met zwierig spel te verslaan, waardoor hij tegen titelverdediger Boris Spassky mocht spelen om de wereldtitel.

    Het WK begint, maar waar is Fischer?

    Als een soort middelpunt tussen Amerika en de USSR werd Reykjavik, de hoofdstad van IJsland, gekozen om de match tussen Fischer en Spassky te laten plaatsvinden. Een koude oorlog aan het schaakbord in een van de koudste steden ter wereld.

     

    Maar samen met zijn reputatie van geniale schaker begon Fischer steeds meer een andere reputatie met zich mee te slepen: iets tussen onnavolgbaar en onuitstaanbaar, met vlagen van paranoia. Dit zou ook de Match van de Eeuw kenmerken.

     

    Terwijl de hele wereld reikhalzend uitkeek naar de start van de wedstrijd, die over 24 matchen gespeeld zou worden, leek Fischer zich te verliezen in tal van details. De match moest daarom keer op keer uitgesteld worden. Maar op 11 juli kon het duel dan toch van start gaan.

    Althans, daar leek het toch op. Maar terwijl Spassky, die met de witte stukken mocht beginnen, stipt op het geplande startuur zijn eerste zet plaatste en de klok indrukte, was er van Fischer geen spoor.

     

    Na 9 minuten dook de uitdager toch op. Wat leek op een eerste voorzichtig aftasten, werd uiteindelijk een catastrofe voor Fischer. Door een blunder zette hij zijn eigen loper vast en gaf hij de 1-0 op een presenteerblaadje aan Spassky.

     

    De labiele Fischer leek helemaal het spoor bijster te zijn. Hij legde de organisatie nieuwe, draconische eisen op (zo wou hij alle tv-camera's zien verdwijnen) en toen die niet ingewilligd werden, daagde Fischer doodleuk niet op voor de tweede match. Het gevolg: 2-0 voor Spassky. Wat de Match van de Eeuw moest zijn, leek de Flop van de Eeuw te worden.

    Applaus van Spassky

    Terwijl Fischer in het communistische kamp als de grote vijand werd afgeschilderd, had één iemand het diepste respect voor de Amerikaan: Boris Spassky. De wereldkampioen had sympathie, bijna medelijden, voor de strijd van Fischer. Hij stemde er dan ook mee in om de derde match achter gesloten deuren te spelen.

     

    Achteraf werd dit niet zozeer geduid als een sportief gebaar van Spassky, maar als een tactische blunder. Fischer won de partij met de zwarte stukken (heel uitzonderlijk) en dat zou het keerpunt blijken.

     

    Memorabel was de zesde match, waarin Fischer Spassky op zo'n overweldigende manier van het bord veegde dat zijn tegenstander zich oprichtte en samen met het publiek begon te applaudisseren.

     

    Er volgden nog 15 partijen, maar de teerling was al geworpen. Fischer klauwde match na match weg van Spassky en won uiteindelijk met een overweldigende 12,5-8,5-score.

    Match 6 uit de film "Pawn Sacrifice" (over de match Fischer-Spassky)

    Van hoogtepunt naar dieptepunt voor Fischer

    Na de titelmatch werd Fischer in de Verenigde Staten als een held onthaald. Plots verscheen hij in alle talkshows en op alle voorpagina's van kranten en magazines.

     

    Maar de wedstrijd had mentaal het uiterste van Fischer geëist. Steeds meer daalde hij af in de krochten van zijn eigen geest. Hij weigerde keer op keer om zijn titel te verdedigen en werd dan ook verplicht die af te staan aan Anatoli Karpov.

     

    Pas 20 jaar later zou Fischer weer een officiële schaakpartij spelen, tegen de al 55-jarige Spassky. Vooral een lucratieve deal voor beide spelers, want sportief kon de match niet tippen aan hun eerdere duel uit 1972.

     

    Fischer kenmerkte zich nadien steeds meer als excentriekeling. Zo was hij openlijk antisemitisch en verloor hij het laatste restje respect in zijn vaderland door de aanslagen van 9/11 toe te juichen. Op zijn 64e overleed hij in een ziekenhuis in Reykjavik, de stad waar hij zijn grootste triomf beleefde.

     

    Verliezer Boris Spassky verging het een stuk beter dan Fischer. Na het WK-duel speelde hij nog een paar jaar door, maar na zijn emigratie naar Frankrijk (waar zijn derde vrouw was geboren) gaf hij in eigen land de fakkel door aan jonge wolven Karpov en Kasparov. Op zijn 85e is hij momenteel de oudst levende ex-wereldkampioen schaken.

     

    Fischer en Spassky, wit en zwart, water en vuur. Zo werden de twee rivalen afgeschilderd ten tijde van hun veelbesproken WK-match. Maar uiteindelijk bleken ze ook maar gewoon twee pionnen op het schaakbord van de Koude Oorlog.

    Fischer-Spassky uit het VRT-archief