Imke Courtois over toekomst van het Belgische vrouwenvoetbal: "Nu de kaart van de jeugd trekken"

    Red Flame Janice Cayman.

    Nu Anderlecht opnieuw kampioen is geworden, rijzen er weer vragen over de sterkte van de Belgische vrouwencompetitie. "We moeten de competitie verder professionaliseren. Maar dat moet stap per stap gebeuren", vertelt manager van het vrouwenvoetbal, Katrien Jans.

    Vijf titels op rij.  Op basis van het klassement en het palmares zou je denken dat de dominantie van Anderlecht gewoon weer met een jaartje extra verlengd is.  "De concurrentie is echt wel groter geworden", zegt analiste Imke Courtois. 

     

    "Onder meer OH Leuven probeert de aansluiting te maken met dank aan het topsportproject. Je voelt echt wel dat er aan gewerkt wordt. Al is en blijft het een kwestie van geld." 

     

    Nochtans hebben de grote clubs in België ook een vrouwenploeg in de hoogste klasse. "Ze zijn wel aangesloten bij een mannenclub, maar kunnen niet teren op dezelfde budgetten", stelt Courtois. 

     

    "Je moet weten dat heel veel meisjes vanalles moeten opofferen, zeker op sociaal vlak. En dat terwijl ze spelen voor een appel en een ei."

     

    Toch lijkt het de goede kant op te gaan met het Belgische vrouwenvoetbal. "Er is meer een meer aandacht, maar dat is niet genoeg. Dat helpt misschien wel qua sponsoring, maar het gaat om ontwikkeling. Daar moeten we op inzetten."

    Aandacht voor het vrouwenvoetbal is niet genoeg, het gaat om ontwikkeling.

    Imke Courtois

    Daar moet onder andere de voetbalbond voor zorgen. Het wil vooral inzetten op een betere omkadering. Dat zegt Katrien Jans, Womens Football Manager van de KBVB. "Als we een betere omkadering kunnen aanbieden zullen jonge meisjes misschien langer in België blijven om zich te ontwikkelen."

    De voetbalbond wil het vrouwenvoetbal in ons land dan ook verder professionaliseren, onder andere door de clubs te verplichten om ten minste drie spelers met het statuut 'semi-prof' in hun team te hebben.

     

    "Dat doen we natuurlijk niet zomaar", zegt Jans. "Vandaag hebben al vijf clubs drie of meer speelsters die semi-prof zijn. Het is dus geen onoverkomelijke stap."


    "In onze buurlanden hebben ze die stap al gezet, als we niet verder achterop willen hinken en onze speelsters niet willen verliezen aan buitenlandse clubs is dat een noodzakelijke stap die we moeten zetten."