Ronderenners in de kasseiklassiekers: (g)een match made in heaven?

    Tadej Pogacar heeft indruk gemaakt tijdens zijn korte passage in Vlaanderen.

    Na het Amstel-intermezzo duiken zondag de protagonisten van de Ronde van Vlaanderen weer op in Parijs-Roubaix. Of toch niet allemaal, want Tadej Pogacar is er niet bij. Nochtans bewees de Sloveen - die we toch allemaal kennen als ronderenner - dat hij meer dan zijn mannetje staat in het kasseiwerk. Is Pogacar een unicum of is er sprake van een trend? Enkele inspanningsfysiologen geven meer uitleg.

    Na Dwars door Vlaanderen waren er nog wat twijfels, na de Ronde van Vlaanderen was er geen scepsis meer: Tadej Pogacar werd bij zijn debuut in Vlaanderens Mooiste 4e en kan het Monument winnen.

     

    Een tweevoudig winnaar van de Tour die ook de koning van de Vlaamse hellingen wordt? Het was lange tijd ondenkbaar. 

     

    Lance Armstrong liet zich af en toe onderdompelen in de Vlaamse klei, maar zijn passage was meestal slechts een voetnoot in het wedstrijdverhaal. Chris Froome kreeg de daver op het lijf als hij aan Vlaanderen dacht.

     

    Is er nu een kentering aan de gang? “Ik vind het heel raar dat het nu pas een nieuwe trend is", stelt Jan Bourgois, professor in de inspanningsfysiologie aan de Gentse universiteit.

     

    "Het heeft ook te maken met de interesse van de ronderenners zelf, die meer willen pieken naar deze wedstrijden", vult Kobe Vermeire, die een postdoctoraat wielrennen volgt bij de researchgroep van inspanningsfysioloog Jan Boone, aan. 

     

    "Als ik dan meer op fysiologisch vlak kijk, dan zou er geen verschil mogen zijn met de ronderenners van het verleden."

    Chris Froome en kasseiritten in de Tour: het was een combinatie waar hij van lag te huiveren.

    "Het is geen verrassing dat ronderenners goed presteren in klassiekers"

    Professor Bourgois juicht het toe dat onder meer Tadej Pogacar en Primoz Roglic het Vlaamse en Waalse klassieke werk met het rondewerk willen combineren. “Vroeger was je ofwel een ronderenner of een klassieke renner. Men handelde er ook naar en de combinatie maken werd over het hoofd gezien.”


    Maar de cocktail lijkt nu dus evenwichtig af te smaken. “Al moet je naar de capaciteiten en het specifieke profiel van een renner kijken. Het zijn renners die specifiek getalenteerd zijn met een bepaalde morfologie en fysiologie en die effectief boven de andere klassieke renners uitsteken.”

     

    Aangezien de sportwetenschappelijke begeleiding op basis van data zoals vermogen, hartslag, subjectief gevoel en vermoeidheid verbeterd is in vergelijking met 20 jaar geleden, kan er een sprong voorwaarts gezet worden in de begeleiding van de atleten. De pure specialisatie zoals bij Chris Froome de afgelopen jaren zal een beetje verdwijnen. 

     

    "De prestatiebepalende factor in het wielrennen is niet hoe hoog je wattagedrempels zijn, maar wel hoe ze zijn op het einde van een wedstrijd. Dan hebben we het over het volhouden van de maximale wattages van 10 tot 20 minuten na 5 tot 7 uur wedstrijd."

     

    "Een ronderenner moet daar in elke rit over drie weken goed in zijn, dus voor mij is het niet verrassend dat ze ook goed presteren in de kasseiklassiekers", verduidelijkt Kobe Vermeire.

     

    "We zien nu dat de koers vroeger wordt opengebroken. De klassieke renners van vroeger hebben het dan moeilijker, want hun pure specialisatie loopt van 1 tot 5 minuten. Terwijl het peloton nu de inspanning veel langer doortrekt en dan komen de rondrenners meer tot hun recht", vertelt inspanningsfysioloog Jan Olbrecht.  

    De koersen worden vroeger opengebroken. De inspanningen worden langer doorgetrokken en dan komen de ronderenners beter tot hun recht.

    Inspanningsfysioloog Jan Olbrecht

    Primoz Roglic kwam een kijkje nemen in de GP van Denain en deed het meer dan voortreffelijk.

    Na de Ronde van Vlaanderen ook Parijs-Roubaix?

    Ei zo na stak Tadej Pogacar meteen de Ronde van Vlaanderen op zak, een première voor Parijs-Roubaix is nog niet voor zondag. Maar kan de Sloveen ook in de Hel meteen de klokken laten luiden?

     

    “Tuurlijk”, stelt Bourgois met een zekere vastberadenheid. “Pogacar heeft een enorm grote motor en is handig over de kasseien. Het verwondert mij op zich niet.”

     

    In de GP Denain eerder dit voorjaar bewees landgenoot en concurrent Primoz Roglic overigens dat ook hij de kasseien vlotjes naar binnen kan lepelen. 

     

    "Pog en Rog" zijn klimmers én tijdrijders. Dat dubbele label is bijzonder handig in een atypische wedstrijd als Parijs-Roubaix. Vooral de hoge wattages lange tijd aanhouden - zoals in een tijdrit - is een troefkaart om jaloers op te zijn.

     

    “Vaak zie je bij de uitblinkers renners die iets zwaarder gebouwd zijn en een hoger absoluut wattage kunnen duwen."

     

    "Ronderenners zijn dan in het nadeel, maar het vermogen dat Pogacar kan leveren moet dat voldoende kunnen compenseren."

     

    "Het zal dus moeilijker zijn om Parijs-Roubaix te kunnen winnen dan de Ronde van Vlaanderen, maar met de huidige generatie weet je nooit”, stelt Boone.

    Kan je ook de omgekeerde beweging zien van klassiek renner naar ronderenner?

    Tadej Pogacar komt dus op het terrein van Wout van Aert en Mathieu van der Poel. Is de omgekeerde beweging ook mogelijk? 

     

    Van Aert bewees in de Tour, Tirreno-Adriatico en Parijs-Nice al dat hij bergop door een muur kan, ook de grenzen van Van der Poel liggen verder dan bij de gemiddelde renner.

     

    Maar een grote ronde als de Tour winnen, dat is voor WvA of MVDP nog een ander paar mouwen. 

     

    “Het heeft te maken met de morfologie (lengte, lichaamsgewicht en vetpercentage) van Wout en Mathieu. Ze zijn met respectievelijk 78 kg en 75 kg duidelijk een stuk zwaarder dan de 66 kg van Pogacar”, zegt Bourgois.

     

    “Van Aert en Van der Poel leggen ook een piek in hun schema om goed te presteren in de Ronde van Frankrijk, maar het zou een te grote impact hebben voor hen. Het gewichtsverlies om mee te spelen in het algemeen klassement heeft een te groot effect.”

     

    “Ik denk dat je bij hen eerder moet kijken naar ritwinst in meerdere etappes die in hun profiel passen. De echte omslag van een pure klassieke renner is een moeilijker gegeven wegens de lichaamsbouw”, vertelt Boone.

    Pogacar is een typisch fenomeen, die relatieve als absolute vermogenswaarden trapt

    Jan Boone en Jan Bourgois

    Is de morfologie van een ronderenner veranderd?

    Een ronderenner die (Vlaamse) klassiekers wint: het lijkt realiseerbaar. De omgekeerde route is minder vanzelfsprekend. Betekent dat dan dat de morfologie van de ronderenner veranderd is? 

     

    Neen, antwoorden de inspanningsfysiologen. Het zijn slechts enkelingen die de combinatie van kasseiklassiekers en grote rondes verteren. Het is morfologie gekoppeld aan je motor en daar staat Pogacar ver boven de concurrentie.

     

    “Pogacar is een typisch fenomeen. Hij heeft al bewezen dat hij de Ronde van Frankrijk kan winnen, maar hij is ook in staat om in de komende jaren kasseiklassiekers te winnen, als zijn interesse daar nog steeds naartoe gaat",  zeggen Bourgois en Boone in koor. 

     

    Het door een renner ontwikkelde wattage kunnen we bekijken in absolute waarde of in relatieve waarde. De absolute waarde is de hoeveelheid wattage die een renner duwt. 

     

    De relatieve waarde is de hoeveelheid wattage die renners duwen per kilogram lichaamsgewicht.

     

    "Pogacar trapt zowel enorme relatieve als absolute vermogenswaarden en dat maakt hem zo uniek", is de conclusie.