Moet Strade Bianche het 6e monument worden? 4 redenen die in het voordeel van de Toscaanse grindkoers spreken

    De landschappen in de Strade Bianche zorgen elk jaar voor prachtige beelden.

    De Strade Bianche heeft met zijn grindwegen en de aankomst in het historische centrum van Siena een mooi karakter.  Toch kunnen we de Italiaanse klassieker geen monument noemen. De wielerwedstrijd is amper 15 jaar oud en dat komt niet in de buurt van de leeftijd van de 5 monumenten, maar de Strade heeft toch een uitzonderlijke eigenheid.

    Milaan-Sanremo, de Ronde van Vlaanderen, Luik-Bastenaken-Luik, Parijs-Roubaix en de Ronde van Lombardije gaan al meer dan 100 jaar mee en worden de 5 monumenten genoemd. Er is geen lijst opgesteld waaraan een monument moet voldoen, maar deze koersen hebben toch enkele gelijkenissen.

     

    De 5 monumenten zijn ontstaan voor de Eerste Wereldoorlog en daar schiet de Strade Bianche tekort. De eerste versie stond in 2007 op het programma.

     

    De 5 monumenten tellen meer dan 200 kilometer.  De Strade Bianche moet op dat vlak ook onderdoen want deze klassieker is 180 kilometer lang.

     

    Maar de term "monument" is voor een deel ook op gevoel bepaald. Het draait niet enkel om de afstand en de leeftijd, want elk monument zit vol historische verhalen en eigenheid. Op dat vlak schiet de Strade zeker niet tekort. De Italiaanse klassieker beschikt over historie, natuurlijke schoonheid, spektakel en lokt een sterk en polyvalent deelnemersveld.

    1. Het karakter van de Strade Bianche: pionier van de grindwegen

    De 15 edities van de Strade Bianche hebben ons al enkele mooie en onvergetelijke momenten opgeleverd. Met regen of zonder, er is altijd spektakel aanwezig.

     

    De grindwegen, de Toscaanse hellingen, de prachtige landschappen en de aankomst in het historische centrum van Siena sieren de Strade Bianche. 

     

    De renners krijgen elk jaar 60 kilometer grindwegen voorgeschoteld en dat zorgt steeds voor spektakel. De wegen lopen dan weer langs mooie Italiaanse landschappen.

     

    Door de wisselende weersomstandigheden begin maart krijg je ook vaak een wisselend koersverloop. In 2018 zorgde regen voor heroïsche taferelen op de grindwegen, met Benoot als uiteindelijke eindwinnaar.

     

    In 2020 kregen de renners dan weer te maken met tropische omstandigheden, al werd die editie door corona wel in augustus gereden. 

     

    Wout van Aert plaatste op de laatste strook een versnelling en de rest was gezien. Van Aert bewaarde de fiets die helemaal onder het stof zat als aandenken aan zijn overwinning in de Strade.

    De Italiaanse grindwegen in een decor om van weg te dromen.

    2. Historische binnenstad van Siena zorgt voor mooie aankomst

    De mooie Italiaanse landschappen wijken in het slot van de wedstrijd voor de stad Siena. Van de natuur gaat het naar het historische stadscentrum van de Italiaanse stad.

     

    Na 60 kilometer grindwegen sluiten de renners de wedstrijd af met een laatste stevige krachtinspanning. Tussen de muren van de binnenstad is het nog 700 meter klimmen geblazen aan 9,1% richting de finish. 

     

    De renners klimmen richting het indrukwekkende Piazza del Campo. Het plein wordt beschouwd als een van de mooiste middeleeuwse pleinen van de wereld.

     

    In 2018 zagen we Wout van Aert helemaal verkrampen op de stevige slotklim en dat bewijst hoe stevig de beklimming er in hakt na al die grindstroken. Vorig jaar schoot Mathieu van der Poel weg van Julian Alaphilippe op deze klim richting Piazza del Campo.

     

    De Strade Bianche beschikt met de aankomst in Siena over een stukje geschiedenis.

    3. Polyvalent deelnemersveld en indrukwekkend palmares

    De Strade Bianche lokt jaar na jaar een sterk deelnemersveld. Zowel klassieke renners, punchers als ronderenners dromen ervan om de Italiaanse klassieker ooit op hun naam te kunnen schrijven.

     

    De wedstrijd beschikt al over een prachtig palmares. Fabian Cancellara won de Strade 3 keer in zijn carrière. Michal Kwiatkowski kwam 2 keer als 1e toe in Siena. De Pool maakt nog altijd deel uit van het peloton dus wie weet probeert hij het nog eens.

     

    De afgelopen 3 jaar haalden met Wout van Aert, Julian Alaphilippe en Mathieu van der Poel misschien wel de sterkste eendagsrenners van hun generatie hun slag thuis in Siena.

    Mathieu van der Poel, Wout van Aert, Tadej Pogacar en Julian Alapahilippe wagen zich aan een grindweg.

    4. Steeds meer toeschouwers in Toscane en voor tv

    Niet enkel wielrenners zijn tuk op de Strade Bianche ook toeschouwers willen een glimp opvangen van de Italiaanse grindwegen.

     

    In 2020 stak de coronapandemie een stokje voor de immense aanwezigheid van supporters, maar vorig jaar stonden weer meer mensen langs de zijlijn. 

     

    In de jaren voordien groeide het aantal toeschouwers. Meer mensen besloten om naar Siena en omstreken af te zakken om de Strade Bianche van dichtbij mee te maken.

     

    Ook voor de tv-kijkers spreekt de wedstrijd jaar na jaar meer aan. In 2012, toen Sporza de wedstrijd voor het eerst uitzond, keken er gemiddeld iets meer dan 300.000 wielerfans, afgelopen jaar waren dat er al meer dan 750.000, goed voor een marktaandeel van 71,3% op dat moment.

      aantal kijkers marktaandeel

    2012

    314.534

    46,8%

    2013

    338.516

    42,0%

    2014

    329.379

    60,7%

    2015

    345.538

    56,9%

    2016

    403.600

    51,7%

    2017

    - -

    2018

    617.515

    63,4%

    2019

    548.577

    65,4%

    2020

    684.887

    62,3%

    2021

    746.182

    71,3%

    Sporza Dox: waarom de Strade Bianche het 6e wielermonument moet worden