Vlaamse sportsector vraagt minstens 7 miljoen euro extra financiering per jaar

    De sportsector vraagt aan de verschillende regeringen jaarlijks minstens 7 miljoen euro extra financiering. “Er zijn 15% meer sporters en 21% meer trainers bijgekomen in vijf jaar tijd. Subsidies volgen die trend opvallend genoeg niet."

    De Vlaamse sportsector trekt aan de alarmbel. Volgens de sportsector stijgen de subsidies voor sport in Vlaanderen niet voldoende om het hoofd te bieden aan een aantal uitdagingen.

     

    Wat zijn die uitdagingen? Meer sporters en trainers. Stijgende (loon)kosten voor clubs en federaties. De vraag van het beleid en sporters om meer professionalisering en de vraag om meer aandacht voor thema's als grensoverschrijdend gedrag, doping en matchfixing.

     

    Het gevolg is dat er per individuele sporter minder geld beschikbaar is. De Vlaamse Sportfederatie legt daarom een pakket maatregelen op tafel van alle regeringen: zowel de federale, de Vlaamse als de lokale. 

     

    In dat pakket zit de vraag naar 7 miljoen extra subsidies, maar ook belastingvermindering op lidgelden, een verbreding van de fiscale aftrekbaarheid voor sportkampen en stages en de vrijstelling van onroerende voorheffing voor sportclubs.

     

    “We stellen vast dat de subsidies voor de sport de laatste jaren niet meegegroeid zijn. Uit een onderzoek in opdracht van de Vlaamse Sportfederatie dat consultancybedrijf Deloitte eind 2021 uitvoerde, blijkt dat de subsidies per sporter de laatste vijf jaar met 4 procent gedaald zijn, van 19 euro naar 18,2 euro per sporter."

    Argumenten van de Vlaamse sportsector

    • Georganiseerde sport levert de Vlaamse economie jaarlijks 2 miljard euro op en onze gezondheidssector bespaart er 2 miljard euro mee.
    • Als subsidies per sporter blijven dalen, komt verdere professionalisering van sportsector op de helling. Er is de komende jaren minstens 7 miljoen euro extra per jaar nodig om verder te investeren in gekwalificeerde trainers, goed bestuur, versterking van clubbesturen, innovatie en het warm maken van kansengroepen voor sport.
    • Er zijn 15% meer sporters en 21% meer trainers bijgekomen op vijf jaar tijd. Subsidies volgen die trend opvallend genoeg niet: per sporter is de financiering gedaald met 4%.
    • Loonkosten voor sportfederaties zullen komende 10 jaar bovendien zeker met een kwart toenemen, goed voor zeker 17 miljoen euro extra kosten.

    Koen Umans: "Er is geen vet op de soep"

    Koen Umans, de voorzitter van de Vlaamse sportfederatie, hoopt dat de alarmkreet wordt gehoord. "We kunnen aantonen dat het sportbeleid functioneert en dat er een economische en sociale return is", zegt hij.

     

    "Maar we staan voor tal van uitdaingen: kwalitatieve opleidingen, stijgende loonkosten, aandacht voor problematieken als doping en grensoverschrijdend gedrag... De meeste sportfederaties hebben niet de mogelijkheden om dat financieel op te vangen."

     

    "Als het geld er niet komt, dreigt vooral de begeleiding van mensen onder druk te komen. Gekwalificeerde lesgevers moeten mensen op een verantwoorde manier helpen sporten."

     

    "Er is geen vet op de soep. We hebben geld nodig om groei te bewerkstelligen. Er is begrip bij Sport Vlaanderen en het kabinet van minister van Sport Ben Weyts, nu nog de nodige creativiteit om de middelen te vinden."