Wat schuilt er achter de bloedrode cijfers van ons voetbal? Corona lang niet enige oorzaak

    Het verwachte bloedbad is realiteit geworden. De Belgische profclubs leden vorig jaar een totaalverlies van ruim 139 miljoen euro - amper zes ploegen draaiden winst. De schuld van corona? Deels, maar het eigenlijke probleem ligt nog dieper.

    Druppelsgewijs liepen ze binnen, de jaarrekeningen van de Belgische clubs. De ene nog roder dan de andere. Sommige kleine clubs draaiden verliezen van ruim 10 miljoen en Anderlecht spande de kroon door meer dan 29 miljoen onder nul te gaan.


    Een situatie die de Pro League eind 2020 al zag aankomen tijdens een vergelijking van de btw-aangiften waarop de inkomsten met bijna 50% daalden. Met de coronapandemie als hoofdoorzaak.


    “De wedstrijdinkomsten vallen vrijwel volledig weg, er zijn dalende sponsorinkomsten en de uitgaande transfermarkt valt stil”, klonk het toen.

     

    Uiteindelijk zou het inkomstenverlies nog meevallen. Maar ondertussen bleven de vaste kosten voor bijvoorbeeld salarissen en infrastructuur wel doorlopen.


    An accident waiting to happen.

    Salarissen historisch hoog

    Te meer omdat de loonlast voor onze Belgische clubs ondanks de penibele situatie niet naar beneden ging, maar zelfs toenam tot een gemiddeld recordniveau.

     

    Uit onderzoek van de jaarrekeningen bij alle profploegen door sporteconoom Thomas Peeters blijkt dat de salarissen historisch hoog zijn. Bijna altijd gedreven uit angst om de concurrentiestrijd te missen.

     

    Daartegenover staat evenwel dat de winstcijfers al sinds 2018 kelderen. Het gemiddelde verlies was in 2021 met iets meer dan 6 miljoen euro zelfs bijna dubbel zo hoog als vorig jaar (3,46 miljoen).

    Een grafiek met de gemiddelde lonen (blauwe lijn) en gemiddelde winsten (rode lijn)

    “Het is dan ook opvallend dat veel clubs ervoor gekozen hebben om de lonen niet te temperen”, meent Thomas Peeters. “Je zou denken dat ze een inspanning vragen aan hun spelers, maar dat blijkt moeilijk af te dwingen. Wellicht uit angst dat ze dan in het buitenland hun geluk gaan beproeven.”

    Opgestapelde verliezen

    Nog een factor die meespeelt in de spilzucht: steeds meer Belgische clubs komen in handen van steenrijke (vaak buitenlandse) eigenaars die er niet voor terugdeinzen om met miljoenen te zwieren in de zoektocht naar snel succes.

     

    Neem pakweg het Antwerp van Paul Gheysens. Of OH Leuven en Sint-Truiden als speeltje van exotische miljardairs. Het zijn ploegen die de verliezen in sneltempo opstapelen.

     

    Clubs met een sterke lokale verankering zoals Club Brugge, Racing Genk, AA Gent, Charleroi en Zulte Waregem voeren een veel duurzamer beleid. Al is het zeker voor de kleinere teams een bijna oneerlijke strijd geworden.

    De cumulatieve winsten en verliezen van de voorbije 5 jaar

    Alleen: wat als de investeerder na het opeenstapelen van de verliezen plots vertrekt?

     

    “Dan is het zaak om een nieuwe eigenaar te vinden die de tekorten wil aanvullen”, aldus Peeters. “Sommige clubs staan er in dat geval beter voor dan anderen. Standard bijvoorbeeld heeft economisch potentieel door zijn status en de grote achterban. Maar wat met Westerlo? Al toont de overname van Deinze dat er voorlopig altijd wel iemand klaarstaat.”

     

    Mogelijk een nieuwe miljardair die de lonen en kosten verder de hoogte injaagt. Waardoor de jaarrekeningen dan weer nog wat roder dreigen te kleuren…

     

    Valt die vicieuze cirkel nog te stoppen?