Vanuit het niets naar 3 in de medaillestand: het plotse olympische succes van China verklaard

    Shorttracker Ziwei, freestyleskiester Gu en schaatser Gao.

    Op de voorbije edities van de Winterspelen kon China zelden een hoofdrol opeisen, maar in de luwte hebben de Chinezen een indrukwekkend inhaalmanoeuvre gemaakt. Of hoe het verrassende succes van China eigenlijk geen verrassing is.

    China op de Winterspelen van Pyeongchang: 16e in de medaillestand, 1 keer goud.

    China op de Winterspelen van Peking: 3e in de medaillestand, 9 keer goud.

    Hoewel gastlanden altijd boven zichzelf uitstijgen op hun eigen Olympische Spelen is de opmars van China in amper 4 jaar tijd opmerkelijk.

     

    Opmerkelijk, maar zeker niet verrassend. De Chinezen zijn namelijk al een tijdje bezig om na de Zomerspelen ook op de Winterspelen een grootmacht te worden.

    Sui Wenjing en Han Cong wonnen goud in het kunstschaatsen voor paren.

    1. Zware investeringen

    Waarom wil een land waar er amper sneeuw valt of ijs is de Winterspelen organiseren? Omdat de Chinese regering hierin een opportuniteit heeft gezien.

     

    Door het economische succes van China wordt de middenklasse van het land steeds groter. En die middenklasse wil, naar analogie van de westerse landen, graag op wintersport.

     

    Om een deel van het geld van de middenklasse terug naar de staatskas te laten vloeien, wil China zijn bevolking dan ook massaal aan het skiën, schaatsen, hockeyen en sleeën krijgen.

     

    Meer dan 300 miljoen Chinezen moeten straks kunnen wintersporten en dankzij de Winterspelen beschikken ze nu in Peking en omstreken over de perfecte accommodatie.

     

    Het doel: tegen 2025 moet de Chinese sportindustrie jaarlijks bijna 700 miljard euro opleveren. En daarvoor worden nu alle registers opengetrokken. Zo investeerde het land tussen 2018 en 2019 een duizelingwekkende 90 miljard euro in de wintersport, niet alleen infrastructuur maar ook omkadering. En daar plukten de Chinese sporters in Peking al meteen de vruchten van.

    2. Buitenlandse trainers

    Het nationalisme in China is de laatste jaren fors toegenomen en niets wakkert de nationalistische gevoelens meer aan dan Chinese sporters die uitblinken op het wereldtoneel. Maar om te kunnen uitblinken, hadden de Chinezen wel wat buitenlandse hulp nodig.

     

    Een deel van de enorme investering in de wintersport belandde in buitenlandse zakken, want China spaarde kosten noch moeite om de beste coaches van over de hele wereld te halen om hun sporters beter te maken.

     

    In het skeleton haalde China de Oostenrijkse ex-wereldkampioen Andreas Schmid binnen. Het leverde het land brons op voor Yan Wengang. In het snowboard werd de Japanner Yasuhiro Sato aangetrokken. Hij leidde de 17-jarige Su Yiming naar goud en zilver. 

    Een andere opvallende figuur in het Chinese kamp is de Noorse biatlonlegende Ole Einar Bjørndalen, de meest succesvolle wintersporter uit de geschiedenis. Bjørndalen zelf had zijn zinnen gezet op een Chinese medaille, maar het is duidelijk dat dat in een traditionele sport als biatlon eerder een langetermijnproject zal worden.

    Ole Einar Bjørndalen met een Chinese vlag op zijn borst.

    3. Focus op de jonge sporten

    Wie de 15 medailles van China overloopt, zal zien dat die bijna allemaal gewonnen zijn in relatief nieuwe sporten, zoals freestyleskiën en snowboard.

     

    Dat is niet zo verwonderlijk. Het is een stuk moeilijker om in sporten met een sterke wintersporttraditie - zoals alpineskiën, schaatsen of langlaufen - meteen mee te doen om de prijzen.

     

    Maar bij de nieuwe sporten is er meer marge om nog beter te worden en daar hebben de Chinezen handig op ingespeeld. Bovendien spreken die jonge sporten ook een jonger publiek aan, dus is het makkelijker om de Chinese jeugd hiervoor warm te maken.

     

    Het is dan ook geen toeval dat de grootste goudhaantjes van China - Gu en Su - amper 18 jaar oud zijn.

    4. Naturalisatie

    Uit de voorgaande punten zal duidelijk zijn dat sportief succes maakbaar is. Maar soms moet je het wel een handje helpen.

     

    Zo heeft China een groot deel van zijn succes te danken aan de 3 medailles van Eileen Gu, die werd geboren in de Verenigde Staten, maar die wel overtuigd kon worden om voor China uit te komen.

     

    In het ijshockey was die naturalisatiepolitiek nog flagranter. China speurde de competities in Noord-Amerika af op zoek naar goeie spelers en speelsters met Chinese roots. Zo deed Anna Fairman mee als Fei Anna, werd Rebekah Kolstad Li Beika en Jeremy Smith Jieruimi Shimisi.

     

    Grote successen leverde dat nog niet op in het ijshockey, maar het is duidelijk dat de Chinese trein in gang is gezet en steeds aan snelheid zal winnen. Nu eindigde  China op 3 in de medaillestand, maar misschien staat het over enkele jaren wel helemaal bovenaan?

    Medaillestand