Ga naar de inhoud

Ode aan de remontada of "onwaarschijnlijke comeback" op Roland Garros

 vr 7 juni 2024 10:27

Op Roland Garros worden dit weekend de prijzen uitgedeeld. Tenniscommentator Dirk Gerlo kijkt in Parijs uit naar zinderende (halve) finales en denkt ondertussen ook nog eens terug aan enkele spektakelmatchen uit het verleden. Duik mee met hem in de geschiedenis van het Parijse gravel op zoek naar de mooiste remontada's.

Natuurlijk kent u de term uit het voetbal. Vooral dankzij de – en hier past het woord wel – "historische" 6-1 van Barcelona in Camp Nou tegen PSG, na een 4-0-nederlaag in de heenmatch in het Parc des Princes in 2017.


In Van Dale staat "remontada" nog niet, in de Franse tegenhanger Larousse is het woord wel al opgenomen. Nu we voor het finaleweekeinde op Roland Garros staan, is het moment ideaal om even stil te staan bij de meest memorabele Parijse remontada's van 50, 40 en 20 jaar geleden.

De eerste échte topspinspecialist

Beginnen doen we in 1974, met een nog piepjonge 18-jarige Björn Borg. Een Zweed die als 17-jarige ook al indruk had gemaakt met verlies in de finale van Monte Carlo tegen de toenmalige specialist op gemalen baksteen, Ilie Nastase.


Borg kwam in '74 naar Parijs als schaduwfavoriet. Hij had op snelle banen al een paar toernooien gewonnen, stond al derde op de wereldranglijst en had net het prestigieuze graveltoernooi in Rome gewonnen.


Borg kwam pas op de ochtend van zijn eerste match aan in Parijs. Hij zou op weg naar de titel 3 keer 5 sets moeten spelen.


In de finale tegen de Spaanse stylist en specialist Manuel Orantes kwam Borg 0-2 in sets achter, maar Borg was duidelijk de fysiek sterkere van de twee tennissers en begon aan de remontada.


Hij won die eerste finale dan ook in 5 sets met 2-6 6-7 6-0 6-1 en 6-1. Borg vertelt vaak over zijn eerste van zes titels in Parijs : “Ik was fysiek erg sterk, hoe langer het duurde, hoe beter. Ik trok in mijn tijd nog niet naar de gym, dat bestond nog niet echt, maar ik ging heel vaak lopen."


Niet dat topspin nog niet bestond in de tijd van Björn Borg, maar hij was wel de eerste echte specialist. Borg trok zijn tegenstander met gemak links of rechts uit de baan of zette ze vlot vast op minstens twee meter achter hun achterlijn, om dan zelf toe te slaan.


Borg zou Roland Garros 6 keer winnen. Toen dacht iedereen dat dit record nooit verbeterd zou worden. Maar in 2005 stond een zekere Rafael Nadal op.

Björn Borg op Roland Garros in 1974.

Légion d'honneur

We maken een sprong in de tijd, naar 1984. John McEnroe had op dat moment al 5 grandslamtoernooien gewonnen en was op zoek naar een eerste in Parijs. En de kaarten lagen goed.

 

De 25-jarige McEnroe had dat jaar nog geen match verloren (42 op 42) en wist zijn heel aanvallende tennis ook op de Parijse gemalen baksteen succesvol te maken.

 

In zijn finale tegen de Tsjech Ivan Lendl stormde hij in geen tijd met veel serve and volley naar een 6-3 en 6-2-voorsprong.

 

McEnroe geeft hier commentaar voor de Amerikaanse rechtenhouder NBC en omdat het op 6 juni dag op dag 40 jaar geleden was dat hij tegen Ivan Lendl de zuurste nederlaag in zijn carrière leed, maakte hij tijd voor de pers: “ Elk jaar wil iemand me wel spreken over die wedstrijd."

 

"Ik heb van geen enkele nederlaag zo veel spijt als van deze hier. Ik speelde het beste tennis van mijn leven. Ik had Lendl al een paar keer op gravel verslagen, alles lukte, maar op het moment van de waarheid, bij 4-4 in de derde set en met de overwinning in zicht, kreeg ik een kort armpje."

Lendl was fysiek een pak sterker. Gelukkig heb ik daarna nog Wimbledon en de US Open tegen hem gewonnen.

John McEnroe

"Lendl zou me breken, de set pakken en dan was het voorbij. Lendl was gewoon fysiek een pak sterker. Gelukkig heb ik daarna Wimbledon en de US Open (tegen Lendl) gewonnen, maar tot op vandaag doet Parijs pijn."

 

"Al moet ik toegeven dat president Macron de pijn heeft verzacht door me het ereteken "légion d’ honneur" op te spelden. Dan zal ik toch iets betekend hebben."


Voor Ivan Lendl waren de remontada en de Parijse titel de noodzakelijke boost voor het vertrouwen. Niet vergeten, hij had voor zijn Parijse titel al 4 grandslamfinales verloren, onder andere in Parijs tegen Borg.  Maar nu was zijn moment gekomen.


McEnroe begon zich na de tweede set over van alles en nog wat op te winden, Lendl schudde zijn vroegere demonen af, bleef ijzig kalm, en zou vanaf Parijs het toonbeeld van mentale sterkte worden en in totaal 8 grandslams winnen.

Lendl troefde McEnroe af in 1984.

Regenpauze

Belanden we in 1999 en bij één van de finales die me altijd bij zal blijven, het duel tussen Andre Agassi en de Oekraïner Andrei Medvedev. Agassi had al twee finales gespeeld, maar had ze allebei verloren, in 1990 en 1991 tegen André Gomez en Jim Courier.

 

Daarna had hij wel Wimbledon, de Australian Open en de US Open gewonnen, net als olympisch goud in Atlanta. Maar na Atlanta begon de vrije val.

 

Huwelijksproblemen, blessures, een korte periode met drugs en een gefaalde dopingtest en plaats 141 op de wereldranglijst als dieptepunt.

 

Maar Agassi kroop uit het dal, met een strak fitnessprogramma en via het challengercircuit en een pak titels op de ATP-tour geraakte hij weer in de top 10. En dan kwam Roland Garros 1999.

 

Agassi miste zijn afspraak met de geschiedenis niet. In de finale moest hij het opnemen tegen Andrei Medvedev. Medvedev was na een pak prima jaren weggezakt naar plaats 100 op de rankings, maar had in Parijs al wel Pete Sampras en ex-kampioen Gustavo Kuerten verslagen.

Ongeloof in de ogen van Agassi.

En in die finale kon Medvedev weer verrassen met zijn heel gevarieerde tennis, zijn verraderlijke softe touch. Andre Agassi was gedurende twee sets nergens. En dan kwam de regen. Agassi kon even bekomen, de speech van zijn coach Brad Gilbert (nu  de trainer van Coco Gauff) zal ook wel geholpen hebben, want de remontada werd ingezet.

 

In set 3 pakte Agassi op het einde de break, sets 4 en 5 won hij met 6-3 en 6-4. Het ongeloof in de ogen van Agassi na het laatste punt zei alles, de blik naar Brad Gilbert, de emotionele omhelzing met Medvedev. De tranen, samen met Rod Laver op het podium voor de overhandiging van de beker. 


Terugkijkend op 1999 zei Agassi: “Die overwinning op Roland Garros was mijn allermooiste moment ooit op een tennisbaan.  Ik was al zenuwachtig de dag voor de finale, de dag zelf was nog erger waardoor ik erg traag begon."

 

"De regenpauze heeft me geholpen. En de comeback. Ik had het gevoel dat deze overwinning me altijd bij zou blijven, het gevoel dat wat er ook nog zou gebeuren, ik over niets in mijn carrière spijt zou moeten hebben."

 

Dirk Gerlo