Blijf in uw kot en speel een spelletje wiezen! Hier de spelregels

 za 21 maart 2020 20:31
Na het lezen van onze uitleg ben je een krak in wiezen

In tijden van Corona en quarantaine moeten we ons binnen bezighouden. Ideaal moment voor een potje wiezen. Wiezen is misschien wel de oudste cafésport die er bestaat. Het is geen gemakkelijk spel vanwege de vele spelregels. Daarenboven worden er heel veel varianten gespeeld met lokale regels en puntentellingen. Met deze 5 stappen bent u in een wip en een flik weg met het officiële kaartspel. Veel succes!

1. De gift

Wiezen wordt gespeeld met een RDV-kaarten (roi, dame et valet of koning, dame en boer) en niet met KQJ (king, queen and jack). 

 

Aan het begin van het spel worden de kaarten eerst geschud. Later in het spel mogen de kaarten niet meer geschud worden. Na elk spelletje worden de kaarten wel afgepakt.

 

Het afpakken gebeurt door het deck in twee stapels op te splitsen. Elke stapel moet minimum 4 kaarten bevatten. De deler zet vervolgens de stapels op elkaar zodat het bovenste gedeelte onderaan komt. Nu kan het delen beginnen.

Het delen gebeurt volgens het 4-4-5 principe. Dit wil zeggen dat elke speler eerst 4 kaarten krijgt, vervolgens nog eens 4 en tot slot 5 kaarten. Elke speler heeft zo 13 kaarten. 
De laatste kaart van het deck moet open op tafel worden gelegd, dit is de troefkaart.

2. Wat is troef?

Bij elke spelletje wordt er een nieuwe troef bepaald. Deze soort (klaveren, schoppen, harten of ruiten) is superieur aan alle andere soorten.

 

Voorbeeld: Als harten troef is, wint een harten 2 van een schoppen aas. 

 

De troefsoort is altijd de laatste kaart van het deck, tenzij het troel betreft. Troel wil zeggen dat 1 speler 3 azen heeft. De 4e aas is dan de troefsoort. 

De kaarten liggen in bovenstaande animatie open om het spel uit te leggen. Normaal houdt ieder zijn kaarten voor zich.

3. Het spel

Na het delen van de kaarten moeten de spelers zeggen wat ze gaan doen. De speler die links van de deler zit moet starten. Een speler kan vragen, passen, meegaan of kiezen voor een andere spelvariant (zie stap 4).

Vragen

Wanneer een speler vraagt wordt ervan uitgegaan de speler goede kaarten heeft. Hij moet nu wachten op iemand die meegaat. Wanneer er iemand meegaat moeten deze 2 spelers samen 8 slagen halen om het spel te winnen. 

Passen

Een speler kan passen wanneer hij/zij denkt dat zijn kaarten niet goed genoeg zijn om samen met iemand anders 8 slagen te halen. 

Alleen gaan

Wanneer een speler gevraagd heeft maar niemand wil meegaan, kan de speler beslissen om alleen te gaan of rond te passen. Als een speler alleen gaat moet hij 5 slagen halen om het spel te winnen. Wordt er rondgepast dan worden de kaarten gewoon opnieuw gedeeld.

Wanneer de ploegen verdeeld zijn kan het spel beginnen. De speler met de hoogste kaart haalt een slag binnen. 

 

Het is verplicht de soort te volgen die wordt uitgekomen. Wanneer je niet kan volgen mag je een andere soort gooien of kopen (niet verplicht). Kopen wil zeggen dat je de slag binnenhaalt door middel van een troefkaart te gooien.

 

Let op! Je mag enkel kopen als je niet kan volgen!!

De troef is superieur aan de andere soorten.

4. Spelvarianten

Naast het klassieke spelletje van vragen en meegaan, zoals hierboven uitgelegd, kan je bij wiezen voor verschillende varianten kiezen.

Variant Wat Punten
Alleen gaan Alleen 5 slagen halen 2 punten, per overslag +1, alle slagen = 60 punten
Vragen en meegaan 8 slagen halen met 2 spelers 2 punten, per overslag +1, alle slagen = 14 punten
Abondance Alleen 9 slagen halen in zelfgekozen troef 15 punten (5 per tegenstander)
Abondance 10  Alleen 10 slagen halen in zelfgekozen troef 18 punten (6 per tegenstander)
Miserie Geen enkele slag halen 21 punten (7 per tegenstander)
Miserie op tafel Geen enkele slag halen met je kaarten open en bloot zodat iedereen ze kan zien 42 punten (14 per tegenstander)
Abondance 11 Alleen 11 slagen halen in zelfgekozen troef 24 punten (8 per tegenstander
Abondance 12 Alleen 12 slagen halen in zelfgekozen troef  27 punten (9 per tegenstander)
Troel 8 slagen halen met 2 spelers (1 speler heeft 3 azen, zijn partner is de speler met de 4e aas) 4 punten, per overslag +2, alle slagen = 28 punten
Troela 8 slagen halen met 2 spelers (1 speler heeft 4 azen, zijn partner is de speler met de harten heer) 4 punten, per overslag +2, alle slagen = 24 punten 
Solo Alle slagen halen in zelfgekozen troef  75 punten (25 per tegenstander)
Solo Slim Alle slagen halen in de gedraaide troef 90 punten (30  per tegenstander)

!!! OPGELET: Als je de gekozen variant niet haalt, dan worden de punten afgetrokken in plaats van bijgeteld.

5. Wat mag je niet doen

  • Tafel plakt! Wanneer je een kaart hebt gegooid mag je die niet meer terugnemen. Tenzij de speler niet gevolgd heeft. 
  • Niet volgen: Wanneer een speler niet volgt in dezelfde soort maar deze wel nog in zijn/haar hand heeft krijgt de speler strafpunten. -3 punten voor de speler en +1 voor de tegenspelers wanneer het in dezelfde hand wordt opgemerkt. -15 punten en +5 voor de tegenstanders als het pas in een latere hand wordt opgemerkt. 
  • Fout delen: Wanneer de deler niet reglementair de kaarten heeft gedeeld krijgt hij -3 en de tegenspelers +1.
  • Kaarten inkijken of valsspelen is een zware fout. Hiervoor krijgt de speler in kwestie -15 punten en de tegenspelers +5. 
  • Tot slot wordt het door de internationale wiesbond afgeraden om "voor de middag met zware bieren aan de slag te gaan."

"Tafel plakt, Wesley!"

Weet je nog niet genoeg?

Het volledige reglement van de International World Whist Association vind je hier. Een gedetailleerde scoretabel vind je hier. Veel plezier!