Amper Waalse speelsters in EK-selectie: waar blijven les Flammes Rouges?

    Lisa Lichtfus is de enige Waalse speelster in de Belgische EK-selectie.

    Opvallende vaststelling: de 23-koppige EK-selectie van de Red Flames telt met derde doelvrouw Lisa Lichtfus maar één Waalse speelster. Behalve nog de Brusselse Charlotte Tison oogt de nationale ploeg vooral Vlaams. Hoe komt dat? “Voetbal Vlaanderen speelde sneller op de bal. In Wallonië wordt er soms te lang gepalaverd.”

    Eerst de cijfers: volgens de laatste telling (april 2022) zijn er in België 47.712 meisjes die voetballen - ruw genomen 29.000 in Vlaanderen en 19.000 in Wallonië. Gezien het verschil in inwonersaantal valt dat verschil best mee. Dan lijkt de doorstroming en opleiding van speelsters het probleem?

     

    “Algemeen kan je zeggen dat daar een achterstand is: sinds het begin van Voetbal Vlaanderen (in 2008, red.) hebben “zij” een voorsprong genomen wat talentdetectie en opleiding betreft”, zegt Lise Burion, commentator bij de RTBF.

     

    Bij de Franstalige vleugel ACFF geloven ze evenwel dat die achterstand weggewerkt zal worden. “Iemand van de ACFF omschreef het zo: Vlaanderen is eerder in het zwembad gesprongen en heeft dus lengtes voorsprong. Maar nu liggen wij ook in het bad én we zwemmen sneller.”

    Clubs op komst: La Louvière en RWDM

    De wet van de remmende voorsprong kan Wallonië misschien helpen. En ook al zit er bij de nationale jeugdselecties nu meer Waals talent dan bij de Flames, toch wordt die inhaalbeweging niet gemakkelijk. 

     

    “In Vlaanderen zijn er gewoon veel meer clubs – ook onder het niveau van de Super League. In Wallonië is er alleen Standard, dat een academie heeft waar je kan doorgroeien”, zegt Cécile De Gernier, ex-Red Flame en cocommentator van Burion op het EK.

     

    “Er zijn dus wel behoorlijk wat voetballende meisjes in Wallonië, maar veel minder op een hoog niveau.”

     

    Er zijn wel clubs op komst, zoals La Louvière en in Brussel de RWDM Girls. “Zij nemen er de tijd voor: eerst zorgen dat de structuur er staat en dan doorgroeien naar een hoger niveau, uiteindelijk – hopelijk – de Super League. RWDM is trouwens meer dan voetbal, dat is ook een heel mooi sociaal project.”

     

    Maar dergelijke projecten zijn er te weinig zegt De Gernier. "In Vlaanderen gaat het altijd sneller en wordt er meer geprobeerd. In Wallonië blijft het lang bij gepalaver en zijn we vaak jaren verder voor er iets gebeurt."

    Een training bij de RWDM Girls.

    Slecht voorbeeld Charleroi

    In de Super League heb je toch ook Charleroi? “Die zijn daarin gestapt zonder deftige jeugdopleiding. Ze plukken links en rechts speelsters weg, maar een structuur is er niet. Ik denk dat Mehdi Bayat het ook voor het imago deed, toen hij enkele jaren geleden nog bondsvoorzitter was.”

     

    “Hij dacht dat ze in een drietal jaar zouden kunnen meedoen bovenaan, maar hij heeft het onderschat. Charleroi is eraan begonnen zonder eerst een goede structuur op te zetten en dat is fout”, is De Gernier streng.

    De man bepaalt de vrouwenclub

    Charleroi is trouwens ook een goeie illustratie van een ander pijnpunt in het vrouwenvoetbal (en niet enkel in Wallonië): te veel afhankelijk zijn van de goodwill van een man(nenclub). 

     

    “Als de voorzitter of de mannenclub er helemaal achter staat, dan helpt het zeker. Kijk bijvoorbeeld naar OHL. Maar anders heb je het als vrouwenclub beter zelf in handen, zoals bij RWDM.”

     

    De Gernier kan het ook illustreren met Standard, de club waar ze het langst bij actief was. “Onder Luciano D’Onofrio was het oké, hij had een goed contact met de vrouwenafdeling." 

     

    "Met Roland Duchâtelet was het zalig: hij zag de mannen als business maar de vrouwenploeg als zijn passie – het is dankzij hem dat we de Beneliga wonnen (in 2015)." 

     

    "Onder Bruno Venanzi viel een groot deel van de steun weg en nu is het maar de vraag hoe de nieuwe eigenaars zullen omgaan met Standard Fémina.”

    Foot-Féminin

    In Vlaanderen zijn niet alle clubs blij met de Topsportschool in Leuven, omdat die speelsters zou weglokken uit hun jeugdwerking. Maar dat die talent laat doorstromen, is duidelijk, met bijvoorbeeld Sari Kees en Hannah Eurlings nu bij de Flames.

     

    “In Wallonië heb je sinds zes jaar ook de FFEE in Luik, dat staat voor Foot-Féminin-Elites Etudes”, zegt Burion. 

     

    “Ze werken een beetje volgens hetzelfde principe, maar het grootste verschil is dat ze geen eigen elftal hebben, zoals dat er in Leuven met de Yellow Flames wel is.” 

     

    Met die Yellow Flames spelen meisjes van de tweede graad samen in een reeks met jongensploegen. In de school in Luik wordt er in het weekend niet samen gevoetbald in een competitie.

    Taal en ligging

    Tot slot speelt ook de geografie Wallonië niet in de kaart. “Steden en dorpen liggen veel meer uit elkaar. Meisjes met talent weten soms niet waar ze terechtkunnen. Of omgekeerd: Sibret, diep in Luxemburg, is een ploeg met een goeie werking, maar komt moeilijk tot een goeie kern.”

     

    En ook de taal kan een rol spelen, als de club die het dichtstbij ligt een Nederlandstalige is. De Gernier illustreert met een eigen voorbeeld: als Brusselse-met-talent kon ze de stap zetten naar Anderlecht of WS Woluwe. “Maar Anderlecht was toen vooral Nederlandstalig. Daarom koos ik voor Woluwe en misschien was Anderlecht beter voor mijn carrière geweest.”

    Gerelateerd: