Scandinavië doet weer mee in het mannentennis: "Niet velen gegeven om Carlos Alcaraz al twee keer te kloppen"

    Mikael Ymer, Holger Rune en Casper Ruud.

    Vandaag is het bij de mannen een Scandinavische dag op Roland Garros. Met Casper Ruud, Holger Rune en Mikael Ymer staan een Noor, een Deen en een Zweed in de derde ronde. Stoten ze ook door naar de achtste finales? Tenniscommentator Dirk Gerlo duidt de opmars van het tennis in Scandinavië.

    De Zweden

    Het is een beetje raar en een echt goede verklaring is er niet voor, maar tot voor kort slaagde alleen Zweden erin om tennissers op te leiden die internationaal aan de top konden meedraaien.  

     

    Absolute sterren genoeg trouwens als je even terugkijkt. Sven Davidson zette de toon in de jaren '50 van de vorige eeuw. Drie finales in Parijs en de eerste Zweedse grandslamwinnaar op Roland Garros in 1957. 

     

    Björn Borg was dé superster van het tennis in de jaren '70 en '80 met zijn 11 grandslamtitels: zes in Parijs en vijf op Wimbledon. Borg was 26 jaar toen hij het voor bekeken hield. Niemand kon emoties op de baan beter verbergen dan "Ice Borg".

     

    Een goede tweede was Mats Wilander met zeven titels in de Grand Slams, drie daarvan in Parijs. Stel je even voor: nog voor zijn 20e had hij al vier titels op zak. 

     

    Stefan Edberg was nog zo’n klepper met zes grandslamtitels. Nooit was kijken naar serve-and-volley mooier dan bij Edberg. En dan hebben we het nog niet gehad over onder andere Thomas Johansson, Magnus Norman, Robin Söderling of Jonas Björkman. 

     

    Nu loopt het al even een pak moeilijker. De 23-jarige Mikael Ymer is de enige Zweed in de top 100. Met zijn plaats in de derde ronde staat hij net niet in de top 80. Ymer, de zoon van een Ethiopisch echtpaar dat naar Zweden emigreerde, was een prima junior, een Europese kampioen bij de -18-jarigen. 

     

    Bij de profs pakte Ymer nog geen titels, maar vorig klopte hij wel twee keer Carlos Alcaraz. Dat is niet velen gegeven.

    De Denen

    Denemarken werd op de tenniskaart gezet door een vrouw, niet door een man. Caroline Wozniacki was ongeveer tien jaar lang wereldtop, won 30 titels en was nummer 1 van de wereld. Ze moest wel tot op het einde van haar carrière wachten op haar enige Grand Slam: de Australian Open in 2018.

     

    Er waren natuurlijk wel Deense mannen. Ene Kurt Nielsen speelde en verloor in de jaren '50 van de vorige eeuw twee finales op Wimbledon, maar daar houdt het dan ook mee op. 

     

    Kenneth Carlsen, Frederik Fetterlein en Kristian Pless waren hun plaats in de top 100 waard, veel titels vergaarden ze niet. 

     

    Nu is er wel Holger Rune. Drie jaar geleden won Rune Roland Garros bij de junioren. Een paar maanden later werd hij nummer 1 bij de junioren. Opvallend: Rune werkt al zijn hele carrière samen met de man die hem op zijn zesde zijn eerste tennislessen gaf: Lars Christensen.

     

    19 jaar is hij nu, de jeugdrivaal van Carlos Alcaraz. De Spanjaard staat wel al stevig in de top 10, Rune klimt dankzij zijn plaats in de derde ronde in Parijs naar plaats 33. Begin dit jaar was hij nog nummer 100 van de wereld.

     

    Hij pakte ook zijn eerste titel in München, onderweg klopte hij thuisfavoriet Alexander Zverev. In zijn openingsronde hier versloeg Rune Denis Shapovalov, toch als 15de geplaatst. 

     

    Rune blijft er bescheiden onder: “Vorig jaar speelde ik rond deze tijd nog challengers en stond ik niet in de top 200. Nu heb ik mijn eerste match in een Grand Slam gewonnen. Ik geloof in mezelf, ik heb nog geen set verloren. Ik weet dat ik iedereen kan verslaan, maar dat iedereen ook mij kan kloppen. De sleutel is om te focussen, Ik probeer elke dag 1 % te verbeteren. Werken aan elke detail, telkens alles een beetje beter."

    De Noren

    En wat hebben de Noren met tennis? Bitter weinig mag je terecht denken.

     

    Noorwegen was en is het land van de wintersporters, is het land van de  topatleten Karsten Warholm en de broers Ingebregtsen. Maar nu dus ook van Casper Ruud.

     

    Onopgemerkt door de straten van Oslo lopen is er sinds vorig jaar niet echt meer bij. De vader van Casper, Christian zorgde voor een eerste rimpeling op het water met zijn 39ste plaats op de wereldranglijst. De Belgische kapitein van de Davis Cup Johan Van Herck kent papa Ruud. Twee keer verloor Van Herck een challengerfinale tegen hem.

     

    Maar via Christian werd Casper door de tennismicrobe gebeten. Casper was in 2016 de eerste Noorse nummer 1 op de wereldranglijst bij de junioren. Om beter te worden trok Casper naar Spanje. Eerst naar Alicante, dan naar de Rafael Nadal Academy waar hij samen trainde met jawel, Nadal. 

     

    Ruud beweert dat hij op Mallorca 10 tot 20% beter werd, dat al zijn slagen er sterker werden en dat het duo Rafael en Toni Nadal voor de procentjes zorgde die van een top 60-speler een top 10-speler hebben gemaakt. 

     

    2021 was het jaar van de complete doorbraak voor Ruud. Na zijn eerste titel in 2020 voegde hij er vorig jaar nog eens vijf aan toe. Hij begon eraan in Genève en in een al te gekke maand juli won hij op gravel in drie weken tijd in Bastad, Gstaad en Kitzbuhel. Later volgde nog San Diego. 

     

    Tegenstanders zeggen dat Ruud, 8e van de wereld nu na zijn halve finales in Monte Carlo en Madrid en zijn finale in Miami, de zwaarste topspinbal van het hele circuit heeft.

     

    Zijn steun en toeverlaat is nog altijd zijn eerste coach, en dat is zijn vader Christian:  “De belangrijkste periode is die misschien wel tussen 12/13 en 18/19 jaar. Als jongere wil je dan misschien wel van heel veel andere dingen genieten. Dat is normaal."

     

    "Maar eigenlijk ben je dan al een prof. En dan is het goed dat je dan je vader als begeleider hebt. Iemand die de dunne lijn tussen wat wel en niet kan perfect aanvoelt. Het zijn de jaren die ervoor zorgen dat je de juiste ingesteldheid hebt om het later als prof te maken. Zonder mijn vader sta ik niet waar ik nu sta “.