Gymfed presenteert totaalplan tegen grensoverschrijdend gedrag in de gymnastiek

    Twee jaar geleden beval Vlaams minister van Sport Ben Weyts een onderzoek na wanklanken uit de turnwereld, vorig jaar volgden de conclusies en aanbevelingen van de onafhankelijke onderzoekscommissie, vandaag stelt de minister een allesomvattend plan voor tegen grensoverschrijdend gedrag in de gymnastiek.

    De Vlaamse Gymfederatie heeft in totaal honderden acties gebald in één totaalplan, dat inzet op alle aspecten van de sport, luidt het in een persbericht.

    Zo worden de opleidingen van trainers, de omkadering van jonge atleten, de interne werking van de gymnastiekwereld, de medische én de mentale opvolging bijgestuurd om grensoverschrijdend gedrag in de toekomst maximaal te vermijden.

    Dit is het sluitstuk van een lang traject, dat werd opgestart onder impuls van de minister na getuigenissen over psychisch grensoverschrijdend gedrag. “Stap voor stap is er werk gemaakt van een sterker integriteitsbeleid”, zegt Weyts.

    “Dit moet ervoor zorgen dat jonge sporters zich allemaal veilig kunnen voelen binnen hun eigen club.”

    Weyts gaf in de zomer van 2020 topmagistraat Bart Meganck de opdracht om  de getuigenissen grondig te onderzoeken. In het voorjaar van 2021 bracht de onafhankelijke onderzoekscommissie van Meganck conclusies en aanbevelingen uit.

    Het was toen aan de Gymfed om echt aan de slag te gaan met  deze aanbevelingen om het eigen integriteitsbeleid te versterken. Een speciale taskforce met 14 leden – onder wie interne en externe experts én vertegenwoordigers van de atleten, de ouders en ex-gymnasten – nam die opdracht op zich.

    5 hoofdaandachtspunten

    De rode draad in het totaalplan is een verbeterde, meer gezonde en meer positieve gymnastiekcultuur, waar betere en meer transparante afspraken gemaakt worden en waar beter met elkaar gecommuniceerd wordt.

    1. Meer en betere opleidingen
      Trainers zullen bijvoorbeeld beter opgeleid worden. Er zal niet enkel aandacht zijn voor sporttechnische kennis, maar ook voor o.a. zachte vaardigheden ("soft skills") en voor het centraal plaatsen van het welzijn van de sporter.

    2. Gezondere topsportwerking en -cultuur
      Jonge topsporters zullen bijvoorbeeld beter omkaderd worden, met meer aandacht voor een haalbare combinatie school-sport-internaat.

    3. Meer aandacht aan fysiek welbevinden
      Bijvoorbeeld op het gebied van voeding: bestaande taboes bespreekbaar maken, protocol voor voeding op internaat, informatie voor ouders,...

    4. Meer aandacht voor mentaal welbevinden
      Er worden bijvoorbeeld "leermomenten" georganiseerd voor gymnasten, ouders én coaches over hoe om te gaan met stress, "falen", ups en downs in je carrière.

    5. Betere interne werking van federatie en clubs
      Een voorbeeld hiervan is een transparante meldingsprocedure, waarbij elke melding wordt behandeld door een neutraal en onafhankelijk team, dat hierover rapporteert.

    "Louterend voor gymsport en álle sporttakken"

    De minister blikt tevreden terug op het geleverde werk en ziet het als voorbeeld voor andere sporten: "Ja, er is veel fout gegaan en er zijn wonden geslagen. Maar op grond van de  gebeurtenissen van het verleden trekken we lessen voor de toekomst en zorgen we voor een betere sport.”

    “Heel dit proces moet louterend werken voor de gymsport, maar moet evenzeer een bijdrage leveren aan meer veiligheid en integriteit in álle sporttakken.”