Bondscoach Meirhaeghe over Belgische mountainbikers: "Aandacht voor Iserbyt is zalig voor onze sport"

    Bondscoach Filip Meirhaeghe kort voor vertrek naar Albstadt.

    Na een eerste wedstrijd in Brazilië komt de Wereldbeker mountainbike naar Europa met dit weekend Albstadt (Duitsland) en de week daarna Nove Mesto (Tsjechië). Filip Meirhaeghe krijgt als bondscoach van de Belgische selectie een “nieuweling” onder zijn hoede: Eli Iserbyt. Hij wil deze zomer proeven van het mountainbiken. “De max dat hij dit wil proberen.”

    Even geen balkjes, zand en modder, maar stenen, stronken en rotsen voor de eindwinnaar van de Wereldbeker veldrijden. Kwam de vraag om het op de mountainbike te proberen van Iserbyt zelf? “Ja”, zegt Meirhaeghe.

     

    Iserbyt nam dus het initiatief, waarna afgelopen winter verschillende gesprekken met de bondscoach volgden. “Over de werking, over prestaties en over wat hij ervoor zal moeten doen als hij iets wil bereiken.”

     

    “Tegelijk wil ik niet dat we hem als nationale ploeg nu al druk opleggen, dat heb ik hem ook gezegd. “Ik vind het de max dat je dit nu wil proberen, laten we zien waar je uitkomt." Veel, zo niet alles hangt af van wat hij ervoor over heeft. En hij is zich daarvan bewust.”

    "Parijs in zijn achterhoofd?"

    Nieuw is het natuurlijk niet, crossers die in de zomer kiezen voor de mountainbike. Iserbyt is ook niet de enige aanwezige in Albstadt, met ook Daan Soete en Alicia Franck bij de vrouwen.

     

    Is het voor Iserbyt meer dan het gat tussen twee veldritseizoenen opvullen? Kan Meirhaeghe zijn ambitie inschatten?

     

    “Over die ambitie hebben we nog niet gesproken. Maar ik denk wel dat hij ergens in zijn achterhoofd denkt aan Parijs (Spelen 2024) – of beter, dat hoop ik misschien. Maar ik wil niet in zijn plaats spreken en hem al zeker niet die druk geven. Eerst zien hoe het gaat.”

     

    Iserbyt proefde dit voorjaar al van de discipline met wedstrijden in Turkije en Frankrijk. “Qua motor moeten we ons natuurlijk geen vragen stellen: die motor is er, snelheid en kracht heeft hij, maar hij moet nu groeien naar langere wedstrijden.”

     

    “Ik hoop ook dat hij de kracht heeft om niet na twee wedstrijden te stoppen. Je bent niet zomaar ineens mountainbiker, het is een weg die je moet afleggen.”

    Snelheid en kracht heeft hij, maar hij moet nu groeien in langere wedstrijden.

    Filip Meirhaeghe over Eli Iserbyt

    Eli Iserbyt schoolt zich even om tot mountainbiker.

    Nood aan instroom

    Het veldrijden vergeet Iserbyt best helemaal, denkt Meirhaeghe. “Het zijn totaal andere sporten. Crossen, dat is in de weide rijden en over balkjes springen, misschien ook een zandbak. Dat bedoel ik niet denigrerend. Maar mountainbike zijn rotsen, stenen en boomwortels. Dat is steil naar beneden en steil bergop. Je kunt het niet vergelijken.”

     

    Is durf ook een factor? “Om te leren wel, of beter: angst is een belangrijke factor die het leren kan beletten. Bij Eli is die durf er zeker. En hij komt bijvoorbeeld heel goed overeen met belofte Clément Horny, die hem veel kan bijleren op vlak van techniek.”

     

    De twee hebben veel plezier samen, geeft Meirhaeghe nog mee. Iserbyt is dus goed opgenomen in de groep. “Het was zeker niet van: “die crosser, dat hij zijn plan trekt”. En de extra aandacht waar een bekende naam als Iserbyt voor zorgt, voor onze sport is dat zalig. Want we hebben nood aan instroom."

    Beste Belgische prestatie in jaren

    Extra aandacht, tegelijk mogen de andere Belgische mountainbikers niet in de schaduw worden gezet. 

     

    Bij de elite starten bijvoorbeeld ook Jens Schuermans en Pierre de Froidmont, en Lukas Malezewski en Emeline Detilleux bij de beloften. Zij rijden voor een (internationaal) team en maken geen deel uit van de selectie van Meirhaeghe.

     

    Pierre de Froidmont heeft zich al laten opmerken met een straffe zesde plaats in de eerste Wereldbekermanche in Petropolis, Brazilië. “Hij deed trouwens lang mee voor de vierde plek! Het was de beste Belgische prestatie in meer dan tien jaar, denk ik”, is Meirhaeghe enthousiast.

     

    De Froidmont is een 25-jarige Luikenaar, wat kan Meirhaeghe nog over hem vertellen? 

     

    “Het is een jongen die geleidelijk stappen zet en tegelijk constant blijft groeien. Hij is heel serieus met zijn vak bezig, heeft een planning opgebouwd en geeft zichzelf ook tijd. Die tijd om te groeien krijgt hij ook van zijn ouders, rustige mensen.” 

     

    “Afgelopen winter heeft hij de stap gezet naar een groter, internationaal team, en kijk: zesde in een Wereldbeker! Hij breekt dus door, ik hoop dat hij kan bevestigen maar hij is 25 en heeft dus nog tijd.”

     

    Lees verder onder de post.

    Ook Jens Schuermans haalde al een paar keer de top tien in een Wereldbeker – in 2019 werd hij zevende in Les Gets. 

     

    “In Brazilië haalde hij de top dertig niet en hij had er geen verklaring voor. Maar vorige week werd hij tweede in een wedstrijd van de Coupe de France, geen Wereldbeker maar ook van een hoog niveau. Hopelijk gaf hem dat een boost voor Albstadt.”

     

    Belofte Lukas Malezewski, drie jaar geleden Europees juniorenkampioen, kende enkele mindere jaren maar zit volgens Meirhaeghe weer goed in zijn vel. “En hij is nog altijd piepjong, geef hem nog wat tijd.”

     

    Komen we bij de vrouwen, met onder meer de 39-jarige Githa Michiels. “Maar Emeline Detilleux, eerstejaarsprof, is afgelopen winter ook naar een internationaal team gegaan. Als zij verder groeit, net als juniore Julia Grégoire, dan hebben we drie vrouwen op een hoog niveau en komt er zo misschien ook meer aandacht en instroom.”

    Jens Schuermans.

    Olympisch kampioen Pidcock

    Tot slot heeft Meirhaeghe het nog over de buitenlandse toppers. Al is het bij Mathieu van der Poel maar de vraag of hij deze zomer zijn mountainbike van stal zal halen. “Jammer als dat niet zo zou zijn, we kunnen de aandacht gebruiken. Maar als je ziet wat hij allemaal rijdt, dan moet je prioriteiten stellen.”

     

    “Was Tokio voor hem een eindpunt of wil hij nog proberen olympisch kampioen te worden? Geen idee. Maar iemand als hij kan ook wel een seizoen skippen om dan volgend jaar weer op te bouwen richting Parijs.”

     

    Tom Pidcock rijdt wel in Albstadt en Nove Mesto – volgens trainer Kurt Bogaerts is het doel vooral UCI-punten sprokkelen met oog op het WK en een goeie startplaats daar. “Voor mij is hij gewoon een van de toppers. Maar het is prachtig wat hij in Tokio gedaan heeft, ik heb veel respect voor hem.”

     

    Bij de mannen moet je natuurlijk ook wereldkampioen Nino Schürter noemen. Hij begon met winst in Petropolis ("na een geweldige sprint!"), goed voor zijn 33e Wereldbekerzege en een evenaring van het record van Julien Absalon. 

     

    “Zet daarnaast maar de te verwachten namen als Flückiger, Koretzky, de Fransen Marotte en Carod, ... . De top is heel breed. Bij de vrouwen ben ik zwaar onder de indruk van Loana Lecomte, zij zou wel eens de grote slokop kunnen worden.”