Wat is Granfondo en waarom zijn de Belgen er zo goed in? "Armen scheren om 5 watt te winnen"

    Job Sueters scheert zijn armen om sneller te fietsen in Granfondo's.

    Granfondo is een opmars aan het maken in de wielerwereld. Waarom is het zo populair? En waarom zwaaien de Belgen de plak? Sporza ging op zoek naar antwoorden in de Mallorca 312, een van de meest prestigieuze Granfondo's.

    Wat is een Granfondo?

    • Een lange fietstocht voor wielertoeristen/cyclosportieven met tijdsregistratie
    • Er wordt een klassement opgemaakt
    • Er is een prijsuitreiking
    • Iedereen kan deelnemen met zijn eigen doelstelling: een goede uitslag behalen, een goede tijd neerzetten of gewoon al de wedstrijd uitrijden
    • Vaak is het parcours bezaaid met bekende beklimmingen: in de Marmotte bijvoorbeeld krijgen de deelnemers de Col du Glandon, de Télégraphe, de Galibier en Alpe d'Huez voorgeschoteld.
    • Andere voorbeelden van Granfondo's zijn de Tour Transalp, Mallorca 312, Granfondo Strade Bianche, Granfondo Mont Ventoux enzovoort

    Wat maakt Granfondo zo leuk?

    Doordat er een tijdsregistratie is, maken de deelnemers er een wedstrijd van. Zo benaderen ze het gevoel van een profwielrenner.

     

    "Soms rijd je ook plots aan de zijde van ex-profrenners. Met Jan Ullrich en Alberto Contador reed ik vorig jaar samen in een groep in de Mallorca 312", vertelt Jakob Mignon (een van de betere Granfondo-renners in België).

     

    "Contador en Ullrich waren heel sociaal en sloegen met bijna iedereen een babbeltje."

     

    Vooral Ullrich maakte indruk op Mignon. "Voor de eerste klim kwam Ullrich zonder handen aan zijn stuur door het peloton gereden. Hij hield zijn armen toen in een soort van zonnegroet naar de hemel gericht."

     

    "Ook op de beklimming zelf maakte Ullrich indruk. Terwijl iedereen tegen 400 watt naar boven reed, zat Ullrich doodleuk filmpjes te maken en rijdend interviews af te nemen met mensen. Dat was heel opmerkelijk om te zien."

    Hoe hard moet je ervoor trainen?

    De betere Granfondo-renners trainen tussen de 15.000 en 25.000 kilometer per jaar.

     

    Net als de profs houden sommigen zich ook bezig met marginal gains (verbetering zoeken in de details).

     

    "Zo heb ik geen haar meer op mijn armen staan", lacht Job Sueters, die nog doelman is geweest bij KV Mechelen.

     

    "Ik behoor tot het zwaardere type renner en ik moet het in de Granfondo's vaak opnemen tegen lichtgewichten."

     

    "Het haar van mijn armen scheren zou me 5 watt winst moeten opleveren. Daardoor kan ik gemiddeld 1 km/u sneller rijden in een Granfondo."

    Hoe Granfondo-trainingen combineren met je werk?

    Veel trainen kost ook veel tijd. Hoe vallen die talloze uren aan trainingsarbeid te rijmen met een voltijdse job?

     

    "Het is plannen. Vaak ga ik 's morgens heel vroeg trainen of 's avonds laat", zegt Sylvia Hermans, die neurologe is in het dagelijkse leven.

     

    Ook Job Sueters pakt het zo aan. "Ik heb een vrij zware job aan de Europese instellingen. Ik geniet er dan ook van om voor en na het werk even uit te waaien op mijn fiets."

     

    De vele trainingsuren gaan soms ook gepaard met minder quality time met het gezin. "Ik heb een fantastische vriendin en fantastische zoon die me heel veel vrijheid geven en begrip tonen", zegt Jakob Mignon.

    Waarom zijn de Belgen zo goed in Granfondo's?

    Afgelopen weekend eindigden 3 Belgen in de top 4 van de Granfondo Mallorca 312. Ook in andere Granfondo's zijn de Belgen vaak heer en meester. Hoe komt dat?

     

    "Wielrennen zit in onze cultuur. Belgen zijn zot van de koers", zegt Bart Van Damme, die al jarenlang tot de top van de Granfondo-renners behoort.

     

    "Anderzijds zit er veel klimwerk in Granfondo's. Op dat vlak is het dan weer niet logisch dat Belgen goed presteren in Granfondo's."

     

    "Ik denk dat het vooral met veel goesting te maken heeft", gaat Van Damme voort. "De Belgische deelnemers trekken zich aan elkaar op en stuwen elkaar naar een hoger niveau."