De Cauwer: "Een Belg die te ver zit op de Koppenberg? Dan ligt het niet aan parcourskennis"

    Mathieu van der Poel

    Twee fenomenen domineerden zondag de Ronde van Vlaanderen bij de mannen. Twee buitenlanders ook. Twee renners bovendien die het moderne wielrennen belichamen. "Vroeger probeerden renners elk seizoen opnieuw even snel te kunnen rijden. Nu proberen ze elk seizoen nog sneller te rijden", zei José De Cauwer in onze podcast De Tribune.

    Waar waren de Belgen?

    Een opmerkelijke statistiek na de Ronde van Vlaanderen: het is nog maar de tweede keer in de geschiedenis dat slechts één Belg in de top tien eindigde. Dylan Teuns reed als zesde over de finish. 

     

    De vorige keer dat er maar één Belg bij de beste tien stond, was in 1995. Johan Museeuw bezette toen wel als winnaar het hoogste trapje op het podium. 

     

    Dylan Teuns vertelde na de wedstrijd dat hij de slag dit jaar miste op de Koppenberg. "Als ik meer vooraan de Koppenberg opdraai, dan denk ik dat ik samen met Van der Poel, Pogacar en Madouas wegrijd", zei hij aan Het Nieuwsblad. 

     

    José De Cauwer was niet helemaal overtuigd van die stelling in onze podcast De Tribune.

     

    "Teuns was goed, maar waarom zeg je dan dat je te ver zat? De Belgen hebben toch voldoende parcourskennis?"

    Als je vecht om vooraan te zitten bij de hellingen, dan zijn dat telkens extra inspanningen.

    José De Cauwer

    "Als je vecht om vooraan te zitten bij de hellingen, dan zijn dat telkens extra inspanningen. Het gevecht naar de hellingen is telkens een soort wasmachine waar je van voor naar achter wordt geslingerd."


    "Zo kom je al voor een stuk verzuurd aan de voet van de hellingen of toch zeker met een polsslag die hoger is dan die van renners die meer achteraan blijven zitten. Als je dan zegt dat je te ver zat, dan denk ik: het is het ene of het andere."


    "Wat de andere Belgen betreft: Tiesj Benoot had niet zijn beste dag, denk ik. Greg Van Avermaet moest heel de tijd in de verdediging rijden. Olivier Naesen reed voor het eerst relatief goed. Lotto-Soudal had veel pech. En zo ging de koers snel voorbij."

    Twee lessen over modern wielrennen

    Winnaar Mathieu van der Poel onderstreepte voor José De Cauwer dan weer twee belangrijke lessen over modern wielrennen. 

     

    Les 1: wedstrijdritme is een achterhaald begrip. Trainingen zijn de maatstaf.

     

    Ondanks aanslepende rugproblemen, won Mathieu van der Poel de Ronde met niet meer dan acht koersdagen in de benen. 

     

    "Dat is niet nieuw he", beseft De Cauwer. "Met wetenschappelijke begeleiding kunnen renners bijna het maximale uit trainingen halen."

     

    "Vroeger probeerden renners zich klaar te stomen om - ik zeg maar iets - 40 kilometer per uur te kunnen rijden. In de winter kwamen ze wat gewicht aan, dan begonnen ze opnieuw te trainen en als ze het volgende seizoen opnieuw 40 kilometer per uur konden rijden, waren ze blij. 

     

    "Nu proberen renners elk jaar sneller te rijden. Dat is het mooie aan het nieuwe wielrennen. Het enige probleem van weinig koersdagen is een beetje dat je veel koersen laat liggen, die je eigenlijk had kunnen winnen aan 90 procent."

    Als Van der Poel sterk is, maakt hij er een wedstrijd tussen kopmannen van.

    José De Cauwer

    Les twee: een team is maar zo sterk als zijn kopman. 

     

    Jumbo-Visma kreeg in het voorjaar enorm veel lof, maar zonder Wout van Aert moest het team tevreden zijn met een negende plaats voor Christophe Laporte. Op 48 seconden van de winnaar.

     

    "Ook dat is een element van het moderne wielrennen", zegt De Cauwer. "Als een Mathieu van der Poel echt goed is, dan heb je niet zoveel aan een team. Zijn team is minder sterk en daarom zorgt hij ervoor dat het een koers wordt tussen de kopmannen."

    Beluister de hele aflevering van De Tribune

     
    Je kunt de podcast ook beluisteren in de app van Sporza, klik daarvoor bovenaan de navigatie op "podcasts".