Teamdokter Lotto-Soudal over zieken in Parijs-Nice: "Ploegen halen coureurs sneller uit koers"

    Maarten Meirhaeghe is de teamdokter van Lotto-Soudal in Parijs-Nice.

    De dag in Parijs-Nice begon opvallend: liefst 18 renners kwamen niet aan de start. Dat is het hoogste aantal “did not starts” (DNS) in een World Tour-koers sinds 2011. De meeste van hen waren ziek. Dat vroeg om een woordje uitleg van een teamdokter, die vonden we met Maarten Meirhaeghe bij Lotto-Soudal.

    De Belgische ploeg bleef gespaard van zieken. “Gelukkig wel”, zegt Meirhaeghe. “Al zijn er altijd wel kleine ongemakjes. Die hou je goed in de gaten. Maar voorlopig zijn er dus geen virale of bacteriële infecties bij ons.”

    “Ik weet natuurlijk niet wat er bij de andere collega’s aan de hand is. Maar ik

    vermoed dat het zoiets is."

    "Door de coronamaatregelen die de voorbije jaren getroffen geweest zijn, hebben we veel minder immuniteit opgebouwd. Nu de restricties wegvallen, zijn we dan veel vatbaarder voor de klassieke virussen en bacteriën.”

    Nu de coronarestricties wegvallen, zijn we veel vatbaarder voor de klassieke virussen en bacteriën.

    Teamdokter Maarten Meirhaeghe (Lotto-Soudal)

    In het peloton speelt dat nog een beetje meer. “Renners zijn al iets vatbaarder, omdat ze heel scherp staan. De weerstand is soms wat minder. Ze fietsen ook nog altijd in de winter, in soms minder goede weersomstandigheden. Dat speelt ook mee."

    "Ze verzorgen zich goed, maar komen desalniettemin in contact met virussen en bacteriën. Bijvoorbeeld op hotel. Overal in Europa vallen de restricties weg en dan kunnen die klassieke virussen en bacteriën welig tieren.”

    Ondanks de serieuze coronaversoepelingen valt het onze man in de koers op dat de coureurs nog vaak het mondmasker dragen. Ze proberen zich nog goed te beschermen, terwijl je bij de mensen rond het startpodium geen maskers meer ziet.

    “Dat klopt”, zegt Meirhaeghe. “Je zit nog wel met de restricties van de UCI-regelgeving, terwijl dat in de “gewone wereld” niet zo is. Enerzijds moeten de renners het masker nog dragen, anderzijds doen ze het ook nog om zichzelf en hun collega’s te beschermen.”

    Waar worden de renners ziek?

    Thuis, de hotels, onderweg. Het zijn allemaal mogelijke besmettingshaarden. Meirhaeghe: “Wellicht brengen ze het van thuis mee, maar het kan ook tijdens de reis gebeuren op het vliegtuig of in de trein…"

    "Misschien pikt er één iemand een virus op in een hotel. En als je dan regelmatig  samen op een bus zit, zet zich dat verder. Zo zijn er 6 gevallen bij Israel-Premier Tech. Eens dat het binnen is in de ploeg, is het moeilijk om dat tegen te houden.”

    De teamdokters zijn in deze situatie nog meer op hun qui-vive. “Je doet dagdagelijks een medische check-up bij iedereen en het kleinste brandje probeer je te blussen en goed op te volgen. Niemand wil ziek worden in deze cruciale periode in het voorjaar.”

    Griepjes en verkoudheden lijken de renners in Parijs-Nice te vellen. Dat klinkt

    niet zo ernstig. “Maar het is toch genoeg om niet meer te kunnen volgen. Het gaat hier om topniveau. Vanaf het moment dat je een paar procentjes minder bent, mag je er een kruis over maken”, stelt Meirhaeghe.

    Die vindt het zelf niet ongewoon wat er vandaag in de Franse rittenkoers gebeurde. “Het was ook aangegeven door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en in de medische literatuur dat er een soort tsunami zit aan te komen van klassieke virale en bacteriële infecties."

    "Ik denk niet dat het om een coronagolf gaat. Het zijn gewoon sinusitissen en bronchitissen die passeren in het peloton.”

    De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de medische literatuur gaven aan dat er een soort tsunami van klassieke infecties zit aan te komen.

    Teamdokter Maarten Meirhaeghe (Lotto-Soudal)

    Wat doet een ploeg met een zieke renner? “Van zodra ze systemische symptomen hebben – zoals algemeen onwel zijn, spierpijnen her en der, koorts – mogen ze sowieso niet koersen. Dan haal ik ze eruit. Dan riskeren ze bijvoorbeeld om hartkwalen te creëren…"

    "Dus we proberen het zeker in een bredere context te zien. Er is van corona ook nog niet zoveel geweten als van andere virussen, dus zijn we nog extra argwanend. Sowieso doen we bij de minste twijfel een volledige check-up met een cardiaal  nazicht.”

    Tien jaar geleden zouden er misschien meer renners dan vandaag toch gestart
    zijn. Meirhaeghe, die 6 jaar in de koers zit, countert: “De wetenschap evolueert natuurlijk. Ik denk dat het vroeger misschien toch anders was. We weten dat er ritmestoornissen kunnen ontstaan als je een virale infectie hebt en toch met koorts fietst. Ploegen halen coureurs sneller uit koers. Dus dit is een positieve evolutie.”