Nederlands fiasco: mannen grijpen eerste keer naast medailles op ploegenachtervolging

    De Nederlandse ploeg moet voor het eerst met lege handen naar huis.

    De Nederlandse schaatsers zijn voor het eerst naast het podium gevallen op de olympische ploegenachtervolging. Sven Kramer, Patrick  Roest en Marcel Bosker waren met veel ambitie naar Peking getrokken, maar zagen het goud alweer naar Noorwegen gaan.

    De Nederlandse mannenploeg behoort al jaren tot de wereldtop, maar op de Spelen bleef het bij die ene gouden medaille van 2014. Vier jaar geleden werd het alweer brons, net als bij de Spelen van Turijn en Vancouver.

     

    De Nederlanders bleven ambitieus, maar de selectiepolitiek en tactische keuzes van bondscoach Jan Coopmans wekten niet veel vertrouwen. En dat ze zaterdag maar nipt de halve finales haalden, voorspelde weinig goeds.

     

    De oranje vrees kwam uit: in de halve finales was titelverdediger Noorwegen ruim een seconde sneller. En ook de strijd om de derde plek verloor Nederland kansloos tegen de Verenigde Staten.

     

    Kramer, Roest en Bosker kregen uiteindelijk 2,8 seconden aan hun schaatsbroek. Voor het eerst sinds de ploegenachtervolging op het olympische programma staat, grijpen de Nederlanders dus naast de medailles. De vrouwen konden wel nog een beetje de eer redden met brons.

     

    "Het kwam er gewoon niet uit", klaagde Sven Kramer, die had gehoopt om zijn vijfde gouden medaille te veroveren op de Winterspelen. De 35-jarige Fries komt nog in actie op de massastart, maar de kans is groot dat hij op negen olympische medailles blijft steken.

     

    Het goud was net als in Pyeongchang voor Noorwegen. Sverre Lunde Pedersen, Peder Kongshaug en Hallgeir Engebraaten waren overduidelijk te sterk voor de Russische ploeg.