Analisten snoeihard voor Nederlandse schaatsers: "We staan weer onderaan de ladder"

    Sven Kramer zag een 10e olympische medaille in rook opgaan.

    Vier Winterspelen op rij stonden de Nederlandse schaatsers op het podium van de ploegenachtervolging, maar in Peking vielen ze er hard naast. Een wake-upcall volgens de Nederlandse analisten: "We moeten dit onderdeel weer belangrijk maken, want nu hebben we hopeloos gefaald."

    Sven Kramer, Patrick Roest en Marcel Bosker grepen in de B-finale naast een bronzen medaille. "We waren gewoon niet goed genoeg", gaf Kramer, die had gehoopt op een 10e olympische medaille, eerlijk toe.

     

    De schaatscommentatoren spaarden de kritiek niet, zeker omdat Nederland 2 van zijn 9 dure olympische plaatsjes had opgeofferd voor de ploegenachtervolging. "Een 4e plek is echt dramatisch", klonk het bij de NOS.

     

    "Dit is een totaal mislukte olympische campagne: er is geen cohesie, geen masterplan en Nederland schiet op alle vlakken tekort. Andere landen hebben geïnvesteerd in techniek en tactiek, Nederland niet."

     

    Koen Verweij, in 2014 nog goed voor goud op het onderdeel, begreep de aanpak van  bondscoach Jan Coopmans niet. De Nederlander werd niet geselecteerd voor de ploegenachtervolging.

     

    "Ik heb op training wel mijn diensten aangeboden", vertelde hij. "We hebben sprinters, marathonrijders... We kunnen zo een brede ploeg bouwen om verschillende opties te hebben en zaken te testen. Maar dat is te weinig gebeurd."

    Het is gemakkelijk om nu alleen de bondscoach te slachtofferen - die gaat er natuurlijk uit, einde verhaal - maar ook de bond draagt verantwoordelijkheid. 

    Erben Wennemars

    Ook oud-schaatser en analist Erben Wennemars was hard. "Dit is gewoon een geweldig onderdeel op de Spelen, maar we hebben hopeloos gefaald. Het is een schande dat we niet meedoen met Nederland. We moeten het weer belangrijk maken, er moet iets veranderen."

     

    Een projectgroep loodste de Nederlanders in 2014 naar goud. "Maar daarna leek het wel alsof we ons geen zorgen meer hoefden te maken", aldus Wennemars. "We zijn terug bij 2006, onderaan de ladder en moeten weer opbouwen."

     

    "Het is gemakkelijk om nu alleen de bondscoach te slachtofferen - die gaat er natuurlijk uit, einde verhaal - maar ook de bond draagt verantwoordelijkheid. Heel veel mensen hadden aangegeven dat het niet goed liep."