De interne keuken van Team DSM, waar iedereen vlucht (1): "Behandeld als kleine kinderen"

    Team DSM nam de voorbije weken afscheid van Ilan Van Wilder en Tiesj Benoot.

    Na elke vertrekker worden de vraagtekens groter. Rond Team DSM hangt een waas van mysterie door de vele renners die er wegvluchten en zich nadien hullen in stilzwijgen. Wat loopt er mis achter de schermen bij de ambitieuze ploeg? Sporza verzamelde getuigenissen van enkele ervaringsdeskundigen. In deel 1: het gebrek aan flexibiliteit. "Het protocol van de ploeg is een sterkte die een zwakte geworden is."

    “Team DSM gaat akkoord met de stopzetting van het contract met Tiesj Benoot.”

    Dinsdag stuurde de (Duits-)Nederlandse WorldTour-formatie het nieuws over een breuk die al langer in de lucht hing ook officieel de wereld in.

     

    Het straffe: niemand schrikt er nog van. Tiesj Benoot is namelijk al de zoveelste vroegtijdige vertrekker. Eerder gingen Tom Dumoulin, Warren Barguil, Marc Hirschi, Marcel Kittel, Michael Matthews, Edward Theuns en Ilan Van Wilder hem al voor.

     

    Een stevig lijstje. Binnen de wielerwereld gonst het dan ook van de verhalen. Maar waar loopt het precies mis?

    Ex-renners De Backer, Vervaeke en Waeytens delen hun ervaringen

    "Eerst wil ik benadrukken dat er heel veel goeds in de ploeg zit", opent Bert De Backer, van 2009 tot en met 2017 renner bij DSM. 

     

    "Introduceer 80 procent van wat Team DSM doet in andere ploegen en die ploegen worden stuk voor stuk topteams."

     

    “DSM zet in op wetenschap en standaardiseert alles. Elke bidon van elke renner bevat identiek dezelfde inhoud, onafhankelijk van het staflid dat daarvoor verantwoordelijk is. De kans dat je eerste, tweede en derde fiets gelijkstaan bij DSM is veel groter dan bij andere ploegen enzovoort.”

     

    Ook Louis Vervaeke en Zico Waeytens houden positieve herinneringen over aan hun DSM-periode. “Ik was overtraind bij Lotto-Soudal en zocht naar de kennis van het wetenschappelijke wielrennen. Bij DSM vond ik die”, vertelt Vervaeke.

     

    “Ik leerde vooral veel bij op gebied van training en over mijn rol als lead-out”, zegt Waeytens. “We kregen ook altijd heel vroeg ons programma. Alles was tot in de puntjes geregeld.”

    Bert De Backer in actie bij een van de voorlopers van het huidige Team DSM.

    "We moesten naar meneer en mevrouw de leerkracht luisteren"

    DSM staat bekend om zijn strakke protocollen, die een resem regels met zich meebrengen. “Toen ik bij de ploeg tekende, heb ik ervoor gekozen om de regels te accepteren”, zegt Vervaeke.  

     

    “Maar soms sloegen ze wel een beetje door met hun regels”, vindt een buitenlandse renner die anoniem wenst te blijven. “Vooral op vestimentair vlak waren de regels extreem.”

     

    “Bij bepaalde aangelegenheden moest je verplicht een lange jas dragen. Op het startpodium moest je de ene keer verplicht je handschoenen dragen, de andere keer mocht niemand zijn handschoenen aanhouden.”

     

    Waeytens: “Na de Clasica San Sebastian werd ik eens opgebeld door de ploeg: “Je hebt goed gewerkt. Tom Dumoulin was supertevreden over jou”, klonk het. “Maar we hebben wel gezien dat je je podiumpet niet op had toen je het startblad ging tekenen.””

     

    “Over al die kleine dingen zaten ze te zeuren. Maar als renner wil je daar niet mee bezig zijn. Je wil vooral trainen en wedstrijden rijden.”

    We werden behandeld als kleine kinderen. Als je iets niet juist deed, moest je als het ware in de hoek gaan staan.

    Getuigenissen aan onze redactie over DSM

    Renners mogen ook geen millimeter afwijken van hun trainingsschema. “O wee als je eens een dag een heel klein beetje anders had getraind”, zegt een anonieme renner. “Je kreeg meteen een boos staflid aan de lijn en je moest je verantwoorden.”

     

    “Voor alles hadden ze een protocol. Het was echt extreem. En elk jaar kwamen er regeltjes bij. Regeltjes die renners op de zenuwen werken.”

     

    “We hadden het gevoel dat we voortdurend naar meneer en mevrouw de leerkracht moesten luisteren. We werden behandeld als kleine kinderen”, zeggen 2 renners. “Als je iets niet juist deed, moest je als het ware in de hoek gaan staan.”

     

    “Sommige renners hebben die aanpak misschien nodig. Maar vooral de oudere renners hebben geen nood aan veel overbodige regels die dan nog eens onnodig complex waren.”

    Louis Vervaeke ging van Sunweb over Alpecin-Fenix naar Quick Step-Alpha Vinyl.

    16 telefoontjes voor zadelaanpassing

    Alle renners die we spreken, delen dezelfde mening. “Flexibiliteit kennen ze niet bij Team DSM.”

     

    “Toen ik mijn zadel met 3 millimeter wou verhogen, moest de mecanicien bij wijze van spreken 16 telefoontjes doen”, zegt Waeytens. 

     

    “Eerst moest de verantwoordelijke voor het materiaal gecontacteerd en overtuigd worden waarom je je zadel wou verhogen. Het duurde uiteindelijk een hele tijd voordat die aanpassing er daadwerkelijk kwam.”

     

    De Backer: “Als je vond dat je meer poeder nodig had in je bidon, moest dat eerst onderzocht worden. Je moest dan allerlei tests ondergaan die moesten aantonen dat je effectief meer energie verbrandt tijdens een inspanning."

     

    "Maar dat kon heel lang aanslepen. Tegen dat het uiteindelijk toegelaten was om meer poeder te krijgen, was het seizoen bijna voorbij.”

    Het protocol van de ploeg is een sterkte die een zwakte geworden is. Als je het goede verkeerd gebruikt, dan heb je een probleem.

    Bert De Backer

    Ook op medisch vlak botst(e) het geregeld tussen ploeg en renners. “Inhouse lossen ze alles op met experts. Dat is goed”, zegt De Backer. 

     

    “Maar toen ik een medisch probleem had, had ik met betere contacten tot een betere oplossing kunnen komen. Maar neen: hun experts moeten alles oplossen. Als renner ben je verplicht om enkel een beroep te doen op de experts van het team.”

     

    Ook Waeytens verwijt het team een gebrek aan goede medische begeleiding. "Tijdens een winterstage gaf ik voortdurend aan dat ik me niet goed voelde. In de klassiekers liep het daarna voor geen meter, maar de ploeg wilde me niet helpen. Ik heb toen zelf een maagonderzoek laten doen."

     

    "Wat bleek? Ik had een maagbacterie en een maagzweer. Ik moest 120 antibioticapillen nemen. Maar de ploeg zei: wacht nog met antibiotica te nemen en rijd eerst nog Eschborn-Frankfurt. Ik heb daarmee heel mijn jaar om zeep geholpen. Mentaal was het toen helemaal op."

     

    De Backer: “Het protocol van de ploeg is een sterkte die een zwakte geworden is. Als je het goede verkeerd gebruikt, dan heb je een probleem.”

    Zico Waeytens is intussen ex-renner.