Donkere wolken boven Turijn: nieuw schandaal brengt Juventus in nauwe schoentjes

    2021 was sowieso al een mager beestje voor Juventus, maar het dreigt echt een annus horribilis te worden voor de Italiaanse troonbezetter. Sportief draait het vierkant en in de bestuurskamer maken ze zich pas echt zorgen over een onderzoek naar financiële wanpraktijken. Wat is er precies aan de hand en wat riskeert Juve?

    Voetbaltransfers zijn altijd voer voor discussie en dat was anderhalf jaar geleden niet anders. Juventus en Barcelona vonden elkaar namelijk ergens tussen Turijn en Catalonië voor een deal die niet meteen in de sterren stond geschreven. 

     

    De Braziliaanse middenvelder Arthur trok voor 80 miljoen euro van Barcelona naar Italië, Miralem Pjanic boekte een vlucht in de omgekeerde richting met een ticketprijs van 70 miljoen euro.

     

    Bij de "ruildeal" werden toen al veel vraagtekens geplaatst, maar over smaken en kleuren valt niet te twisten. Vooral de (te) hoge transfersommen deden de wenkbrauwen fronsen en tegelijk ook niet.

     

    Barcelona en Juventus pasten namelijk een boekhoudkundig trucje toe dat in het hedendaagse voetbal al lang geen toevalstreffer meer is. 

     

    Kort uitgelegd: de kost van een transfer wordt over meerdere jaren gespreid, de opbrengst van een transfer noteer je in datzelfde jaar in de boeken. 

     

    Als clubs bewust afspreken om de waarde van hun spelers kunstmatig op te blazen, dan ligt de verkoopprijs veel hoger dan de aankoopprijs destijds. Hoe hoger de winst, hoe gezonder het desbetreffende boekjaar oogt.

     

    Dankzij die torenhoge transfersommen - zeker zo kort na de eerste golf van de pandemie - kon er bij beide clubs meer winst ingeschreven worden in de boekhouding van dat geplaagde coronajaar. Of hoe je door zo'n samenzwering je gezondheid kan camoufleren.

     

    (lees voort onder het artikel over Arthur en Pjanic)

    Het beursgenoteerde Juventus kreeg speurders over de vloer

    Dat de rekeningen van Barcelona donkerrood kleuren en dat de club daardoor wat artificiële financiële zuurstof kon gebruiken, is de voorbije maanden al uitvoerig uitgesmeerd. 

     

    Maar dat ook Juventus zich naast het veld van zijn creatiefste kant heeft laten zien, daar is het Italiaanse gerecht over gestruikeld.

     

    De Italiaanse grootmacht kreeg eind vorige week het bezoek van speurders. Ze hadden bewust gewacht tot de beursdag voorbij was om het aandeel van de club - Juventus is een beursgenoteerd bedrijf - niet te bespelen. 

     

    Wie neemt de rechtbank van Turijn dan in het vizier in het onderzoek - Prisma - naar onregelmatigheden? 

     

    Voorzitter Andrea Agnelli, vicevoorzitter Pavel Nedved en voormalig sportief directeur Fabio Paratici (nu bij Tottenham) worden met de vinger gewezen. 

     

    Zij zouden mee - zoals uitgelegd in het dossier Arthur/Pjanic - "de transferwaarde van spelers hoger hebben ingeschat" en "facturen hebben uitgegeven voor niet-bestaande transacties". Het gaat om meer dan 40 verdachte transfers tussen 2019 en 2021.

    De sterke mannen van Juventus liggen onder vuur.

    Precedent met Chievo

    Bij de Italiaanse recordkampioen zitten ze al meer dan een week zenuwachtig op hun stoel te schuiven. 

     

    Nog niet elke hoofdrolspeler is al verhoord, maar vooral de afgeluisterde gesprekken tussen de bestuurslui baren hen meer dan waarschijnlijk zorgen.

     

    Juventus zeult ook schandalen uit het verleden met zich mee. Het nieuwe dossier roept nare herinneringen op aan het Calciopoli-schandaal, de matchfixingzaak van zo'n 15 jaar geleden waarbij Juve titels moest inleveren en werd teruggezet naar de Serie B.

     

    Het is twijfelachtig dat het nu weer zo'n vaart zal lopen, ook al is Juventus door zijn dominantie en verleden lang niet overal in Italië even populair.

     

    Integendeel, maar gelijkaardige onderzoeken hebben het voorbije decennium geresulteerd in bijvoorbeeld slechts puntenaftrek bij Chievo Verona en vrijspraak van andere beschuldigden zoals Inter en AC Milan.

    Ook de transacties rond Cristiano Ronaldo worden met het vergrootglas bekeken.

    Onderzoekers zijn nog lang niet thuis

    Het wordt voor de onderzoekers - die ook de verkoop van Cristiano Ronaldo naar Manchester United van deze zomer bestuderen - niet eenvoudig om glasheldere bewijzen op tafel te leggen.

     

    De beklaagden zullen in hun verdediging namelijk onvermijdelijk aankaarten dat aan de waarde van een voetballer geen objectieve criteria gekoppeld kunnen of mogen woorden en dat geen enkele club door de andere partij verplicht wordt om een bepaalde som op tafel te leggen.

     

    Maar het onderzoek legt wel weer bloot hoe de financiële patrimoniumverrijking nog steeds gemeengoed lijkt te zijn in het internationale voetbal.

     

    Ondanks de vele intenties rond Financial Fair Play deinzen de grote spelers - zeker zij met een beursgang - er niet voor terug om de financiële balans met wat goocheltrucs links en rechts rooskleuriger voor te stellen dan die in werkelijkheid (meestal) is.