OPINIE: Hoe wil deze regering door de sportwereld herinnerd worden?

    Tenzij het Overlegcomité voor uitstel zorgt, buigen de ministers van de regering-De Croo zich vandaag over een tweede lezing van de voorstellen van hun collega’s Frank Vandenbroucke en Vincent Van Peteghem voor een grondige hervorming van de fiscaliteit en parafiscaliteit van de topsport in ons land. Daarbij baren de plannen en de opvallende hardnekkigheid van minister van Financiën Van Peteghem de sportwereld grote zorgen. Vooral het voetbal houdt de adem in, want als hij zijn zin krijgt, jaagt dat ons profvoetbal recht het drijfzand in, weet onze verslaggever Peter Vandenbempt. Lees hier zijn opinie.

    En dus is de vraag die de ministers rond de tafel zich moeten stellen: hoe wil deze regering door de sportwereld herinnerd worden? 

     

    Als een regering die met krachtdadig optreden de wantoestanden van vele jaren in het voetbal een halt heeft toegeroepen, maar tegelijk met een verantwoordelijk beleid voor de lange termijn een (financieel) kader heeft gecreëerd waarin de sector zich met perspectief kan herorganiseren en ontwikkelen. 

     

    Of als een regering die het voetbal dat door corona al in een diepe crisis verkeert, met enkele ondoordachte maatregelen en met het oog op wat snel geldgewin het genadeschot heeft gegeven? 

     

    Het voetbal heeft intussen al lang blijk gegeven van schuldbesef over het verleden en van een grote bereidheid om het in de toekomst transparanter en correcter aan te pakken. Het kan niet dat een intelligente en gematigde politicus als premier De Croo toelaat dat zijn regering daar blind voor blijft.

     

    Het profvoetbal betaalt overigens al een hoge prijs en dat is eigenlijk straf. Alle getroffen sectoren in ons land hebben het voorbije anderhalf jaar steun gekregen van de overheid om de coronacrisis te overleven, maar het voetbal krijgt midden die crisis een factuur van 43 miljoen toegestuurd. Onmiddellijk te betalen. 

     

    In Nederland gingen recent de stadions opnieuw dicht en maakte de regering prompt 36 miljoen euro vrij om de getroffen clubs te ondersteunen. Zo kan het dus ook.

    Het voetbal heeft intussen al lang blijk gegeven van schuldbesef over het verleden en van een grote bereidheid om het in de toekomst transparanter en correcter aan te pakken.

    "Bekijk het profvoetbal als een sector met gewone werknemers"

    Misschien kan het helpen als men het profvoetbal niet langer bekijkt als een verzameling van goedverdienende voetballers en coaches en arrogante bestuurders, maar als een sector waarvan de overgrote meerderheid van wie er rechtstreeks in werkt, ook gewone werknemers zijn. Die evengoed straks hun baan kunnen verliezen.

     

    Voor minister Van Peteghem was die 43 miljoen blijkbaar nog niet genoeg en daarmee negeerde hij de duidelijke afspraken die de regering had gemaakt. De vraag is waarom. 

     

    Hét argument van de minister was altijd dat de huidige regeling voor ons profvoetbal in strijd was met de Europese regels. Dat was ook altijd het doorslaggevende argument van alle anderen die al jaren onverminderd kritiek uiten op het systeem. 

     

    De voorbije weken maakte Van Peteghem zijn collega’s bijzonder ongerust met de bewering dat als het ooit tot een veroordeling zou komen door Europa, de overheid mogelijk een factuur van honderden miljoenen zou moeten betalen.

    "Regeling is perfect conform de Europese richtlijnen over staatssteun"

    Overigens wordt die regeling waarbij clubs maar twintig procent van de bedrijfsvoorheffing moeten doorstorten ook toegepast in een heel aantal andere sectoren zoals de visserij en de baggersector (waar ons land wereldleider is). 

     

    In 2015 ging het om een totaalbedrag van bijna 4 miljard (!) euro dat niet naar de staatskas vloeide, het aandeel van het voetbal daarin is dus minimaal. 

     

    En toch wil Van Peteghem ze enkel voor het voetbal afschaffen. Als de regeling toch in strijd zou zijn met de Europese regels, is dat vreemd. Intussen is duidelijk dat de minister minstens verkeerd geïnformeerd was. En zijn collega-ministers dus ook.

     

    Specialisten wijzen dat de regeling perfect conform de Europese richtlijnen over staatssteun is. Bovendien gaat ze veel verder dan in andere landen, want er zijn ook herinvesteringsvoorwaarden aan gekoppeld, het geld moet naar de jeugd gaan. 

     

    De controle daarop moet beter en het profvoetbal is ook bereid om daar aan mee te werken.

    "Uitgerekend nu wil België een spookrijder zijn"

    Maar er is meer. Van de week keurde het Europees parlement zijn beleidsplan voor de sport goed en daarin wordt net uitdrukkelijk aangedrongen op ondersteuning van de sportsector door de overheid om de gevolgen van de coronacrisis het hoofd te bieden. 

     

    Helemaal het tegenovergestelde dus van wat minister Van Peteghem onze regering wil laten doen. En dat valt echt niet te verdedigen. 

     

    Europa bezweert zijn lidstaten om de sport doorheen deze moeilijke periode te loodsen, zet de deur wagenwijd open voor mèèr steun. Omdat sport geëvolueerd is tot een heel belangrijke maatschappelijke sector. Uitgerekend dan wil België een spookrijder zijn.

    Europa dringt net aan op ondersteuning van de sportsector door de overheid om de gevolgen van de coronacrisis het hoofd te bieden.

    "Plan is niet in het belang van de jeugd en nog veel minder in belang van het voetbal"

    In de ideale wereld wordt straks ook die 13 miljoen die Van Peteghem is toegezegd van tafel geveegd - over de 30 miljoen in de Sociale Zekerheid is geen discussie - maar dat zit er uiteraard budgettair (en voor de perceptie) niet in. Maar daar moet het wel stoppen. 

     

    Het plan van de minister van Financiën is er anders dan hij zegt zeker geen in het belang van de jeugd en nog veel minder in het belang van het voetbal. 

     

    Als de minister het overigens zo goed meent met de jeugd, waarom laat hij dan de kans liggen om het minimumloon voor niet-EU voetballers fors op te trekken? Naar het voorbeeld van Nederland. 

     

    De massale instroom van goedkope buitenlandse jongeren, dàt is een bedreiging voor de eigen jeugd. Maar daar is onbegrijpelijk genoeg nergens sprake van. Een grote gemiste kans is dat. De regering is aan zet. 

     

    Het is nog niet te laat om te doen wat Europa uitdrukkelijk vraagt. Goed beleid is altijd besluiten nemen die perspectief bieden. Meer vraagt het voetbal niet.

    Peter Vandenbempt