Onze spion in het peloton over 2021: "Strafste nummer? Van Aert op de Ventoux"

    Onze spion begint aan zijn winterslaap.

    Het wielerseizoen loopt op zijn laatste benen. Onze spion in het peloton legt zijn bijdrages voor 2021 neer. "Ik zal van dit jaar vooral onthouden dat de lat nog wat hoger ligt: het niveau is nog wat meer gestegen in het peloton", zegt hij.

    Ik heb intussen een punt gezet achter mijn seizoen. Dat is niet met de allergrootste glimlach, wel met een grimas door fysieke ongemakken. Daardoor heb ik in mijn laatste koersen geen rol van betekenis kunnen spelen. 

     

    Opgeven is nooit plezant, maar zeker niet op het einde van het seizoen. In andere jaren won ik nog op het einde van het jaar en dan trek je toch met een ander gevoel de winter in.

     

    De ploeg laat ons nu een tweetal weken los en daarin kunnen we tijd maken voor vrienden en hoeven we iets minder op onze voeding te letten. We hoeven niet meer zoveel na te denken.

     

    Feesten, dat is op mijn leeftijd al iets minder aan de orde. De wilde jaren zijn voorbij. Ja, vroeger had je nog feestjes in een discotheek in Kuurne die door de West-Vlamingen in het peloton mee georganiseerd werden.

     

    Van Parijs-Tours ging het rechtstreeks naar de feesttent. Je wilde er zo snel mogelijk geraken, toch rond middernacht, om dan nog even stoom af te laten. 

    Finishen in Roubaix was een erezaak

    Uiteraard wordt er nu nog veel nagepraat over Parijs-Roubaix. Ik heb er zelf met mijn blessures niet extra afgezien, gewoon net zo hard als de rest van het peloton.

     

    Ik ben kort voor het Bos van Wallers afgedraaid. Mijn lichaam haperde, maar ook mijn rem was stuk. En stuntwerk à la Christophe Laporte was niet aan mij besteed.

     

    In die fase van de koers kun je kiezen: als je al op achterstand rijdt en je ziet een auto van je ploeg staan, dan spring je er maar beter in. 

     

    Anders loop je het risico om geen ploegwagen meer tegen te komen en moet je in de bezemwagen naar Roubaix. Dat zou in deze omstandigheden geen pretje geweest zijn.

     

    Je geeft nooit met de glimlach op in zo'n koers en ik merk dat het voor iedereen een erezaak was om te finishen. Ondanks het hondenweer bereikten 96 renners de aankomst. Het was toch een beetje prestige, gok ik. 

    Jonge gasten krijgen geen klop van de hamer meer

    Ik onthoud van dit seizoen vooral dat de lat nog wat hoger ligt: het niveau is nog gestegen. Dat was aan het einde van het coronajaar ook al zo, maar nu nog wat meer. 

     

    Je kunt nergens meer aan de start verschijnen zonder zelf 100 procent in orde te zijn. Als je dat niet bent, dan kun je niets meer doen. Vroeger kon je dan wel nog iets uit de brand slepen, nu niet.

     

    Als ik dan toch voor één topprestatie moet gaan, dan kies ik voor Wout van Aert op de Mont Ventoux. Ik dacht toen: weet hij wel dat het een dubbele beklimming is?

     

    Wout is een van die mannen die er bijna steevast een ultralange finale van maken. Toen de koers de voorbije jaren op 70 à 80 kilometer van de finish openbrak, werd er al gekeken en gedacht: oei, zo vroeg?

     

    Dat waren toen ook meestal jonge gasten die de boel in brand staken, maar ze kregen dan af en toe een klop van de hamer. Nu is dat veel minder.

    Houding van het peloton zal niet veranderen

    Ik weet niet of ik dat gedrag echt kan verklaren. Vroeger wilde iedereen anticiperen voor de finale, maar als de toppers dat doen, dan kun je niet meer spreken van anticiperen. 

     

    Soms moet je dat gewoon ondergaan en ik denk niet dat deze houding nog zal veranderen. De koers is ook gewoon zo aantrekkelijk geworden. 

     

    Het is veel meer onverwacht. Dat vaste stramien met een lange vlucht en een finale van een uur is doorbroken. Het is net omgedraaid: pure propaganda.

     

    Ik hoorde het nog van enkele WK-gangers: toen de Fransen zo vroeg openden, dachten enkele Belgen dat het bij één of twee aanvallen zou blijven, maar de koers is nooit stilgevallen.

     

    Kijk ook naar Mathieu van der Poel in Kuurne of in de Antwerp Port Epic: je weet dat er iets achter zo'n aanval zit. Is het niet voor de dag zelf, dan is het voor een hoger of later doel. 

     

    Wat mijn doelen betreft: ik hoef me geen zorgen te maken de komende weken. Ik lig nog minstens twee jaar onder contract en kan dus nog zeker twee jaar meerijden als spion, al weet ik niet of mijn dekmantel nog lang standhoudt. 

     

    Tot volgend jaar!