Vrijdag is het Memorial. Met deze explainers over polsstokspringen, hordelopen en de aflossing bent u helemaal mee

    Vrijdag staan er op de Memorial Van Damme een pak olympiërs aan de aftrap. Als opwarmertje naar het belangrijkste altetiekevenement van ons land, ging Ruben Van Gucht langs bij Hanne Claes, Ben Broeders en Jonathan Sacoor. De atleten vertelden voluit over hun discipline.

    Alles over de Memorial: https://brussels.diamondleague.com/home/

    Hanne Claes: "Het is hordelopen, niet springen"

    Hanne Claes vertelt bij Ruben Van Gucht in geuren en kleuren over de 400 meter horden. De Belgisch kampioene op die afstand deelt haar inzichten over de paslengte, de switch van het aanvalsbeen en de racetactiek.

     

    "Ik zet normaal gezien 15 stappen tussen 2 horden. Maar heel veel vrouwen doen het in 13 stappen. Dat is puur op automatisme. Die paslengte is wel groter dan op de 400 meter zonder horden. Mijn afzetpunt is 1m80 voor de horde. Dat lijkt best ver, maar op volle snelheid is dat niet zo extreem."

     

    "Tactiek? Die is er niet echt. Het is een langgerekte sprint die je zo lang mogelijk moet volhouden. Je kan moeilijk inhouden in het begin en alles geven op het einde. Vanaf de 8e horde wordt meestal het verschil gemaakt."

    Breekt Ben Broeders het Belgisch record polsstokspringen op de Memorial?

    Ben Broeders is met zijn 5,81m de Belgische recordhouder in het polsstokspringen: "Je moet er zot voor zijn om je te smijten over die hoogte, maar het is wel beredeneerd."

     

    "Bijna iedereen neemt een aanloop van 18 passen, wat neerkomt op een 40 meter. In die voorbereiding van de aanloop zit ook een stuk visualisatie. Als je het jezelf niet ziet doen, dan zal je het ook nooit doen."

     

    "Eens je aanloopt is het denken 100% gedaan. Dan moet je de stok zo snel mogelijk in het putje rammen. In de laatste passen laat je de stok los om daar nog zo weinig moeite voor te doen en om de energie over te brengen."

    "Belgische teams zijn in het voordeel op de aflossing"

    Jonathan Sacoor en Cédric Van Branteghem zijn de ideale gesprekspartners om alles te vertellen over de aflossing. 

     

    "Niemand loopt graag als startloper", weet Van Branteghem. "Wat net zo leuk is aan de aflossing, is dat je als 2e of 3e loper mee kan gaan in de slipstream. In de jacht op je voorligger loop je tijden die je alleen niet loopt."

     

    Sacoor beaamt: "In de slipstream van je voorligger weet je dat je zelf het tempo niet moet aangeven. Gedachten op nul en gaan." 


    "Al is dat dubbel", zegt Van Branteghem. "In het zog verricht je misschien minder werk, maar moet je wel voorbij je voorligger. En dat is zeker in een bocht heel moeilijk."

     

    Belgische teams komen doorgaans sterk uit de hoek als het over stokwissels gaat. En daar is een goede verklaring voor. Sacoor: "Het voordeel dat we als Belgen hebben, is dat we onze lopers heel goed kennen en aanvoelen. We weten wat de andere zijn capaciteit is. Je moet bij de wissel kunnen inschatten hoe snel hij is en wanneer je zelf exact kan vertrekken. Bij de grotere landen zie je daar vaak fouten."