Wordt het weer bingo op de baan? Belgische pistiers hebben de geschiedenis mee

    De kans op Belgische medailles in Tokio stijgt opnieuw met de start van het baanwielrennen . De geschiedenis pleit alvast in ons voordeel, want België pakte in het verleden al 13 medailles in deze olympische sport. Slechts in één sport was de oogst nog groter.

    Donderdag betreedt de eerste Belg de olympische piste in Tokio. Kenny De Ketele gaat er op zoek naar eremetaal in het omnium. Zaterdag rijdt De Ketele ook nog eens de ploegkoers met Robbe Ghys.

     

    In Tokio komen er ook twee Belgische rensters in actie in het baanwielrennen. Vrijdag rijdt het duo Lotte Kopecky en Jolien D'hoore de ploegkoers. Op zondag rijdt Kopecky ook nog het omnium. Zij wil graag nog beter doen dan haar 4e plek in de wegrit.

     

    De ambitie bij de vier Belgen is groot en ook de verwachtingen staan hoog gespannen. En terecht zo blijkt. Een bik op de geschiedenis doet ons dromen.

     

    Het baanwielrennen leverde ons land namelijk het op één na meeste olympische medailles op. 13 stuks om exact te zijn. Enkel het boogschieten doet nog beter, maar die medailles behaalden we allemaal in 1920 of vroeger. Het baanwielrennen deelt zijn tweede plaats met het judo en het wielrennen op de weg.

    Van Werbrouck in 1908 tot D'hoore in 2016

    We gaan even terug in de tijd. Het begon allemaal in 1908 op de Spelen in Londen. Onze landgenoot Joseph Werbrouck behaalde er een bronzen medaille op de 20 kilometer.

     

    Zestien jaar later in 1924 in Parijs deden we nog beter. België pakte er een zilveren medaille in de ploegentijdrit en een bronzen medaille in de ploegenachtervolging.

     

    In 1948, opnieuw in Londen, was het weer prijs. Pierre Nihant reed naar een zilveren medaille op de 1000 meter tijdrit op de piste.  Daarna was het wachten op de Spelen in Rome wanneer Leo Sterckx voor België in 1960 een zilveren medaille behaalde. Dit keer in de individuele sprint. 

    Patrick Sercu bezorgde België in 1964 voor het eerst goud op de Spelen.

    Op de volgende Spelen was het meteen weer prijs voor België. In Tokio pakte Patrick Sercu het eerste goud voor België op de piste in de 1000 meter tijdrit. Twintig jaar later gaat diezelfde Sercu mee als coach van Roger Ilegems om de tweede gouden medaille te veroveren voor België. Ilegems snelde in Los Angeles naar goud in de puntenkoers.


    We noteren ook nog een bronzen medaille in Mexico in de tandem voor Daniel Goens en Robert Van Lancker. In 1976 zou ook Michel Vaarten België een zilveren medaille bezorgen. Dit keer op de Spelen in Montreal, maar opnieuw in de 1000 meter tijdrit. 


    Op de Spelen in 1992 pakte Cédric Mathy vervolgens het brons in de puntenkoers. Acht jaar later in 2000 behaalden Etienne De Wilde en Matthew Gilmore een zilveren medaille in de ploegkoers.

    Maar de recentste medaille op de piste is natuurlijk het brons van Jolien D'hoore in het omnium op de Spelen van Rio in 2016.

    programma Jolien D'hoore
    vrijdag 6 augustus ploegkoers (met Lotte Kopecky) 10e verslag  
    programma Lotte Kopecky
    zondag 25 juli wegrit 4e verslag
    vrijdag 6 augustus ploegkoers (met Jolien D'hoore) 10e verslag
    zondag 8 augustus omnium opgave na val verslag
    programma Kenny De Ketele
    donderdag 5 augustus omnium 13e verslag
    zaterdag 7 augustus  ploegkoers (met Robbe Ghys) 4e verslag
    programma Robbe Ghys
    zaterdag 7 augustus ploegkoers (met Kenny De Ketele) 4e verslag