Hoe kan België meer olympische medailles winnen? 9 antwoorden

    De Universiteit Vlaanderen kan ook niet voorbij aan de Olympische Spelen.

    Volgens het statistiekenbureau Gracenote behaalt België op de Spelen in Tokio 11 medailles. Dat zou voor ons land het beste naoorlogse resultaat zijn, maar nog steeds een fractie van medailles die Nederland wint. Veerle De Bosscher, expert sportbeleid van de VUB, legt voor Universiteit Vlaanderen uit hoe ons land deze kloof zou kunnen dichten.

    "Topsportsucces is maakbaar"

    "Uit onderzoek weten we dat topsportsucces voor 50% bepaald wordt door 3 factoren, waar je eigenlijk niet veel kan aan veranderen", zegt De Bosscher.

    1. Populatie. Met hoe meer je bent, hoe meer kans je hebt op succes.
    2. Rijkdom. Rijke landen kunnen meer investeren in structuur en trainers. 
    3. Prestigecultuur. Vroegere communistische landen hebben een historisch voordeel door de prestigecultuur die bij hen nog sterk aanwezig is.

    Maar deze factoren interesseren onderzoekers niet. "Wat ons interesseert, is die andere 50%, waar we wel iets kunnen aan veranderen."

     

    Zonder individueel talent hadden Nafi Thiam, Nina Derwael en andere Red Lions nooit hun carrière kunnen uitbouwen. "Maar enkel talent is niet genoeg", gaat De Bosscher verder.

     

    "Er waren sportclubs, infrastructuur, trainers, omkadering met gespecialiseerde teams en steun van federaties en sponsoring. Dat is topsportbeleid."

    Nafi Thiam, olympisch kampioen in Rio.

    "Vlaanderen scoort op of onder het gemiddelde"

    Maar wat zijn nu de kenmerken van een succesvol topsportbeleid? "Wij hebben ons gebaseerd op internationaal onderzoek in 15 landen, waarbij 3.000
    sporters en 1.400 trainers betrokken waren", verduidelijkt Veerle De Bosscher. Zij onderscheidt een spinnenweb van 9 pijlers (zie hieronder).

     

    Sport is in België een bevoegdheid voor de gemeenschappen, dus moeten we de scores voor Vlaanderen en Wallonië apart bekijken.  

     

    "Vlaanderen scoort op of onder het gemiddelde op elk van de 9 pijlers, behalve de vierde. We zijn dus beter in opsporing en ontwikkeling van talent, maar veel minder in financiële ondersteuning." 

     

    Wallonië doet het véél minder goed. Zij scoren overal onder het gemiddelde, behalve ook die vierde pijler.

    De 9 pijlers van een succesvol topsportbeleid:

    1. Financiële ondersteuning

    In de eerste pijler hebben we de grootste kloof met andere landen. Vlaanderen (26 miljoen euro) en Wallonië (11 miljoen euro) investeren samen nog niet de helft van wat Nederland (75 miljoen) investeert.


    "Andere toplanden investeren zelfs nóg veel hogere bedragen. Maar wat opvalt is dat meer investeren in topsport niet automatisch een evenredige verhoging van de topsportprestaties genereert."

     

    Je moet meer investeren om gewoon al je succes te behouden, omdat de internationale concurrentie en investeringen zodanig zijn toegenomen. "Stilstaan is hierbij letterlijk achteruitgaan. Of je moet je middelen efficiënter besteden en dat brengt ons bij de volgende pijler."

    2. Organisatie en structuur van het beleid

    Vlaanderen heeft hier een gemiddelde score. We hebben een vrij degelijk beleid, maar de echt succesvolle landen maken in deze pijler echt het verschil. 

     

    "De beste landen hebben allemaal een zeer sterke structuur ontwikkeld. Ze hebben allemaal een langetermijnbeleid waarbij ze minstens 15 jaar vooruitdenken."

     

    Ze betrekken hun trainers en atleten bij hun topsportbeleid, coördineren sterk, communiceren goed en alle federaties werken professioneel. Maar ze durven ook keuzes maken, want je kan in topsport niet alles ondersteunen.

    Ben Weyts, Vlaams minister van Sport.

    3. De topsportpiramide

    De derde pijler begint onderaan bij de sportparticipatie, de breedtesport voor iedereen. Vlaanderen scoort hier gemiddeld. "Hier is het niet alleen belangrijk dat kinderen bewegen en sporten, maar dat ze dat op een goeie manier kunnen doen."

     

    Dat betekent dat er kwalitatieve sportclubs en trainers moeten zijn. Hier zit in ons land nog een groot probleem. "Trainer zijn wordt nog gezien als een hobby en geen beroep." 

     

    "Dit zou moeten veranderd worden in ons systeem. Waarom zouden we naar analogie met de muziekscholen niet investeren in professionele trainers om jongeren op te leiden in de sport?" 

    4. Talentidentificatie en ontwikkeling

    Als je in de vorige pijler een bredere basis hebt met sportende jongeren, dan kan je ook meer talenten gaan rekruteren. Deze pijler is in Vlaanderen het sterkst ontwikkeld en dat heeft te maken met de goed werkende topsportscholen. 

     

    "Het is onmogelijk om 20 à 30 uur training per week te combineren met een volledige schoolloopbaan", zegt de professor. "Daarom zijn deze scholen  ontstaan. En omdat we uit een kleine vijver vissen hebben we al een traditie opgebouwd in het identificeren van de beste talenten." 

     

    Dat hebben we een stukje voor op een aantal andere landen. Maar niet alleen de topsportscholen, maar elke sportclub heeft ondersteuning nodig voor het opsporen van talenten, dus daar zit nog groeipotentieel in.

    5. De topsportcarrière

    Eens de jonge talenten doorgroeien tot topsporters en beginnen te presteren op het allerhoogste internationaal niveau zitten we in de vijfde pijler. De topsportcarrière en ook de na-carrière dienen ondersteund te worden. 

     

    "Topsporters hebben een maximale ondersteuning nodig om voltijds te kunnen trainen. Maar ook trainers van wereldklasse, een gespecialiseerd team rond zich van psychologen, fysiologen, sportartsen en –wetenschappers zijn cruciaal."

    6. Topsportinfrastructuur

    Dit is een heel belangrijke, maar tevens heel dure pijler. Vlaanderen heeft hier een heel grote kloof ten opzichte van andere landen. 

    "We hebben hier niet een echt topsportinstituut zoals Australië, Frankrijk of Japan, waar alle topsporters samen trainen in één instituut waar alle faciliteiten aanwezig zijn: hotels, klimaatkamers en de allernieuwste technologie en innovatie." 

    7. Toptrainers

    Vlaanderen investeert om trainers voltijds met hun atleten te laten werken. Maar we hebben te weinig toptrainers in België die kunnen meedraaien op het allerhoogste niveau. 

     

    "Er zijn eigenlijk 2 manieren om toptrainers te hebben. Ofwel ga je ze zelf opleiden, een systeem dat bij ons zeker voor verbetering vatbaar is. Ofwel ga je de beste trainers naar België halen, wat héél duur is. Maar elk land streeft naar de beste trainers. De topcoach brengt topsporters naar hun hoogste niveau."

    Shane McLeod, de Nieuw-Zeelandse hockeytrainer van de Red Lions.

    8. Nationale en internationale competities

    Eens de atleten presteren op het allerhoogste niveau, moeten ze zich ook op regelmatige basis kunnen meten met anderen van hetzelfde niveau. Betere atleten maken atleten beter. 

     

    Wat succesvolle topsportlanden doen, is zelf veel topsportcompetities organiseren. Ook op dit gebied hinkt Vlaanderen achterop.

    9. Wetenschappelijk onderzoek, innovatie en technologie

    "Dit is de pijler die ons moet onderscheiden van andere landen, maar hij is tevens ook heel duur en vraagt tijd om te ontwikkelen", besluit De Bosscher. "Net dat kan het verschil maken tussen net wel, of net geen medaille. Of tussen zilver of goud." 

     

    "Mooi voorbeeld hiervan is Tia Hellebaut, die in 2008 over 2,05m sprong en goud haalde. Het waren de wetenschappelijke biomechanische analyses
    die haar net dat tikkeltje hoger hebben doen springen." 

    Tia Hellebaut pakt goud op de Spelen van Peking in 2008.

    Er bestaat geen blauwdruk van "het topsportbeleid"

    Nederland heeft de ambitie om tot de beste 10 landen ter wereld te behoren. En als we enkele grote landen op het spinnenweb leggen, dan zien we dat die in de meeste pijlers veel hoger scoren dan wij. 

     

    Maar het wordt ook meteen duidelijk dat elk land andere accenten legt en er dus geen blauwdruk bestaat van “het topsportbeleid”. Er is ook geen enkel land dat in elke pijler een maximale score heeft. 

     

    "De weg voorwaarts is dus: goed zijn in elke pijler, maar dat kost meer geld. Dus als we meer medailles willen, dan zijn meer investeringen nodig. Maar zoals eerder al gezegd moet je sowieso meer investeren om gewoon je positie te behouden. Dus enkele miljoenen is niet voldoende."

    Zijn die inspanningen en investeringen de moeite waard?

    Als je hoort wat je allemaal moet doen om medailles te winnen, is dat dan al die de moeite en dat geld waard? En zijn die medailles dan zo belangrijk? 

     

    "Geld maakt niet gelukkig, maar topsport wel", besluit professor De Bosscher. "Uit onderzoek blijkt dat Vlamingen die vaker naar topsport kijken ook aangeven algemeen gelukkiger te zijn." 

     

    60% geeft aan dat topsportprestaties hen gelukkig maken en 75% zegt zelfs dat die prestaties belangrijk zijn om jongeren te inspireren om zelf te gaan sporten. 

    Mensen die meer bewegen zijn niet alleen gezonder, ze worden ook minder ziek, hebben minder stress en meer vrienden.

    "Dat is nog het belangrijkste. Nog nooit is het belang van bewegen en sport zo essentieel geweest. Kinderen die op jonge leeftijd sporten, zullen later ook langer actief blijven." 


    "En mensen die meer bewegen zijn niet alleen gezonder, ze worden ook minder ziek, hebben minder stress en meer vrienden. En zo worden we er allemaal beter van." 

    Bekijk de uiteenzetting van Universiteit Vlaanderen