Elke Weylandt herdenkt Wouter: "10 jaar klinkt als eeuwigheid, maar voelt zo niet"

    Elke Weylandt bij een herdenkingsmonument aan de Schelde.

    10 jaar geleden, op 9 mei 2011, kwam Wouter Weylandt om het leven bij een val in de Giro. Hij was amper 26. Zus Elke Weylandt, ondertussen zelf aan de slag bij Trek-Segafredo, denkt nog elke dag met veel liefde aan haar "broerke". 

    Bekijk de reportage uit Sportweekend

    "Mocht er een medicijn zijn tegen dit verdriet, ik zou het niet nemen"

    Sportweekend zocht Elke Weylandt op langs de Schelde. "Dit was het vaste trainingsparcours van Wouter", vertelt ze. "Hier heeft hij zijn eerste fietsritjes gemaakt, en waarschijnlijk ook zijn laatste. Hij heeft hier met Bert De Backer ooit een streep getrokken zodat ze konden sprinten."

     

    "Enkele dagen na zijn dood zijn we naar hier gekomen samen met heel wat mensen die hier ook regelmatig fietsen en met zijn vrienden. Het gedenkteken is er later gekomen. Ik vind het een mooi gebaar."

     

    10 jaar na zijn val is Wouter Weylandt nog lang niet vergeten, ook niet bij zijn toenmalige ploeg Trek, de huidige werkgever van Elke. "Ik vraag dat niet, maar elke jaar wanneer de bussen bestickerd worden, komt er ook "WW108" op. Dan denk ik: dank u."

    We moeten zonder hem voort en daar kan ik kwaad om zijn, maar op wie? Op niemand eigenlijk. 

    "Het besef dat hij er al 10 jaar niet meer is, dat klinkt als een eeuwigheid, maar zo voelt het helemaal niet. Ik voel mijn broer ook nog altijd heel dichtbij."

     

    "Ik ben zelf ook 10 jaar ouder geworden. Zijn dood heeft mij zeer ingrijpend veranderd en heeft mijn leven ook veranderd. Het heeft mijn leven verrijkt en armer gemaakt, tegelijkertijd. Het heeft mijn persoonlijkheid gelaagder gemaakt en ik kan beter relativeren. Dat is iets positiefs dat ik er kan uithalen. Maar ik heb mijn broer niet meer. Mijn leven zou rijker zijn met mijn broer nog naast mij."

     

    "We moeten zonder hem voort en daar kan ik kwaad om zijn, maar op wie? Op niemand eigenlijk."

     

    "Voor duizelingwekkend groot verdriet bestaat er geen medicijn. En zelfs als het bestond, ik zou het niet willen nemen. Ik ben niet graag verdrietig, integendeel. Maar rouwen om iemand toont ook hoe groot de liefde was of is. En die is duizelingwekkend groot. Ik zie hem graag."

    Elk jaar schrijft Elke Weylandt een brief aan haar broer

    Dag broerke

     

    Kbenteketik, hoe ist?

     

    Het zou zomaar eens het begin van een telefoongesprek kunnen zijn, alleen komt er al 10 jaar lang geen antwoord meer van jouw kant en moet ik het doen met mijn brieven aan jou.

     

    Een decennium moeten we het al zonder jou stellen. We missen je allemaal op onze eigen manier, broerke. Loïc, je petekind, is minstens even trots op jou als ik. Hij doet me tegenwoordig wat vaker aan jou denken, met zijn lange haren die vanonder zijn helm komen piepen. Ook de manier waarop hij met zijn koersfiets rijdt, stampend op de pedalen, roepen beelden op van jou als nieuweling. Mooi en beangstigend tegelijkertijd vind ik dat. Aurélie vindt het frustrerend dat ze geen foto's heeft waar jij samen met haar opstaat, geen bewijzen dat jij haar wel nog hebt gekend, al heeft zijzelf geen concrete herinneringen aan jou. Ze googelt je af en toe en stelt zo nu en dan wat vragen. Ze weet niet wie ze mist, maar ze mist jou evengoed. 

     

    Enkele journalisten vroegen me de voorbije weken wat ik tegen jou zou zeggen als ik je nog een keer kon zien. Eerlijk? Daar heb ik nog nooit over nagedacht, want ja, ratio over emotie, zo gaat dat hier nu eenmaal. Ik zal je nooit meer zien. Maar stel nu eens. Wat als ik toch dat deurtje vond naar het parallelle universum waar jij gewoon bent blijven doorleven, dan... dan zou ik niets hoeven te zeggen. Ik zou je gewoon 'tegen mijne gilet trekken' en je niet meer loslaten. En jij zou wat ongemakkelijk kijken en met je ogen draaien maar je zou me laten doen, want je zou mijn hart voelen bonken en de liefde door mijn aders voelen stromen. Na al die jaren zonder jou, is het gevoel uitgepuurd tot zijn essentie: ik zie u graag, broerke, en godverdomme ik had jou zo graag nu nog bij mij gehad. 

     

    Uus Knops verwoordde het heel treffend in het rouwboek dat ze over haar broer Casper schreef: "Met een broer of zus heb je verschillende banden: een emotionele band, een bloedband, een familiale band, een historische band. Broers en zussen schrijven samen een gemeenschappelijk familieverhaal. Ze zijn tochtgenoten voor het leven." Al die banden heb ik nog steeds met jou, maar die tocht, broerke, die moet ik alleen verderzetten, al draag ik je altijd bij me, in mijn hoofd, in mijn hart, in elke vezel van mijn lichaam. 

     

    Precies 10 jaar geleden veranderde ons leven voor altijd, broerke. Veranderde ik ook voor altijd. Nu, 10 jaar later, is het verdriet niet weg, maar weet ik dat het naast geluk kan staan. Ik mis je broerke, maar ik ben ook dankbaar en trots. Dankbaar voor de 26,5 jaar dat ik je bij me mocht hebben en trots op wat een prachtbroer ik heb. 

     

    Dikke kus van 

     

    je zus

     

    De brieven zijn te lezen op de blog van Elke Weylandt.

    Wouter Weylandt in 2010.