6 opmerkelijke verhalen uit de gouden geschiedenis van Union

    Union

    In 1957 speelt Union een wedstrijd in Belgisch-Congo. De match zou grote gevolgen hebben.

    De promotie van Union staat gelijk aan een enorme lading extra voetbalhistoriek voor onze competitie. Met 11 titels in de prijzenkast moeten ze enkel Anderlecht en Club Brugge laten voorgaan op de “eeuwige” ranglijst. Een schets van het sportieve verhaal van de club met stamnummer 10, aan de hand van 6 opvallende momenten uit de clubgeschiedenis. 

    1911: Supportersgeweld als symbool voor de sportieve dominantie

    In de eerste decennia van het Belgische voetbal was Union zonder enige twijfel de grootste club van het land. Zo wonnen ze vóór 1914 zeven keer de titel. Ook de Beker van België, die voor het eerst werd georganiseerd in 1912, was twee keer een prooi voor de Brusselse club (1913 en 1914). In 1913 realiseerde de club zo ook de allereerste dubbel in ons land. 

     

    Hoewel Europees clubvoetbal in die tijd nog in de kinderschoenen stond, blijkt uit de resultaten dat Union ook op dit niveau zonder enige twijfel tot de beteren kon worden gerekend. Bepaalde voetbalhistorici doopten het Union van die periode daarom zelfs tot “het meest gevreesde team van West-Europa".

     

    Deze sportieve dominantie werd uiteraard niet door iedereen geapprecieerd. Vooral de kenmerkend harde stijl van de club zagen sommige aanhangers van rivaliserende clubs als problematisch. Dat leidde in het najaar 1911 tot een van de oudste gevallen van supportersgeweld in België.

     

    Na een wedstrijd tussen Cercle Brugge en Union werd de huifkar die de spelers naar het stadion had gebracht onbestuurbaar gemaakt door supporters van FC Brugeois (de oorspronkelijke naam van Club Brugge). De spelers werden bekogeld met modder en stenen en konden maar ternauwernood ontkomen. 

    Gewezen Unionkapitein Louis Van Hege (rechts) maakte later furore bij AC Milan. Dat versterkte de relaties tussen beide clubs. © G. Baré

    1919: Stadion luidt nieuw tijdperk in

    Dat sportieve succes trok ook externe investeerders aan. De belangrijkste onder hen was zonder twijfel de van oorsprong Antwerpse beursmakelaar Joseph Mariën. De latere voorzitter was vanaf 1905 verbonden aan de club en is de bezieler van het stadionproject in het Brusselse Dudenpark, waar de club nog steeds haar uitvalsbasis heeft.

     

    Nadat Mariën een deal had kunnen maken met de Belgische staat, die tot dan toe eigenaar was van deze plek, begon men nog tijdens de Eerste Wereldoorlog aan de bouw van dit nieuwe complex. In 1919 werd dit – in aanwezigheid van de toekomstige koning Leopold III en de voltallige Brusselse high society – geopend. Dat ging gepaard met een galamatch tegen AC Milan, die Union met 3-2 won. 

     

    Het stadion, dat oorspronkelijk La Butte (de bult) werd genoemd, bood plaats aan 25.000 voetbalfans. In 1920 werden in dit nagelnieuwe complex verschillende wedstrijden van het Olympisch voetbaltoernooi afgewerkt. Zo komt het dat de allereerste wedstrijd ooit van de Spaanse nationale ploeg hier werd afgewerkt.

     

    België pakte op dat toernooi goud en mocht zich zo officieus wereldkampioen noemen. De nationale ploeg had tijdens dat toernooi liefst zeven Unionisten in haar rangen.

     

    In 1926 werd de capaciteit nog verder opgetrokken naar 35.000 en kreeg het stadion haar kenmerkende art-deco-voorgevel. Na het overlijden van Mariën in 1933 werd het stadion omgedoopt tot het Joseph Mariënstadion, de naam die tot vandaag in gebruik is. 

    In de jaren dertig zakken regelmatig 35.000 mensen af naar het Dudenpark. © Union 1897 - Les Archives

    1935: Union 60

    Tijdens het interbellum bleef de populariteit van de club aangroeien, wat uiteindelijk – kort na de dood van Mariën – leidde tot het sportieve hoogtepunt uit geschiedenis van de club.

     

    Tussen 1933 en 1935 bleef de club liefst 60 wedstrijden op een rij ongeslagen, een record dat sindsdien nooit meer geëvenaard werd. Deze reeks bezorgde de club niet enkel drie titels op een rij, het betekende ook de geboorte van de alom bekende benaming Union 60, die tot vandaag centraal staat binnen de club. 

     

    Bovendien was deze prestatie in 1953 ook de aanleiding voor een nieuwe trofee in het Belgische voetbal: de Pappaertbeker. Deze prijs bekroont per seizoen de club die in een van de drie hoogste niveaus van het Belgische voetbal de langste reeks met ongeslagen wedstrijden kon neerzetten.

     

    Deze trofee werd afgebroken uitgereikt tot 2013 en werd in 2018 nieuw leven in geblazen. Ze is vernoemd naar Jules Pappaert, de kapitein van de legendarische succesploeg van Union Saint-Gilloise. 

    De succesploeg van Union 60 © Union 1897 - Les Archives

    1957: Sleutelrol in de onafhankelijkheidstrijd

    Wat op dat moment allicht weinig mensen voor mogelijk hadden gehouden, was dat de titel van 1935 meteen ook de laatste uit de clubgeschiedenis zou zijn. Daarna slaagde de club er niet meer in om mee te draaien aan de top van het Belgische voetbal. In 1950 degradeerde Union voor het eerst uit de hoogste klasse. 

     

    Eind jaren 50 verscheen Union dan even terug op het Europese toneel, met een halve finale in de Jaarbeursstedenbeker, een van de eerste volwaardige Europese voetbaltoernooien, als hoogtepunt. Onderweg schakelden ze onder meer AS Roma uit, maar in de laatste horde voor de finale bleek Birmingham City te sterk. 

     

    In diezelfde periode drukte Union ook nog op een heel andere manier zijn stempel op de geschiedenis. In de zomer van 1957 gingen ze op zomertournee door het toenmalige Belgisch Congo. Daar speelden ze onder andere een galawedstrijd tegen een ploeg van Congolezen. Union won dan wel met 4-2, het had het allesbehalve onder de markt tegen de Congolese selectie. 

     

    Door de oplopende spanningen tussen België en zijn kolonie werd de wedstrijd afgewerkt in een erg gespannen sfeer. Na de match ontaardde de boel en braken er rellen uit. De Unionselectie moest onder begeleiding worden weggebracht. Deze wedstrijd wordt daarom vaak beschouwd als het startpunt van de onafhankelijkheidstrijd in Congo, die later een bloederig vervolg zou kennen. 

    Retro 1956: volgepakt Dudenpark voor Union-Anderlecht

    1976: Fans redden de naam

    De Europese avonturen blijken geen blijvend effect te hebben. In 1973 degradeerde Union, na hun voorlopig laatste seizoen op het hoogste niveau, opnieuw uit eerste klasse.

     

    Die sportieve malaise  zorgt ook voor een financiële put,  waardoor het faillissement niet meer kan worden afgewend. Op 14 oktober 1976 verklaart de handelsrechtbank van Brussel de vzw Royale Union officieel failliet.

     

    Dat leidt uiteindelijk tot een doorstart. Een nieuwe opgerichte coöperatieve, in het leven geroepen door een verzameling overtuigde fans, slaagt erin om de naam en het stamnummer 10 kopen. Zo wordt het voortbestaan van de club verzekerd.

     

    Door het afbetalingsplan is de club echter verplicht om in de daaropvolgende jaren steeds zijn beste spelers te verkopen, waardoor Union veroordeeld is tot een blijvend verblijf in de lagere regionen. 

    Retro: Union wordt failliet verklaard

    2013: Buitenlandse geldschieters herstellen de traditie

    Het is het begin van enkele decennia zonder sportieve uitschieters. De kentering komt er pas in 2013, wanneer de ambitieuze Duitse zakenman Jürgen Baatzsch hoofdaandeelhouder wordt van de club.

     

    Union heeft op dat moment net een nieuwe degradatie naar vierde klasse kunnen vermijden, maar dankzij de vernieuwde financiële slagkracht worden ze al snel opnieuw een stabiele kracht in tweede klasse. 

     

    De zesde plaats in het seizoen 2015/2016 geeft hen nipt recht om zich vanaf het daaropvolgende seizoen te rekenen tot de 24 Belgische profclubs.

     

    Union komt zo terecht in de vernieuwde 1B-reeks, waar de cub de interesse wekt van de Britse gokmiljardair Tony Bloom, die ook eigenaar is van de Engelse eersteklasser Brighton. Hij neemt in 2018 de voorzittersrol over van Baatzsch en maakt van de promotie naar eerste klasse de absolute topprioriteit. Drie jaar later is dat doel dus bereikt.  

    Een beeld uit de wedstrijd Union - Club Brugge, het laatste seizoen dat Union uitkwam in de hoogste klasse. © Union 1897 - Les Archives