8/3/1971, Fight of the Century Ali-Frazier: "Zwart Amerika tegen blank Amerika"

    De kamp vond plaats in Madison Square Garden in New York.

    Heel de wereld keek naar Mohammed Ali en Joe Frazier, allebei ongeslagen, tot op 8 maart Frazier Ali klopte.

    Op 8 maart 1971, 50 jaar geleden, troffen de ongeslagen Amerikaanse zwaargewichten Joe Frazier en Muhammad Ali elkaar voor het eerst in de ring. De hele wereld keek toe en zag dat Frazier in Madison Square Garden in New York boksicoon Ali zijn 1e nederlaag als prof toediende. Maar de kamp was groter dan de ring. Het gevecht kreeg de naam "Fight of the Century", bokskenner Alain Van Driessche legt uit waarom.

    "Het was uitzonderlijk dat Ali verloor, maar wat het bijzonder maakte, is dat Ali terugkeerde uit ballingschap", opende Van Driessche zijn betoog. "Hij had geweigerd om in dienst te gaan tijdens de Vietnamoorlog. "I ain't got no quarrel with them Viet Cong", is een bekende quote van Ali. "Hij zag eerder het blanke Amerika als zijn grote vijand. Hij was lid van Nation of Islam en zat in een heel militante periode in zijn leven."

     

    In 1967 weigerde de 25-jarige Ali om in dienst te gaan en werd daarop geschorst. Van Driessche: "Eigenlijk op het toppunt van zijn sportieve kunnen. Hij heeft heel veel pogingen ondernomen om nog in het buitenland te boksen, maar dat mislukte allemaal."

     

    Eind jaren '70 mocht Ali weer boksen in Atlanta, Georgia. "Na 2 overwinningen tegen gereputeerde tegenstanders lag het pad open voor de kamp tegen Frazier, die eigenlijk de man was van blank Amerika. Dat is ten onrechte. Maar dat was zo in heel Ali's carrière: als 2 zwarte boksers het tegen elkaar opnamen, was er altijd wel een minder militant dan Ali."

     

    "Die andere boksers waren evenzeer slachtoffer van racisme, maar maakten minder stampij dan Ali en waren verbaal minder sterk. Joe Frazier was ook zo iemand."

    Frazier had natuurlijk evenzeer te lijden onder racisme, maar hij was minder opstandig en dat verweet Ali hem.

    Alain Van Driessche

    "Frazier was de olympische kampioen van 1964 en maakte van de schorsing van Ali gebruik om wereldkampioen te worden. En die 2 ontmoetten elkaar dan op een van de meest mythische boksplaatsen, het Madison Square Garden. Voor boksen was dat, toen zeker, het mekka."

     

    Van Driessche schetst een Amerika dat helemaal gemobiliseerd en gepolariseerd was: "En toen moest het gebeuren. Tijdens de voorbereiding speelde Ali het verbaal niet zo netjes met Frazier. Wellicht niet zo uit slechte bedoelingen. Hij was verbaal sterker en dat liet zich gevoelen. Hij schilderde Frazier af als "Uncle Tom" (Oom Tom, een term voor een zwarte persoon die overdreven gehoorzaam of dienstig is tegenover een witte persoon, red)."

     

    "Frazier had natuurlijk evenveel te lijden onder racisme, maar hij was minder opstandig en dat verweet Ali hem. In een betoging van Black Lives Matter nu zou Ali op kop gelopen hebben, maar ik zeg niet dat Frazier en die andere boksers niet meegemarcheerd zouden hebben."

     

    "Ali was uniek, zijn tirades tegen blank Amerika, het onderscheid tussen blank en zwart, dat werd zelfs ergens poëzie bij hem. Hij kon dat brengen op een manier waarop iedereen geboeid luisterde en waarvan je dacht "Wat denkt die wel?" of "Hij heeft gelijk".

    In een betoging van Black Lives Matter zou Ali nu op kop gelopen hebben, maar ik zeg niet dat Frazier niet meegemarcheerd zou hebben.

    Alain Van Driessche

    "Ali was gewild de man van zwart Amerika, Frazier ongewild die van blank Amerika"

    Ali was volgens Van Driessche op dat moment een van de meest gehate personen in Amerika. Maar alles begon eind jaren 60 ook te keren. "De Amerikaanse bevolking werd zich bewuster en bewuster van wat er in Vietnam aan het gebeuren was, met ook oorlogsmisdaden aan Amerikaanse kant. Studenten manifesteerden meer. Er vielen doden, er was commotie, de maatschappij was in beroering."

     

    En toen kwamen die 2 protagonisten tegenover elkaar. "Het land zag niet 2 boksers tegenover elkaar, maar 2 bewegingen, zwart Amerika en blank Amerika. Ali gewild, Frazier denk ik eerder ongewild. Dat is ook de rest van zijn carrière steeds moeilijk geweest."

     

    Op 8 maart 1971 wou dus heel Amerika, maar ook heel de wereld dit gevecht zien: "De kijkdichtheid was een van de hoogste uit de geschiedenis, evenveel ongeveer als de landing op de maan. Het elektriciteitsverbruik 's nachts bij ons was bij wijze van spreken nog nooit zo hoog geweest."

     

    "Heel de wereld wou kijken. Ali had ook de wereld begeesterd voor zijn schorsing. Iedereen wou tickets. Frank Sinatra, de grote zanger, geraakte zelfs niet aan ticketjes. Die liet zich accrediteren als fotograaf om toch maar binnen te geraken."

    " "

    Ali tegen de grond na een ferme linkse hoek. Niemand begrijpt dat hij meteen weer rechtstaat.

    "Meest verbluffende is dat Ali rechtstaat na die fameuze knockdown"

    Komen we tot het gevecht op zich: "Dat was an sich ook een van meest bewogen zwaargewichtgevechten aller tijden. Het was onwaarschijnlijk hard", zag Van Driessche het gevecht nog eens voor ogen.

     

    "Op die eerste avond in New York was Ali beweeglijk in de beginronden, maar Frazier beukte en beukte en kwam onophoudelijk. Ali kreeg hem niet gestopt. Frazier had een betere conditie, Ali was flitsend, maar niet flitsend genoeg om Frazier weg te houden."

     

    "En toen was is er die fameuze knockdown in de laatste ronde die eigenlijk de kaarten onmiddellijk duidelijk schudde."

     

    "Het toppunt is evenwel dat Ali rechtstond. Dat is wat iedereen het meest verbluffende vond. Hoe kon je je rechtzetten van zo'n linkse hoek op je kin? Hij stond heel snel recht en bokste de wedstrijd uit, maar verloor. Hij was niet te beroerd om dat toe te geven. Zo was Ali ook als atleet."

     

    Frazier tegen Ali werd een triptiek, waarvan het sluitstuk de "Thrilla in Manilla" was. Ali won de 2e en 3e kamp. "In die 3e kamp hebben ze elkaar vermoord. Ze hebben elkaar daar gebroken als atleet."

    Beelden van de kamp:

    Beelden van medisch onderzoek en de persconferentie: