Komt het grootste gevaar voor de Grote Drie van de Tourwinnaars?

    De Strade Bianche heeft de unieke kwaliteit dat het niet alleen de jongens van het klassieke voorjaar naar Toscane lokt, maar dat ook de ronderenners er hun kans wagen. Mét winstkansen?

    Iedereen verwacht een strijd tussen Wout van Aert (titelverdediger en winnaar van Milaan-Sanremo), Mathieu van der Poel (winnaar van de Ronde van Vlaanderen) en Julian Alaphilippe (winnaar van het WK) in de Strade Bianche. Maar met Tadej Pogacar en Egan Bernal staan niet alleen de 2 meest recente Tourwinnaars, maar ook 2 gevaarlijke outsiders aan de start. Waarom moeten de Grote Drie voor hen opletten?

    1. Ze hebben ervaring met veldrijden

    Er wordt in de Strade vaak gesproken over de veldrijders vs. de wegrenners, maar velen vergeten dat heel wat wegrenners ook ervaring hebben in het veld. Zo werd Tadej Pogacar 3 jaar geleden nog Sloveens kampioen veldrijden.

     

    Egan Bernal is dan weer geschoold als mountainbiker, niet geheel onlogisch in een land met zoveel bergen als Colombia. In de jeugdreeksen behoorde hij in die discipline tot de wereldtop, met onder meer zilver (2014) en brons (2015) op het WK voor junioren. Ook nu nog haalt Bernal regelmatig zijn mountainbike van stal om de bergen in te trekken.

    2. Het zijn meer dan ronderenners

    Vroeger had je een veel striktere opdeling in ronderenners en klassieke renners. Mannen als Indurain, Armstrong, Ullrich of Froome zag je zelden een eendagskoers rijden, en al helemaal niet om de prijzen.

     

    Dat is nu wel anders. Pogacar werd vorig jaar nog 3e in Luik-Bastenaken-Luik, waar hij dan ook nog eens gehinderd werd in de sprint. Hij had dan ook al Milaan-Sanremo (12e), de Waalse Pijl (9e) en de Strade zelf (13e) in de benen. Uitslagen die gezien mogen worden.

     

    Egan Bernal zien we wat minder in de eendagskoersen, maar als hij er start - doorgaans in Italië - is hij bijna altijd op de afspraak. In zijn laatste Lombardije stond hij op het podium, een paar dagen nadat hij al had gewonnen in de Gran Piemonte. 

    3. Ze zijn in vorm

    Ook klassiek voor ronderenners is dat ze doorgaans laat op gang komen. Hun grote doelen liggen ten vroegste in mei, met de Giro. Maar de eerste resultaten van Pogacar en Bernal dit seizoen zijn opmerkelijk goed.

     

    Zo klaagde Bernal wel openlijk over zijn rug, maar dat belette hem niet om 3e te worden in de Ronde van de Provence en afgelopen woensdag nog 2e in de Trofeo Laigueglia, na Mollema.

     

    Pogacar heeft dan weer de UAE Tour achter de kiezen, de eerste WorldTour-koers van het jaar, die hij ook nog eens met overmacht won. "Hij heeft heel veel vertrouwen", zegt zijn ploegleider Allan Peiper. "Hij vroeg zelf om hier te mogen starten, omdat hij het zo'n geweldig leuke wedstrijd vindt."

    Pogacar won enkele weken geleden de UAE Tour.

    4. Het parcours kan een bondgenoot zijn

    De Strade Bianche wordt soms vergeleken met Parijs-Roubaix, maar die vergelijking loopt eigenlijk mank. Grind is minder uitdagend dan kasseien en bovendien lopen veel van die "strade bianche" bergop. En wie denkt aan stroken bergop denkt natuurlijk aan... Tourwinnaars.

     

    Het zwaartepunt van al dat klimwerk ligt bovendien in de finale. De miserie begint vanaf strook 8, die maar liefst 11,5 kilometer lang is en de hele tijd bergop loopt.

     

    Na een korte adempauze volgt er een moordstukje in strook 8, dat gelukkig maar 800 meter duurt. Hierna krijgen ze nog 2 langere grindstukken, met percentages tot respectievelijk 15% en 18%.

     

    En als dat niet genoeg is voor de klimmers om de klassieke renners af te schudden, dan is er altijd nog de slotklim naar het Piazza del Campo in Siena. Je hoeft maar te denken aan de beelden van een zwalpende Van Aert om te begrijpen hoe zwaar die finale is.

    Lees ook: