• pas verschenen
  • video
  • podcasts

    José De Cauwer: "Fietsmerk kan een reden zijn om bij een ploeg te tekenen"

    De renners kunnen zich weer uitleven op hun tweewielers.

    Met het Vlaams wielervoorjaar voor de deur zien we ze weer verschijnen, de spiksplinternieuwe racemachines van de renners in het profpeloton. Het werkinstrument van de beroepsrenner moet op en top in orde zijn. Wieleranalist José De Cauwer verduidelijkt voor ons het belang van een bepaalde fiets voor een renner.

    "Wat heb je nodig als renner? Ne goeie fiets, hé!"

    "Ik kan je verzekeren dat renners, eens ze met een bepaald fietsmerk gereden hebben, daar om één of andere reden heel graag weer naartoe gaan." José De Cauwer weet uit eerste hand hoe belangrijk een fiets kan zijn voor een renner.

     

    "Remco Evenepoel, bijvoorbeeld, reed in de jeugdcategorieën altijd met Specialized en vond het geweldig dat hij bij Patrick Lefevere weer met dat merk kon rijden. Dat was zelfs één van dé redenen om bij Deceuninck-Quick Step te tekenen."

     

    Maar wat heb je als renner nodig? "Ne goeie fiets, hé! Daar begint alles mee. Als je niet veel met de fiets rijdt en je stapt van de ene fiets op de andere, dan maakt het niet uit, want je voelt het verschil toch niet. Andersom is dat wel het geval." 

     

    Dat is volgens onze cocommentator zelfs nóg duidelijker als je met een gewone stadsfiets rijdt. "Er zijn fietsen die niet ‘bollen’ en andere die wel lekker rijden. En dat heeft dan niks te maken met goeie benen of niet. In het profpeloton wel natuurlijk."

    "Slechte fietsen zijn er niet, toch niet in het profpeloton."

    In het hedendaagse profwielrennen is er weinig verschil tussen de kwaliteit van de topfietsen, zegt José De Cauwer. "Slechte fietsen zijn er niet, toch niet in het peloton. Dat is logisch. Maar duurdere frames zijn meestal comfortabeler dan  goedkopere."

     

    "Er zijn merken die in het peloton gekomen zijn en zich hebben moeten heruitvinden. Ze hebben een hoger gamma ontwikkeld om aan de strenge eisen van de renners te voldoen. Want geloof me, er is een verschil tussen met 60km/u of met 100km/u met een fiets een berg afrijden."

     

    Het is wel zo dat de ene renner liever met een stijvere fiets rijdt terwijl de andere meer comfort wil. "Een tiental jaar geleden reed men met enorm stijve fietsen. Allemaal grote fietsen, oversized, met driehoekige buizen. Daar zijn ze van afgestapt omdat het zeer oncomfortabel was. Zeker met de hoge velgen daarbij, want die maken de impact nog harder."

     

    "Nu worden er zelfs comfortzones in de frames ingebouwd en voor elk terrein is er een aparte fiets: een klimfiets, tijdritfiets en een allroundfiets. En dan zijn er nog de speciale fietsen voor de kasseien in Roubaix en de Ronde van Vlaanderen, volledig op comfort geënt."

    "Tijdritfietsen, dat is kunst, hé"

    Tegenwoordig zie je koersfietsen in verschillende designs, kleuren en vormen. Ook dat is belangrijk voor een renner, zegt De Cauwer. "Ja, ze kijken er allemaal naar. Met kleuren en lakken kan je heel veel doen."

     

    "Maar als je bijvoorbeeld kijkt naar de nieuwe fiets van BMC met de rode lijn op de bovenbuis die dan doorloopt op de stuurpen, dat vind ik mooi gedaan. Subtiel, maar mooi."

     

    "Andy Rihs, de overleden eigenaar van BMC, had het idee om een fiets te maken zonder compromissen. “Maak de beste fiets, de ideale fiets. Money is not an option." Alles heeft met comfort te maken, maar het gaat altijd maar verder en verder. "

     

    "Er zijn fietsen in het peloton die echt subliem zijn. Kijk maar naar tijdritfietsen. Dat is kunst, hé." 

    12-speed, schijfrem, keramische lagers en brede banden

    In het 19-koppige World Tour-peloton rijden 14 ploegen met versnellingen van Shimano. Campagnolo en SRAM zijn de twee andere merken. "Shimano heeft nu ook de 12-speed, al is die voorlopig enkel voor de profs beschikbaar", weet De Cauwer.

     

    Achteraan de derailleur zien we ook meer en meer de grotere Ceramic Speed wieltjes verschijnen. "In het profpeloton rijdt iedereen met keramische lagers, ook in de wielen en de trapas. Als je dat in je handen pakt en eraan draait, dan blijft dat draaien. FE-NO-ME-NAAL, maar ook enorm duur."

     

    Ook schijfremmen zijn standaard geworden, op één ploeg na. "Ineos rijdt voorlopig nog met de klassieke remmen. Er is nog altijd een verschil in gewicht en als je lek rijdt, kan je sneller een wiel veranderen met een traditionele rem."

     

    "Maar als het regent, dan wil ik het nog wel eens zien. Een velgrem op carbon is
    niet hetzelfde als een velgrem op aluminium en je schuift nog altijd een beetje
    door. Dus het voordeel kan soms een nadeel zijn."

    Men kan nu een fiets maken van 5kg. Maar waar rijdt die fiets dan met jou naartoe? Dat is bangelijk als je daarmee rijdt.

    José De Cauwer, wieleranalist

    Vroeger reed iedereen met dunne bandjes, hoe dunner hoe beter dacht men. Ook daar is veel verandering in gekomen. "Meten is weten en nu weten ze het", zegt De Cauwer. "Eén van de grootste remmen op een fiets is de impact op de banden."


    "Steentjes, oneffenheden in de weg, putjes… die remmen de fiets af. Ze hebben ontdekt dat je zelf met een band van 25mm breed (en zelfs groter) een kleinere rolweerstand hebt omdat het loopvlak iets breder is en er minder impact is op die oneffenheden."

     

    Tubeless banden, zonder binnenband, zullen meer en meer opduiken volgens onze analist. "Die wielen zijn natuurlijk iets zwaarder, maar omdat ze voor de veiligheid het minimumgewicht van een fiets op 6.8 kg gezet hebben, kunnen de huidige fietsen dat stilaan aan." 

     

    "Men kan nu een fiets maken van 5 kg, maar waar rijdt die fiets dan met jou naartoe? Het is bangelijk als je daarmee rijdt. Daarom is het goed dat ze dat soort reglementen behouden."