• home
  • video
  • pas verschenen

    Mathieu van der Poel: "Ik hoorde m'n naam, maar durfde niet te juichen"

    Mathieu van der Poel kan het niet geloven, maar hij heeft wel degelijk de Ronde van Vlaanderen gewonnen.

    Mathieu van der Poel kan het niet geloven, maar hij heeft wel degelijk de Ronde van Vlaanderen gewonnen.

    Na een titanensprint tegen zijn eeuwige rivaal Wout van Aert heeft Mathieu van der Poel de Ronde van Vlaanderen gewonnen, de mooiste zege in zijn nog jonge carrière. "Ik ben sprakeloos", stamelde de Nederlander meteen na de finish.

    Nauwelijks enkele centimeters was het verschil tussen Mathieu van der Poel en Wout van Aert na een zenuwslopende finale. "Ik dacht dat ik te laat kwam met mijn jump. Ik durfde niet te juichen", zegt Van der Poel.

     

    "Ze hadden al 2 keer mijn naam afgeroepen, maar ik kon het niet geloven. Ik heb wel 10 keer om bevestiging gevraagd. Ik heb hier geen woorden voor. Ik ben sprakeloos. Dit maakt zoveel goed."

     

    Hoe beleefde Van der Poel de sprint? "Normaal voel ik het altijd of ik gewonnen heb, maar nu wist ik het echt niet zeker. Ik zat kapot en ineens was de lijn daar. Ik voelde de verzuring toch achter mijn oren. Ik deed mijn jump en heb niet meer naar Wout zijn wiel gekeken. We wisten allebei niet wie er gewonnen had."

     

    In de finale kwamen de achtervolgers nog dicht. "Maar ik was niet naar het groepje aan het kijken, alleen naar Wout. Hij zat ook op de limiet. Ik wist dat hoe langer we zouden wachten, hoe beter mijn sprint ging zijn. Ik bleef erin geloven. Ik wist dat ik de sprint van mijn leven moest rijden om hem te kloppen en ik heb alles perfect gedaan."

    Bekijk de koninklijke sprint tussen Van Aert en Van der Poel:

    "Ik had de motorrijder ook te laat gezien"

    In de studio van Karl Vannieuwkerke straalde Mathieu van der Poel na de podiumceremonie nog altijd ongeloof uit. "Ik dacht dat Wout de zege te pakken had", bekende hij.

     

    De Nederlander gaf ook toe dat hij geluk gehad heeft bij het incident met de motorrijder. "Ik zag hem ook te laat. Van Aert reed van links naar rechts om uit de wind te zitten. Ik schrok, maar ik kon nog net om de motorrijder heen. Julian niet."

     

    "Dat was niet echt gunstig voor mij, want met z'n drieën was het net iets tactischer. Nu was het man tegen man. Maar ik ben er in blijven geloven."

     

    In de finale kwam er geen aanval. "Ik heb naar mijn wattages gekeken: overal ging het boven de 500 watt. Het ging voor allebei hard genoeg. Op de Kwaremont en de Paterberg was het echt wel duwen. We zaten allebei op onze limiet."

     

    "Je zag dat ook in de sprint, waar we allebei lang wachtten. Ik wist dat ik meer kans had als ik langer zou wachten. Mijn aanzet is mijn beste element. Ik had een bordje in gedachten, Wout ook. Ik ga een fractie voor hem aan en daar win ik de koers."

     

    "Ik heb mijn eigen gevoel gevolgd. Dat was me - met de Brabantse Pijl in het achterhoofd - ook 100 keer gezegd vanuit de volgwagen. Het is ongelofelijk om die beelden terug te zien. Het is raar dat we samen voor de Ronde sprinten als je kijkt van waar we komen."