• home
  • video
  • pas verschenen

    Wie schrijft die blijft, maar wie spreekt zoals Jan Wauters dat kon, ook

    Jan Wauters.

    Jan Wauters overleed vandaag 10 jaar geleden.

    Vandaag 10 jaar geleden namen we afscheid van collega en taalvirtuoos Jan Wauters. Hij werd 71 jaar. Peter Vandenbempt schreef in 2015, naar aanleiding van de 5e verjaardag van het overlijden van Jan Wauters, deze column voor Het Nieuwsblad.

    Dag Jan,

     

    Jan stapte mijn leven in langs een oude Blaupunkt, centraal in de woonkamer, zonder antenne en vastgeroest op de middengolf, op Brussel Vlaams. Jan schoof mee aan tafel, voor het sacrale moment van de dag, kwart voor zes, Wat is er van de Sport? De Tour-zeges van Eddy Merckx en Lucien Van Impe, de Europabekers van Anderlecht, het gijzelingsdrama op de Spelen van München, de dood van Ivo Van Damme en zijn dagboek tijdens de Wereldbeker voetbal van ’78 in Argentinië. Over de dictatuur van Videla en het lot van de dwaze moeders. Wellicht zijn journalistieke hoogtepunt, al had ik dat als jongen van elf toen nog niet begrepen.

     

    Op zaterdagavond ging Jan mee in bad, "Open Doel", radio luisteren tot het water koud was. En op Europese avonden mee in bed, stiekem onder de dekens, tot lang na bedtijd. Later trok Jan mee op sportkamp naar Houtaing, in Henegouwen. Een ijzerdraad op het dak van de kantine garandeerde de krakende verslaggeving van heroïsche duels op de flanken van L’Alpe D’Huez of de Tourmalet. Het kampleven viel stil, met z’n allen rond de radio die knetterde als het betere kampvuur. Jan nam ons bij de hand of op de motor, col op en col af, lijden op de klim en huiveren in de afdaling en intussen gleden de mooiste landschappen als meesterlijke schilderijen aan ons voorbij.

     

    Jan zoog je naar de radio, prikkelde je fantasie, hij eiste volledige overgave van lichaam en geest, naar Jan luisteren duldde geen andere activiteit. De samenvatting op tv was niet zelden een ontgoocheling: op de radio was de dribbel adembenemend geweest, de save heroïsch, de tackle huiveringwekkend, de balcontrole poëtisch. Tv herleidde het allemaal tot de banaliteit van de realiteit.

    Op zaterdagavond ging Jan mee in bad. En op Europese avonden mee in bed, stiekem onder de dekens, tot lang na bedtijd

    Jan kon ook onnavolgbaar dokkeren op de kasseien tussen Parijs en Roubaix, met bevende stem, ook als hij toevallig op dat moment net op een stukje vlak asfalt reed. Radio is altijd een beetje illusie. Of hij ergerde zich, in de ether, aan die dikke West-Vlaamse koppen – zoals hij ze noemde – met grote hoeden erop, die hem het zicht belemmerden op de tribune van Harelbeke. Als lelijke schoorstenen voor de dikke sigaren die ze rookten. En die – als de wind slecht zat – zijn commentaarcabine onder de rook zetten. Geen ergernis, gespeeld of echt was Jan vreemd.


    Wie schrijft die blijft maar wie spreekt zoals Jan Wauters dat kon, ook. Jan won met glans de strijd tegen de vluchtigheid, de vergankelijkheid van het gesproken woord. Als taal klassieke muziek was, dan was Jan Mozart en Bach, Händel en Haydn. Een woordkunstenaar, een dribbelaar met taal, altijd goed voor een schijnbeweging of een verrassende uithaal. Jan toverde sportverslaggeving om tot poëzie. Epische beschrijvingen zonder de banaliteit van de overdaad. Hij koesterde de taal als een beste vriend of een kostbaar stukje speelgoed.


    Jan had ook een groot empathisch vermogen. Hij huilde mee met de gebroken Eddy Merckx op het bed in Savona, voelde de pijn van de tuimelende Criquelion in Ronse of de radeloosheid van Preud’homme na de goal van David Platt. En evenzeer straalde hij de onoverwinnelijkheid uit van Jean-Marie Pfaff in Mexico of proefde hij de ontroering bij de eerste overwinning van Edwig Van Hooydonck in de Ronde van Vlaanderen. Jan laafde zich met volle teugen aan de extreme emoties van topsport, maar wel altijd aan de zijlijn, want midden de euforie of de ontgoocheling had de objectieve analyse altijd haar rechtmatige plaats. De reporter als supporter was Jan een doorn in het oog.

    Als taal klassieke muziek was, dan was Jan Mozart en Bach, Händel en Haydn. Een woordkunstenaar, een dribbelaar met taal, altijd goed voor een schijnbeweging of een verrassende uithaal

    Mijn eerste ontmoeting met Jan Wauters, deze maand vijfentwintig jaar geleden, was een nachtmerrie. Een jurygesprek voor het sportjournalistenexamen bij de BRTN. Jan vuurde vragen af als een repeteergeweer, over Alpen en Pyreneeëncols, Tourwinnaars, de wereldbeker van 1950 en de Olympische Spelen van 1302,  geloof ik. Een genadeloze executie, zeg maar. Veel later hoorde ik dat hij mij er op basis van de schriftelijke proeven voordien al had uitgepikt, maar die onbekende jongen eerst flink wilde testen.


    Nadien bleek Jan een strenge leermeester, maar met een aanstekelijke enthousiasme, iemand die onder je huid kroop en je nooit meer losliet. Hij eiste de onvoorwaardelijke inzet die hij zelf ook altijd heeft gehad maar tegelijk kon hij zich vaderlijk ontfermen over jonge journalisten, ook van andere media. Hij was – zoals Guy Mortier hem omschreef – de definitieve sportjournalist, hij loodste de sportjournalistiek een ander tijdperk in, Jan plaatste een vraagteken achter de sport.


    En tussendoor was hij de mentor en bezieler van hele generaties sportjournalisten, zoals ik. Alles wat ik ben en kan in het vak heb ik van hem geleerd. Daarom: Jan Wauters is dan wel dood, maar nog lang, lang niet vergeten!

    Peter Vandenbempt

    AUDIO: Zo klonk Jan Wauters op de radio

    Zondag om 18u Jan Wauters-special op Radio 1

    Nu zondag blikken we in het radioprogramma Sporza Retro twee uur lang terug op het werk van Jan Wauters. Afspraak om 18u op Radio 1. Daarna kunt u de uitzending ook downloaden als podcast.