• home
  • video
  • pas verschenen

    Rode Ster Belgrado: Joegoslavisch sterrenteam wint Europacup terwijl Balkan uiteenvalt

    Dat in de grote periode van het AC Milan van Rijkaard, Gullit en Van Basten en het Barcelona van ene Johan Cruijff een club uit Oost-Europa de belangrijkste Europese voetbalbeker weet te winnen, lijkt op een sprookje. In deel 4 van unieke Europacup I-winnaars neemt Stef Wijnants u mee naar het totaalvoetbal van Rode Ster Belgrado.

    Smeltkroes

    Als begin jaren 90 de roep om onafhankelijkheid en de daaropvolgende burgeroorlog in voormalig Joegoslavië begint te woeden ontpopt zich een generatie voetballers die door de politieke context niet de aandacht heeft gekregen die ze verdient. Het begenadigde team van Rode Ster Belgrado laveert tussen alle conflicten door en baant zich een weg naar de opperste Europese glorie.

     

    Belgrado was na WO II en onder het schrikbewind van president Tito nochtans een smeltkroes van de vele nationaliteiten uit de Balkan. ‘Crvena Zvezda’ etaleert zich als gastvrije club en zuigt spelers aan uit alle Joegoslavische republieken: Serviërs, Kroaten, Slovenen, Montenegrijnen en Macedoniërs.

     

    In tegenstelling tot bij vele andere Oost-Europese clubs wordt de voetbalclub in Belgrado gerund door een management met financiële mogelijkheden en stevige commerciële contracten. Bovendien beschikt het over een ontzaglijk grote supportersschare die het Maracanastadion met 97.000 toeschouwers regelmatig laat volstromen.

     

    Die financiële draagkracht wordt op het veld omgezet door de legendarische ex-international Dragan Dzajic. Met 85 interlands is hij nog altijd Joegoslavisch recordhouder. In de jaren 80 kneedt hij als technisch directeur een team met namen die heel Europa zal leren kennen.

    De voorbode voor het einde van het voetbal in Joegoslavië :

    Plejade aan topvoetballers

    Het middenveld van Rode Ster Belgrado doet nog steeds watertanden. Vladimir Jugovic (later Sampdoria en Juventus), Robert Prosinecki (Real Madrid, Barcelona en Standard), Dejan Savicevic (AC Milan) en Sinisa Mihajlovic (Roma, Sampdoria en Inter) vormen een zelden vertoond kwartet.

     

    In de goal rekent coach Petrovic op Stevan Stojanovic die niet enkel met Rode Ster een Europese finale zal spelen maar ook met Antwerp in 1993. De defensie wordt geleid door de Franz Beckenbauer van zijn tijd: Miodrag Belodedici. De Roemeen wint in 1986 met Steaua de EC I en vlucht daarna naar Joegoslavië, waar hij bij Rode Ster een tweede, nog bloeiendere carrière opstart.

     

    En dan mogen we de spitsen niet vergeten. Wie herinnert zich niet de Servische ‘Carl Lewis’? Dragisa Binic loopt de 100m in 10,5 seconden. Voor de geliefde tegenaanval van de Joegoslaven is hij een heel belangrijk wapen. Doelpuntenmaker met dienst is de Macedonische bomber Darko Pancev.

     

    Pancev doet zijn bijnaam van ‘Cobra’ alle eer aan, want hij scoort dat seizoen maar liefst 34 keer en wordt later bekroond tot Europees topschutter van het seizoen. Bovendien wordt hij na Jean-Pierre Papin ook nog eens tweede in de verkiezing voor de Gouden Bal.

     

    Die waanzinnige ploeg staat in de Europabeker voor Landskampioenen in het seizoen 90-91 op het veld. Dzajic is dan wel de kneder van het succes, het tactisch vernuft komt van coach Ljupko Petrovic. Hij introduceert een speelstijl die zijn tijd ver vooruit is, met Gegenpressing en razendsnelle tegenaanvallen.

    Rode Ster Belgrado had een waanzinnig sterke ploeg in 1990/1991

    Bayern overklast

    In de eerste ronde wordt Grashoppers uit Zürich opzijgezet. Graeme Souness, de manager van Glasgow Rangers en tegenstander van Rode Ster in de tweede ronde laat zijn assistent Walter Smith in Zürich scouten. Die neemt bij zijn terugkeer een eenvoudige analyse in de mond: “We’re fucked!”. Smith kent iets van voetbal want de Rangers worden in Belgrado met 3-0 overrompeld.

     

    Voor de kwart- en halve finale moeten de Joegoslaven naar Duitsland reizen. Eerst naar Dynamo Dresden, de op één na laatste kampioen van het Oost-Duitse competitievoetbal. Dresden is geen partij voor de dribbelaars van de Balkan die vervolgens naar München trekken voor de confrontatie met het grote Bayern.

     

    De sprookjescampagne kent een vervolg als ze in Beieren met 1-2 gaan stunten. Heel Europa is in de ban van het Joegoslavische ‘totaalvoetbal’. De finale wenkt maar in een zinderende terugwedstrijd voor meer dan 80.000 uitgelaten Joegoslaven in het Maracana leiden de Duitsers tot enkele minuten voor tijd met 1-2 zodat iedereen zich opmaakt voor verlengingen. Dan duwt Klaus Augenthaler de bal over de eigen doellijn en gaat Belgrado een zware feestnacht in.

    De weg naar de finale voor RS Belgrado en Marseille:

    Verrassende tactiek

    Olympique Marseille en niet Milan wordt de tegenstander in de finale. De Franse ploeg kan ook nogal wat topnamen op tafel leggen: Chris Waddle, Basile Boli, Abedi Pelé en Jean-Pierre Papin winnen onder leiding van Raymond Goethals de Franse titel. Goethals heeft in januari de opzijgeschoven Franz Beckenbauer opgevolgd.

     

    De jonge, onervaren spelers van Rode Ster vertrekken in volste vertrouwen naar het Italiaanse Bari, waar de finale plaatsvindt. Bij de tactische bespreking van Petrovic vallen ze net niet van hun stoel. Alle spelpatronen die ze de voorbije jaren tot vervelens toe in het team hebben geslopen, wil hij opgeven.

     

    “Als we aanvallen, gaan we onszelf openstellen voor counters”, begint hij zijn betoog. “Dus als je de bal hebt, geef die dan onmiddellijk terug. Doe niets en wacht. De match zal op 0-0 eindigen en dan zal onze Stojanovic een strafschop pakken en zullen we kampioen worden.”

    Jean-Pierre Papin: 1 van de sterren van Marseille:

    Flutmatch van jewelste

    Petrovic gokt er ook op dat zijn eigen jonge gasten alle strafschoppen zullen omzetten. Daar hebben ze immers veel ervaring mee. In die periode worden in de Joegoslavische competitie strafschoppen getrapt bij een gelijke stand. Prosinecki en co zijn dus getraind om met de ‘penaltydruk’ om te gaan.

     

    Het meesterbrein krijgt gelijk. Door deze negatieve voetbalbenadering demonstreren beide ploegen een treurmars. Werkelijk niets is er te zien. Miljoenen tv-kijkers worden 120 minuten lang gegijzeld in wat wellicht de slechtste finale ooit is geweest. Raymond Goethals eet zijn sigaretten op de bank op. Schaakmat gezet met een koekje van eigen deeg.

     

    Manuel Amoros mist de eerste strafschop voor Marseille en het plannetje van Petrovic wordt tot in de perfectie uitgevoerd. Rode Ster zet alle strafschoppen feilloos om, Pancev lift de beslissende naast doelman Olmeta. Rode Ster Belgrado reikt naar de opperste glorie.

    Verslag van de finale Rode Ster Belgrado-Marseille:

    Verdriet in Marseille, opperste vreugde in Belgrado:

    Uit elkaar gespat

    Het was een verbluffende en tegelijkertijd bevreemdende prestatie van een Oost-Europese ploeg, gezien de onrust die zich in het land voordeed en waar families van spelers heel dicht bij betrokken waren.

     

    Terwijl Joegoslavië uit elkaar viel omwille van maatschappelijke, raciale, politieke en historische kwesties, bleek het team van Rode Ster, samengesteld uit spelers van alle staten harmonieus te kunnen samenwerken om Europa te veroveren.

     

    De ploeg spatte net als de republiek vrijwel meteen uit elkaar. Hoe vaak deze stilistische, pijlsnelle en balvaardige spelers Europa hadden kunnen veroveren zal nooit een antwoord krijgen. Prosinecki verhuisde naar Real Madrid, de meeste andere toppers trokken naar de Italiaanse Serie A, waar ze haast allemaal de absolute wereldtop bereikten.

     

    Zelfs in de nationale ploeg speelden ze niet meer samen, omdat Joegoslavië werd uitgesloten voor Euro 1992. Het tijdperk was al voorbij vooraleer het goed en wel begonnen was. Rode Ster Belgrado is nog altijd de laatste club uit Oost-Europa die de Beker met de Grote Oren in de trofeeënkast heeft staan.

    Het CL-sprookje van Rode Ster Belgrado: