• home
  • video
  • pas verschenen

    Kritiek op project vrouwenvoetbal bij Voetbal Vlaanderen: "Maar alle clubs zullen profiteren"

    De laatste jaren is er veel veranderd in het vrouwenvoetbal. Ook de talentdetectie- en ontwikkeling is grondig aangepakt, maar een aantal clubs zijn niet blij met de manier waarop Voetbal Vlaanderen dit doet. "Je moet het op lange termijn zien”, countert Bob Browaeys van Voetbal Vlaanderen.

    Eerst even schetsen: in de 1e graad (1e en 2e middelbaar) kunnen meisjes de richting voetbal volgen in de 5 topsportscholen, verspreid over Vlaanderen. Maar vanaf de 2e graad kan dat vanaf volgend schooljaar enkel in de topsportschool in Leuven.

     

    Dit project, de Women’s Football Academy, werd 6 jaar geleden opgestart door de KBVB en sinds 2017 verder uitgebouwd vanuit Voetbal Vlaanderen. “Door dit te centraliseren in Leuven bundelen we de middelen. Zo kunnen we aan een 60-tal meisjes een heel professionele omkadering aanbieden, met ook een programma van 20 uur voetbal in de week."

     

    "Dat komt overeen met wat jongens op eliteniveau krijgen”, zegt Bob Browaeys, technisch directeur topsport bij Voetbal Vlaanderen. “Voor ons is dat trouwens het allerbelangrijkste: dat meisjes evenveel kansen krijgen als jongens, en op deze manier kan dat."

     

    “Voor deze manier van werken keken we onder meer naar Nederland. Daar is de visie dat talenten tot ongeveer 15 jaar zich het best ontwikkelen als ze samenspelen met jongens, daarna pas worden ze in vrouwenteams verder opgeleid. En ook de topsportwerking in het volleybal bij ons was een inspiratie: de centralisering in de volleyschool in Vilvoorde, die toch al tot goeie resultaten bij de Yellow Tigers leidde."

    Voor ons is dat trouwens het allerbelangrijkste: dat meisjes evenveel kansen krijgen als jongens, en met dit project kan dat.

    Bob Browaeys, Voetbal Vlaanderen

    Bob Browaeys

    "Bijna automatisch worden die meisjes gebonden aan OHL"

    Maar bij de clubs is niet iedereen onverdeeld geluk met deze manier van werken. Betty Van Proeyen van Genk Ladies heeft veel kritiek op dat systeem. “Als meisjes hun topsportstatuut willen behalen of behouden, móeten zij naar Leuven."

     

    "Bijna automatisch worden die meisjes dan ook gebonden aan de club OHL, waar bovendien de trainers van de Yellow Flames in dienst zijn. Wij hebben zo heel wat talenten verloren aan Leuven.”

     

    Dominique Reyns van de Gent Ladies deelt die mening. “Voetbal Vlaanderen speelt zo tegen de clubs. Talenten worden naar de topsportschool in Leuven gelokt. Die talenten die zo bijna automatisch voor OHL gaan spelen, eigenlijk is dat oneerlijke concurrentie.”

    Voetbal Vlaanderen speelt zo tegen de clubs. Die talenten die zo bijna automatisch voor OHL gaan spelen, eigenlijk is dat oneerlijke concurrentie.

    Dominique Reyns, KAA Gent Ladies

    "Iedereen blijft vrij om voor een andere club te spelen"

    Browaeys kent de kritiek. “Om te beginnen: ik heb heel veel respect voor al wie met jeugdvoetbal begaan is. En vooral: dit is geen welles-nietesspel. Bovendien zijn er bij de vrouwenclubs zeker ook personen die dit project steunen."

     

    "Maar als het gaat om talent, dan gaat het niet over clubs of teams maar over individuele sporters. De keuze voor de topsportschool had evengoed op Brugge, Gent, Genk of Wilrijk kunnen vallen, maar het is Leuven geworden en dan is die samenwerking met OHL vanaf de derde graad een logisch gevolg. Maar belangrijk: de meisjes blijven vrij om voor een andere club te spelen.”

     

    “Volgend schooljaar studeert de eerste lichting af aan de topsportschool. Die meisjes zullen dan terechtkomen bij de verschillende ploegen in de Super League, wij hopen op een jaarlijkse uitstroom van 10 tot 15 speelsters. Alle clubs zullen hier dus de vruchten van plukken. Maar dan moet je het ook op de langere termijn willen zien.”

    Financiële steun voor nationale ploegen of voor clubs?

    De centralisatie wordt ook sterk aanbevolen door Sport Vlaanderen, conform het Topsportactieplan Vlaanderen IV. “Daar hangen subsidies én ook topsportdoelstellingen aan vast, bijvoorbeeld wat meisjesvoetbal betreft moet dit leiden tot een top 8-plaats op het EK en WK voor de Red Flames."

     

    "Daarom is ons WFA-project er voor meisjes waarvan we denken dat ze het potentieel hebben om Red Flame te worden – iets wat jaarlijks geëvalueerd wordt: blijft het topsportstatuut behouden of niet”, zegt Browaeys.

     

    Maar ook die focus op de nationale (jeugd)ploeg zit Betty Van Proeyen dwars. “Zo beperk je de steun tot die 20, 30 talenten en vergeet je de rest. Terwijl je die steun ook zou kunnen gebruiken voor de clubs, die dan (nog) beter met die talenten kunnen werken.”

     

    Bob Browaeys wijst erop dat de financiële steun vanuit Sport Vlaanderen niet naar de clubs kan gaan en dat die talenten niet vastliggen: net zoals het topsportstatuut jaarlijks wordt geëvalueerd, kunnen er ook elk jaar nieuwe meisjes instromen in de topsportschool.

     

    Dus op elke leeftijd, ook ouder dan 15 jaar. “Wij proberen ook maximaal samen te werken met alle clubs. Onze clubondersteuning en de Provinciale Jeugdopleidingen zijn daar voorbeelden van”, wil Browaeys tot slot nog aanstippen.