• home
  • video
  • pas verschenen

    Het quarantainehuis van onze commentatoren: "Xavi mag naar de winkel, Van der Elst kookt"

    Elke voetbalromanticus droomt er toch van om ooit exclusieve tijd door te brengen met zijn favoriete spelers. Stel dat je in deze coronatijden in quarantaine moet, welke 4 spelers mogen je dan gezelschap houden? Onze Sporza-voetbalcommentatoren maakten de denkoefening en stelden hun quarantainehuis samen.

    De opdracht: kies 4 voetballers waarmee je graag een periode van onbepaalde duur in een huis zou willen zitten. 1 voetballer uit de jaren 80, 1 uit de jaren 90, 1 uit de jaren 2000 en 1 uit de periode 2010 tot nu.

     

    Stel je eigen quarantainehuis samen: wie kies jij?

    Peter Vandenbempt: "Voor dit viertal zou ik koken, de tafel dekken, afruimen en afwassen"

    Uit de jaren 80Mario Kempes - toegegeven, meer uit de jaren 70, maar met Valencia ook nog begin jaren 80 geschitterd - heb ik in mijn hart gesloten tijdens het WK 1978 in Argentinië. Ik was te jong om de vreselijke foute kant van het WK van generaal-dictator Videla te begrijpen en werd betoverd door de wapperende manen van beatle Kempes. De goeie techniek, het scorend vermogen en het aanstekelijk juichen. Met twee goals in de finale tegen Nederland was hij de echte president van Argentinië. Ik schilderde blauwe strepen op een witte T-shirt, rende door de weide en schreeuwde "Kempeeeeees". Mijn eerste vraag in het huis zou zijn: "was het echt door de verwarring op het veld na de finale dat je als enige speler dictator Videla niet hebt gegroet?" Of was Mario Kempes die dag twee keer een held?

     

    Uit de jaren 90: Acteur, regisseur, producer, chronische dwarsligger … en dat allemaal nà zijn geweldige carrière. Eric Cantona is een van mijn all-time favourites op het veld en voor mij dé ster uit het heerlijke elftal van Manchester United halverwege de jaren 90. Een enfant terrible voor wie het woord is uitgevonden. Op dat vlak de geknipte opvolger op Old Trafford voor George Best. Ik genoot van zijn arrogantie, gesymboliseerd door het kraagje dat altijd overeind stond - King Eric -, maar vooral van de geweldige voetballer die fysieke kracht koppelde aan een heerlijke techniek en scorend vermogen. Zijn talrijke ontsporingen, zoals een karatetrap links en rechts, nam ik er bij. Ze maken onlosmakelijk deel uit van de legende. Ik mis hem nog elke zaterdag in Match of the Day.

     

    Uit de jaren 2000: Ricardo Izecson dos Santos Leite - voetbalnaam Kaka. Poetry in motion, vleesgeworden gratie op noppen. De schoonste voetballer die ik ooit live aan het werk zag. Snelheid, briljante techniek, moeiteloze passeerbewegingen dankzij een voor een speler van zijn lengte ongewone mobiliteit, geweldig schot van afstand, bovennatuurlijke zuiverheid in de passing en bovendien een harde werker. En nooit een onvertogen woord op het veld. Bescheidenheid als levensmotto. Allemaal dankzij God. "I belong to Jesus". Daags na de dramatisch verloren finale met Milan tegen Liverpool in 2005 botste ik op de luchthaven van Istanbul op Kaka, met bril en minzame glimlach op de lippen. Hij had zich toen al neergelegd bij het lot: de beker was die dag voor Liverpool bestemd.

     

    Uit de jaren na 2010: Er is niets wat deze iconische doelman niet mispeuterd heeft: schriftvervalsing (een diploma om rechten te kunnen studeren), gokken, het nummer 88 dragen, fascistische slogans op z’n shirt. Maar geen doelman maakte een carrière als Gianluigi Buffon.Tot lang voorbij zijn vervaldatum ronduit impressionant tussen de palen, één brok adrenaline en emotie - Fratelli d’Italia (het volkslied) is altijd weer de rauwste emotie - een geweldige winnaar en een verbluffende lijnkeeper. Met de jaren is lijnkeepen almaar meer een anachronisme binnen de grote evolutie in de kunst van het keepen - ten strijde met knots en goedendag terwijl zijn concurrenten al drones bestuurden - maar competitief tot hij zichzelf twee jaar geleden in Bernabeu naar de uitgang duwde (door rood te pakken in de sensationele kwartfinale met Juventus tegen Real Madrid). PSG had hij echt niet moeten doen. Het is hem vergeven.

     

    Met dit viertal op de afspraak zal ik de inkopen doen, koken, de tafel dekken en weer afruimen, afwassen en drank serveren.

    Frank Raes: "Xavi mag naar de winkel, Van der Elst koken"

    Uit de jaren 80: Ik kies voor de spits van het Argentijnse elftal die op het WK in 1986 in Mexico 4 goals maakte en ver in de schaduw van Maradona bleef. Jorge Valdano was lang niet het supertalent van Diego, maar een boeiend en belezen man met een eigen mening. Spits, trainer en technisch directeur bij Real Madrid geweest, maar moeten vertrekken na een conflict met José Mourinho. Hij zal dus veel te vertellen hebben in het huis: over Maradona, Mourinho en vele anderen. Hij schreef en schrijft columns en boeken.

     

    Uit de jaren 90: Mijn voorkeur gaat uit naar Franky Van Der Elst, begenadigd stofzuiger bij Club Brugge en de Rode Duivels, maar bovenal een sympathieke mens van vlees en bloed. Misschien net niet hard genoeg voor het trainerschap, maar een groot kenner en grappig bovendien. Kan, hoop ik, ook goed koken.

     

    Uit de jaren 2000: Uit deze periode mag Xavi opdraven. Nog meer dan Messi belichaamt hij het tikitaka-voetbal, de ideale mailman met fantastische voeten en overzicht als geen ander. Hij had en heeft zijn eigen mening en heeft zonder twijfel veel te vertellen over Messi, Guardiola, de gouden periode van het Spaanse elftal en de concurrentie met Real. Xavi kan als jongste naar de winkel gaan voor inkopen.

     

    De jaren na 2010: Ik kies voor Jürgen Klopp. Een boeiende mens en trainer, ex-journalist ook, dus dat kan niet mislopen. Hij weet alles van hoge pressing en van het fantastische seizoen van Liverpool. Bovendien kan Klopp ook wat vertellen over René Vandereycken, die mag aanschuiven als Valdano niet zou kunnen. Vandereycken was nog trainer van Klopp bij Mainz en dat klikte niet echt. Een enorme bijkomende troef is dat Klopp humor heeft, kan vertellen en wat trainingsvormen kan verzinnen tijdens de quarantaine. Zijn taak zal ook zijn om de pers te woord te staan in naam van het huis.

    Eddy Demarez: "Niet voor niets wilde ik mijn eerste zoon Marco noemen"

    Uit de jaren 80:  Post mortem laat ik mijn grootste voetbalidool opnieuw tot leven komen om me te vergezellen in mijn quarantainehuis. Ik weet wel dat Johan Cruijff toen al het overgrote deel van z’n carrière achter zich had, maar ik neem hem toch mee omdat hij voor mij de beste ooit is. Zeker als je uitgaat van de combinatie topspeler-toptrainer en voorvechter van offensief voetbal. Bovendien zal hij ons uren zoet houden met zijn onnavolgbare oneliners zoals: "als je een speler ziet sprinten, dan is hij te laat vertrokken" of "je bent net zo lang gestoord, tot je een genie bent". We lopen wel het risico dat hij de discussie smoort met "als ik zou willen dat je het begreep, had ik het wel beter uitgelegd".

     

    Uit de jaren 90: Hij is voor mij de meest sierlijke aanvaller die ik ooit op een voetbalveld zag en maker van massa's verbluffende goals. Niet voor niets wilde ik mijn eerst geboren zoon Marco noemen, tot ik ontdekte dat mijn held eigenlijk Marcel op zijn paspoort had staan. Wat Marco van Basten nog een streepje extra voor geeft is dat hij tot de Cruijff-school behoort. Johan kan in ons huis Marco dan een keer uitleggen waarom Marco geen succesvolle trainer werd. Bijkomend piment: Marco durft het orakel Cruijff wel een keer tegenspreken. Uren genot voor wie daar bij mag zijn.

     

    Uit de jaren 2000: Ik zou voor Cristiano Ronaldo of Lionel Messi kunnen gaan, maar geen narcisten in mijn huis en ook Messi is privé niet de sympathiekste, laat ik me vertellen. Ik verkies Gert Verheyen omdat hij als een van de weinige  voetballers uit zijn periode altijd bloedeerlijk was en nooit met dooddoeners afkwam in interviews. Iets wat hij ook als trainer en analist niet doet. Gert is een verademing, vroeger en nu. Hij is een intelligente mens, die met de voeten op de grond staat en vrank en vrij z’n gedacht durft te zeggen. Geen overbodige luxe met die twee Hollanders in huis.

     

    Uit de jaren na 2010: Ik zou een rits Rode Duivels kunnen kiezen. Meunier is een voetballer met een interessante en eerlijke babbel. Alderweireld lijkt me een rustige down to earth gast waar je niet te snel ruzie mee krijgt na weken opsluiting en Eden Hazard, dat zou heel de tijd lachen, gieren, brullen zijn. Toch kies ik Dries Mertens voor de rol van zonnetje in mijn quarantainehuis. Net als Eden is Dries iemand waar je gewoon niet kwaad op kan zijn, wat hij ook doet. Bovendien is hij van Leuven en dat kan Eden niet zeggen. 

    Tom Boudeweel: "Ik kies spraakwatervallen, ik ben meer een luisteraar"

    Uit de jaren 80: Ik kies voor een Belgisch quarantainehuis. Eric Gerets was voor mij een voorbeeld als jeugdvoetballer. Altijd voorop in de strijd, borst vooruit, een echte aanvoerder, de Leeuw, met baard en lange wapperende manen. De eerste Belg die Europacup I won, als aanvoerder. Heeft het later ook gemaakt als trainer, één van de weinige Belgische coaches die succesvol waren in het buitenland. Iemand om naar op te kijken en iemand die zeker honderden boeiende verhalen kan vertellen. Overloop maar eens al zijn ploegen. Exotisch. Wordt nu kwetsbaarder als ik artikels lees met hem en dat raakt me wel.

     

    Uit de jaren 90: Aimé Antheunis is een zalige man om tijd mee door te brengen. Een echte Waaslander: goedlachs, Bourgondiër, je kan er niets aan misvragen en hij heeft altijd wel iets te vertellen. Hij blijft boeien. Soms met een knipoog. Je zal zien dat mijn lotgenoten in quarantaine allemaal spraakwatervallen zijn.  Opposites attract, want ik ben geen verteller, meer een luisteraar, een genieter. Aimé kende zijn gloriemomenten op het einde van de jaren 90 (begin 2000): drie keer trainer van het jaar. De glorieperiode van Aimé bij Genk (met Strupar en Oulare) betekende ook mijn eerste Europese verplaatsing als verslaggever voor de VRT. Historisch.

     

    Uit de jaren 2000: Iemand die ik ook had kunnen nomineren bij de vorige én bij de volgende tijdspanne, zo lang draait hij al mee. Het verhaal van Olivier Deschacht is genoegzaam bekend: niet het grootste talent, maar wel altijd gespeeld bij Anderlecht. Vele concurrenten zijn gekomen, maar Oli overwon hen allemaal. Dat levert ongetwijfeld fijne anekdotes op. Hij is zo’n geboren winnaar, niet te geloven. Soms niet de meest sociale of makkelijkste kerel, maar dan zijn we met z’n tweeën en we hoeven niet altijd bij elkaar te zitten gedurende de quarantaine. Grote troef: hij kan me in die periode van afzondering alle knepen van het padellen leren, want hij is beresterk in het tennissen én padellen.

     

    Uit de jaren na 2010: In de tijd dat we samen in het quarantainehuis zitten mag Vincent Mannaert me uitleggen hoe hij Club Brugge de voorbije jaren naar de nummer 1 positie in België heeft gebracht. Onder de parasol aan het zwembad, met een betere Barolo-wijn. Hoe hij gegroeid is in zijn job. Wat zijn sterke punten zijn en hoe je overleeft in de haaienwereld van het voetbal. Alles overgoten met een vleugje typische Mannaert-humor. En dan kan hij me eindelijk eerlijk zeggen waarom hij nooit heeft deelgenomen aan de Tennis-Foot Cup, het grootste tennisvoetbaltornooi van Europa dat ik jarenlang samen met enkele goeie vrienden heb georganiseerd. Technisch is/was hij nochtans een kraan, heb ik van horen zeggen.