• home
  • video
  • pas verschenen

    5 gouden tips waarmee je nooit meer op je donder krijgt bij het wiezen

    Twijfelt u bij het wiezen ook wel eens over uw volgende zet? Zeggen uw vrienden al eens dat je een andere kaart had moeten spelen? Met deze tips van wereldkampioen Paul Van den Eynde heeft u voortaan een pak meer zelfvertrouwen.

    1. Welke kaarten moet ik hebben om te vragen?

    Als de kaarten verdeeld zijn, beslist elke speler wat hij gaat doen: vragen, meegaan of passen (we laten de bijzondere spelvarianten even buiten beschouwing). De speler die na de deler komt is daarbij als eerste aan zet. Maar wanneer zijn je kaarten goed genoeg om te vragen?

     

    Paul Van den Eynde: "Het is helemaal niet nodig om een rijtje aas-heer-dame te hebben in de troef. Sommigen die nog maar pas spelen, moeten 7 troeven hebben voor ze durven te vragen. Dat gebeurt een keer op een avond. Je mag best al sneller actie ondernemen."

     

    "Als je als eerste zit met 5 troeven waaronder heer, dame en boer en daarnaast nog eens een aas en een heer in een andere soort, dan zou ik vragen. Naargelang het spel verloopt, kan je daarmee tussen 4 en 6 slagen halen."

     

    "Maar het is zeker mogelijk om slechts met 4 troeven te vragen. Dan denk ik aan een situatie waarbij je als derde speler aan het woord bent na 2 passers. De man die de kaarten gedeeld heeft, zit nog achter je. Meestel heeft die naast de troefkaart die hij moet omdraaien nog een aantal andere troeven."

    Ik reken als vrager op een drietal slagen van mijn partner. Dat is geen absolute wetenschap, maar een basis om het spel aan te vatten.

    In de meeste spelletjes zal er zich een duo vormen (de vragers) dat het opneemt tegen de passers. Samen moeten zij minstens 8 slagen halen. Een contract, dat is volgens de officiële regels de term voor 2 spelers die samen beslissen om 8 slagen of meer te halen. 

     

    Paul Van den Eynde: "Als vrager reken ik op een drietal slagen van mijn partner. Dat is geen absolute wetenschap, maar een basis om het spel aan te vatten."


    "Om met iemand mee te gaan, moet je best 2 troeven hebben en bijvoorbeeld aas, heer en dame in een andere soort. Kortom: je moet iets achter de hand hebben in de andere kleuren om je partner te helpen.

     

    "Iemand die vraagt, wordt verondersteld om de betere troeven te hebben. Ook al heb je nog hele goede kaarten in een andere soort, dan nog is het gevaarlijk om als eerste te vragen. De anderen gaan redeneren dat jij veel troeven hebt. Als dat niet zo is, dan kan je erin gespeeld worden."

    2. Zijn mijn miseriekaarten slecht genoeg om miserie te gaan?

    Een bijzondere variant van het spel is miserie. Miserie speel je helemaal alleen en de opdracht is eenvoudig: geen enkele slag halen. Maar wanneer zijn je kaarten slecht genoeg?

     

    "Het is uiteraard altijd beter als je 1 van de vier soorten niet hebt. Op die manier kan je slechte kaarten wegwerpen op het moment dat je niet kan volgen."

     

    "Toch hoeft dat helemaal niet. Je moet vooral zien dat je lage kaarten aansluiten en dat er geen te grote gaten zijn. 2, 3, aas, heer in een soort? Dan zou ik niet adviseren om miserie te gaan. Maar met 2, 3, 9 en 10? Zeker. Als die kleur gespeeld wordt, dan is de kans groter dat iemand een hogere kaart moet leggen."

    3. Moet ik als vragende partij altijd troef uitkomen?

    Beginnende spelers durven vaak niet met een troefkaart uit te komen als ze de hoogste troef niet in handen hebben. Maar daarvoor moeten ze volgens Paul absoluut geen schrik hebben. 

     

    "Als je gaat en je mag als eerste uit, dan is troef spelen de norm", zegt Paul stellig. "Als iedereen kan volgen, mag je gerust nog een tweede keer troef spelen. Als er dan al 8 troefkaarten gevallen zijn, kan je best stoppen."

     

    "Troef spelen is na de tweede keer meestal overbodig, want je gaat ook de troefkaarten van je partner weghalen. En het is de bedoeling dat ook zijn kaarten sterk worden, dat hij bijvoorbeeld nog troeven heeft om een slag te kopen. Later in het spel kan je de resterende troeven gaan halen bij je tegenstander."

     

    "Als je zelf de hoogste troef niet hebt, kom je best met de hoogste troef uit die je in handen hebt. Zeker niet met een tweetje. Door toch een hogere kaart als een dame te werpen, dwing je de tegenstander om zijn hoogste troefkaarten te spelen. Op die manier maak je ook de kaarten van je partner sterker."

    Als je gaat en je mag als eerste uit, dan is troef spelen de norm.

    En wat als blijkt dat alles op 1 hand zit? Dat maar een van je tegenstanders kan volgen in troef? "Dan wordt het een gevaarlijk spel. Ik zou dan maar 1 keer troef spelen. Per slag haal je dan 2 troeven bij jezelf af en maar 1 bij de tegenstander. 2 tegen 1 noemen wij dat. Door dan troef te blijven spelen, maak je de troefkaarten van je partner zwakker. Met die kaarten kan hij later in het spel niets meer doen."

    4. Waarom moet ik troefkaarten tellen?

    Al het denkwerk en alle tactische keuzes die een speler maakt, staan of vallen met de kennis over de kaarten die al gesmeten zijn. Troefkaarten tellen is daarbij cruciaal.

     

    "Ik memoriseer altijd alle troeven", zegt Paul. "Je wil namelijk weten of er iemand nog troeven achter heeft waarmee hij eventueel kan kopen.”

     

    "Maar niet alleen de troeven zijn belangrijk. Daarnaast moet je ook een zicht hebben op de soorten die belangrijk zijn voor jou in die gift. Het gaat om de soorten waarin jullie samen goed zijn en waarvan jullie denken veel slagen in te halen."

    Maar er is nog een belangrijke tip. Een persoon die geen troefkaarten meer heeft, gooit normaal een klein kaartje van de soort waar hij zelf sterk in staat.

    5. Wat moet ik gooien na de troefkaarten?

    Een kaartspel wordt niet alleen gewonnen met de troeven die jij en je partner in handen hebben. Nadat je troef hebt afgehaald, moet je met een andere soort komen. Maar dewelke?

     

    "In de eerste plaats moet je vanuit je eigen sterktes een beslissing nemen. Dwing daarbij je tegenstander om hoge kaarten te smijten, zonder je eigen kaarten kapot te spelen. Stel dat je vier kaarten van eenzelfde soort hebt (boer, 10, 9 en 3), dan zou ik de boer spelen om te polsen of mijn partner ook goede kaarten heeft in die soort. 

    Dat is de feeling die je moet hebben."

     

    "Maar er is nog een belangrijke tip. Een persoon die geen troefkaarten meer heeft, gooit normaal een klein kaartje van de soort waar hij zelf sterk in staat.  Dat is een tip om voor je partner."

    Bekijk de volledige aflevering: